Nieuws

Het laatste nieuws van Administratiekantoor Ritmeester

Laatst bijgewerkt met nieuwste informatie, al weer deel 12, 27 mei 2020

Fiscale maatregelen Coronavirus

De ontwikkelingen volgen elkaar momenteel razendsnel op.

Wij plaatsen voor u aller eerst de meest actuele versie van De Fiscourant, deel 12, 27 mei 2020.

Daarna is het overzicht op chronologische volgorde in tijd opgebouwd.
Dus het laatste nieuws staat onder aan (ctrl-end) en dan weer met Page Up tot aan De Fiscourant Inleiding.

Succes.


De Fiscourant

Inleiding

De coronacrisis duurt voort ondanks de versoepelingen. En daarom is er een nieuw steunpakket gepresenteerd. In dit deel 12 van de Fiscourant special gaan we met name in op dit nieuwe steunpakket. Daarnaast ‘praten’ we je bij over de laatste ontwikkelingen rondom enkele andere coronamaatregelen.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de aanpassing en verruiming NOW 1.0
  • de nieuwe update FiscContact NOW 10.
  • de NOW 2.0
  • het nieuwe FiscContact NOW 2.0
  • de aankondiging regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
  • de verlenging Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)
  • de toeslag op AOW-uitkeringen AOW-ers met jonge partners
  • de verlenging diverse fiscale maatregelen
  • de toelichting belastingdienst op (gevolgen) fiscale coronareserve
  • het corona-checkgesprek door ondernemers en privacyregels

Sociale zekerheid

Het kabinet heeft het nieuwe steunpakket bekendgemaakt. De bestaande NOW (NOW 1.0) is aangepast en verruimd. Daarnaast is de NOW met 3 maanden (hierna NOW 2.0) verlengd. Ook is er een vervangende regeling aangekondigd voor de TOGS/het Noodloket en is de TOZO verlengd onder aangepaste voorwaarden.

Aanpassing en verruiming NOW 1.0

De bestaande NOW 1.0 heeft al de nodige aanpassingen ondergaan. Zo is onder meer de ‘boete’ bij bedrijfseconomisch ontslag toegevoegd en is bij nieuwe aanvragen per 5 mei de individuele concernregeling met een accountantsverklaring geïntroduceerd. Het kabinet maakt nu nieuwe aanpassingen bekend van de NOW 1.0, die we onderstaand kort behandelen. De Minister van SZW benadrukt dat de nieuwe mogelijkheden zullen terugwerken tot 20 mei 2020 en dat ondernemingen sindsdien een beroep op deze mogelijkheden kunnen doen.

Verlenging aanvraagtermijn
De laatste dag om subsidie NOW 1.0 aan te vragen is verlengd naar vrijdag 5 juni 2020. De Minister van SZW deelde mee dat ook ondernemingen die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor deze subsidie, door de gewijzigde voorwaarden nu mogelijk alsnog succesvol een aanvraag om subsidie NOW 1.O kunnen doen. Hij doelt hiermee op ondernemingen die nog geen aanvraag om NOW-subsidie hadden ingediend. De aanvraag kan immers slechts eenmaal per loonheffingennummer worden ingediend.

Alsnog subsidie voor ondernemingen met een lage of 0-loonsom in januari 2020
Het gaat bij deze aanpassing vooral om seizoenbedrijven en startende ondernemingen, waarbij het probleem met name was dat er in januari 2020 geen of een lage loonsom was, maar er in de periode maart tot en met mei 2020 wel een loonsom of een hogere loonsom was. Deze ondernemingen kregen geen (voorschot op) subsidie NOW 1.0, omdat zij over januari 2020 geen loonsom hadden of zij kregen een laag voorschot op subsidie NOW 1.0, omdat de loonsom over januari 2020 laag was en een hogere loonsom daarna niet tot een hogere subsidie kon leiden.

Aanpassing
De aanpassing houdt in dat een stijging van de loonsom in de periode maart tot en met mei 2020 kan worden meegenomen in de hoogte van de subsidie NOW 1.0 bij de definitieve vaststelling van de subsidie. Daarbij geldt als voorwaarde dat de loonsom in de periode maart tot en met mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom in januari 2020. In deze rekenmethode worden de loonsommen over april en mei gemaximeerd op de loonsom van maart 2020.

Tijdig aanvragen
Als ondernemingen, bijvoorbeeld met een 0-loonsom over januari 2020, hierdoor alsnog subsidie NOW 1.0 kunnen krijgen, moeten zij uiterlijk 5 juni 2020 alsnog een aanvraag om subsidie NOW 1.0 indienen bij het UWV. Ondernemingen die om deze reden eerder een afwijzende beschikking van het UWV hebben ontvangen, worden door het UWV benaderd. Een nadeel is dat deze ondernemingen de NOW-subsidie pas bij de definitieve afrekening zullen ontvangen. Dat wil zeggen niet voor 7 september 2020.

Alsnog subsidie bij overgang van onderneming
Het omzetverlies wordt voor ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uiterlijk op 1 januari 2019 is aangevangen, bepaald door 25% van de jaaromzet over 2019 te vergelijken met de omzet over de gekozen periode van drie maanden in 2020. Die periode kan zijn maart tot en met mei, april tot en met juni of mei tot en met juli. Bij startende ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden, werden problemen die hierdoor ontstonden deels ondervangen door voor de omzetbepaling de omzet over de hele kalendermaanden na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening in 2019 tot en met 29 februari 2020 te hanteren, om te rekenen naar 3 maanden. Hiervoor moesten die ondernemingen wel uiterlijk 1 maand voor 1 februari 2020 zijn gestart om enige omzet in februari 2020 te kunnen hebben.

Aanpassing
De aanpassing maakt het mogelijk om deze afwijkende regeling voor de omzetbepaling van startende ondernemingen, ook toe te passen op ondernemingen die voorafgaand aan een beroep op de NOW 1.0, een andere onderneming hebben overgenomen en feitelijk in een andere bedrijfssamenstelling zijn gaan werken. Voorwaarde blijft wel dat een onderneming vóór 29 februari 2020 is overgenomen om enige (overgenomen) omzet in februari 2020 te kunnen hebben. Voor toepassing van de laatstgenoemde wijziging wordt het voor de loonsomvergelijking nu ook mogelijk om de loonsom over maart 2020 als refertemaand te hanteren, mits de loonsom over de periode maart tot en met mei 2020 driemaal hoger is dan de loonsom over januari 2020. De Minister van SZW onderkent dat de wijzigingen dienen om het omzetverlies en de loonsomvergelijking meer representatief te laten zijn, maar niet voorzien in alle situaties van overgang en/of start van een onderneming.

Tijdig aanvragen
Ondernemingen die voor 29 februari 2020 een onderneming hebben overgenomen en feitelijk in een andere bedrijfssamenstelling zijn gaan werken en door de aanpassing alsnog in aanmerking komen voor de NOW-subsidie, moeten uiterlijk 5 juni 2020 alsnog een aanvraag indienen. Ook in deze situatie zullen ondernemingen de NOW-subsidie niet eerder ontvangen dan 7 september 2020. Voor zover dat nu is te overzien, lijkt deze aanpassing voor een beperkt aantal ondernemingen een oplossing.

Filteren 13e maand uit de loonsom
Is in januari 2020 een 13e maand uitgekeerd, dan vertekent dit de loonsom over januari 2020. Het UWV zal daarom bij de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie extra periodieke lonen, zoals een 13e maand, uit de loonsommen halen. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers enkel door een 13e maand te betalen, de NOW-subsidie moeten terugbetalen.

Commentaar
Het zou voorstelbaar zijn dat 1/12 gedeelte van de in januari 2020 betaalde 13e maand aan de loonsom van januari 2020 zou worden toegerekend. Daarvoor heeft de Minister van SZW niet gekozen en blijft de totale 13e maand buiten beschouwing in de loonsom van januari 2020.

Duidelijkheid over grenzen accountantsverklaring
De grensbedragen waarbij na afloop van de subsidieperiode bij de aanvraag om een definitieve vaststelling van de NOW-subsidie een accountantsverklaring moet worden meegezonden, zijn bekendgemaakt. De accountantsverklaring is verplicht voor ondernemingen die een voorschot van € 100.000 of meer hebben ontvangen en – als het ontvangen voorschot lager is – naar de eigen inschatting van de onderneming bij de definitieve vaststelling een NOW-subsidie zullen ontvangen van € 125.000 of meer. Om de laatstbedoelde ondernemingen bij die eigen inschatting van de subsidie te helpen,
zal de Minister van SZW een rekentool beschikbaar stellen.

Concernregeling
Voor de gewone concernregeling gelden de hiervoor genoemde subsidiebedragen per concern en niet per loonheffingennummer. Ondernemingen die gebruikmaken van de individuele concernregeling moeten altijd een accountantsverklaring bijvoegen. De Minister van SZW stelt dat uit voorlopige cijfers blijkt dat ongeveer 10% van de 113.000 ondernemingen die NOW-subsidie hebben ontvangen, bij de definitieve vaststelling van de subsidie een accountantsverklaring moeten indienen.

Tijdig aanleveren
Als er bij de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie geen accountantsverklaring is, terwijl die verklaring wel verplicht is, krijgt een onderneming 14 weken de tijd om alsnog een (juiste) accountantsverklaring te overleggen. Indien daaraan dan nog niet wordt voldaan, wordt de NOW-subsidie op nihil vastgesteld.

Verklaring bevestiging omzetdaling door administratiekantoor of financieel dienstverlener
Is geen accountantsverklaring nodig, dan moet bij een verzoek om definitieve vaststelling van de NOW-subsidie met een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000, wel een verklaring van een derde worden overgelegd die de omzetdaling bevestigt. De derde kan bijvoorbeeld een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie zijn. Hoe deze verklaring eruit moet zien, is nog niet bekend.

Let op!
Aan deze verplichting bij het verzoek om definitieve vaststelling van de NOW-subsidie is tot nu toe relatief weinig aandacht geschonken. Houd hiermee rekening bij het verzoek om definitieve vaststelling van de NOW-subsidie.

Verschuiving en verruiming termijn verzoek definitieve vaststelling
De definitieve vaststelling van de eerste subsidieperiode (maart, april, mei 2020) kan worden aangevraagd binnen 24 weken, gerekend vanaf 7 september 2020. Dit om overlapping van de aanvraag en vaststellingsperioden voor subsidies NOW 1.0 en 2.0 te voorkomen. De termijn voor het indienen van een verzoek om een definitieve vaststelling van de subsidie NOW 1.0, waarvoor een accountantsverklaring is vereist, is verruimd naar 38 weken.


Nieuwe update FiscContact NOW 1.0

We hebben inmiddels een nieuwe versie uitgebracht van het FiscContact ‘Aanpassing tijdelijke noodmaatregel overbrugging ter behoud van werkgelegenheid’ (NOW 1.0), waarin alle aanpassingen zijn verwerkt.


De NOW 2.0

De NOW wordt met 3 maanden verlengd. Ook in de periode juni-juli-augustus kunnen werkgevers van deze regeling gebruikmaken. Uitgangspunt voor de NOW 2.0 is de NOW 1.0 inclusief de hiervoor vermelde wijzigingen. Vervolgens zijn enkele aanpassingen doorgevoerd. Hierna gaan we in op de belangrijkste aspecten van de nieuwe NOW 2.0.

Aanvraag om subsidie NOW-2
Vanaf 6 juli 2020 kan de aanvraag NOW-subsidie 2.0 worden gedaan voor een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode juni tot en met augustus 2020.
Alle ondernemingen, dus ook de ondernemingen die subsidie NOW 1.0 hebben ontvangen, moeten (opnieuw) een aanvraag indienen voor subsidie NOW 2.0, als zij ook in de tweede subsidieperiode NOW-subsidie willen ontvangen. Er is dus geen ‘automatische’ verlenging van subsidie. De aanvraagperiode zal waarschijnlijk lopen van 6 juli tot en
met 31 augustus 2020 (einde subsidieperiode NOW 2.0). Dit is dus tijdens de vakantieperiode, dus het is verstandig om je tijdig op deze tweede aanvraagronde voor te bereiden.

Periode omzetdaling in 2020
De periode van de omzetdaling in 2020 ten opzichte van 2019 wordt ook nu bepaald door een periode van 3 maanden te kiezen. Er kan worden gekozen uit de periode juni tot en met augustus, juli tot en met september en augustus tot en met oktober 2020. Voor ondernemingen die al subsidie krachtens de regeling NOW 1.0 hebben ontvangen, dient de periode van omzetdaling voor de subsidie NOW-2 aan te sluiten op de voor de omzetdaling in de regeling subsidie NOW-1 gekozen periode. Deze laatste groep ondernemingen hebben geen keuzemogelijkheid.

Loonsom voor bepaling voorschot
De loonsom over maart 2020 (peildatum 15 mei 2020) is bepalend voor het voorschot op de subsidie NOW 2.0. De aanpassing van de NOW 1.0 voor ondernemingen met een lage of 0-loonsom in januari 2020 werkt ‘automatisch’ door in de bepalende loonsom over maart 2020 voor de NOW 2.0.  Op grond van deze aanpassing mogen deze ondernemingen de loonsom over maart 2020 aanhouden in de plaats van de loonsom over januari 2020, mits over de subsidieperiode maart tot en met mei 2020 de loonsom driemaal hoger is dan driemaal de loonsom over januari 2020.Doordat in regeling subsidie NOW 2.0 de loonsom over de maand maart 2020 als referentiemaand wordt aangehouden, zal bij de definitieve vaststelling van de subsidie deze aanpassing ‘automatisch’ doorwerken.

Hoogte subsidie NOW-2
De hoogte van de subsidie wordt op gelijke wijze als bij de subsidie NOW 1.0 bepaald, met dien verstande dat de opslag voor vakantiegeld en nadere kosten wordt verhoogd van 30% naar 40%.  Daarnaast wordt de ‘boete’ wegens aanvragen om bedrijfseconomisch ontslag verlaagd van 150% naar 100% van het loon van de ontslagen werknemer.

Loon 100% doorbetalen tijdens subsidieperiode
De ondernemingen moeten de lonen van werknemers voor 100% door te betalen. Er wordt niet vermeld of, en zo ja in welke mate, op het overtreden van deze verplichting een sanctie zal worden opgenomen.

De ‘ontslagboete’ vervalt (deels)
Ondernemingen mogen tijdens de subsidieperiode in beginsel geen aanvragen om bedrijfseconomisch ontslag indienen bij het UWV. In de regeling subsidie NOW 1.0 werd bij overtreding daarvan 150% van het loon van de werknemer op de subsidie in mindering gebracht, zonder rekening te houden met het percentage omzetdaling. In de regeling subsidie NOW 2.0 zal in de periode juni tot en met augustus 2020 bij aanvragen om bedrijfseconomisch ontslag 100% van het loon van de werknemer op de subsidie in mindering worden gebracht. De huidige regels voor ontslagbescherming blijven bestaan.

Collectief ontslag
Bij collectief ontslag van 20 of meer werknemers als bedoeld in de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO), zullen ondernemingen op het aanvraagformulier moeten verklaren dat zij gedurende een periode van 4 weken zullen overleggen met de vakbonden over de voorgenomen ontslagen. Ook moeten zij verklaren dat zij de aanvraag voor ontslag niet eerder indienen dan 4 weken nadat de WMCO-melding aan de vakbonden is gedaan. Er wordt niet vermeld of, en zo ja in welke mate, op het overtreden van dit commitment een sanctie zal worden opgenomen.

Commentaar
Werknemersorganisaties hebben bezwaren geuit tegen het vervallen van de ‘boete’ voor het aanvragen van bedrijfseconomische ontslagen. Zij bedoelen hiermee de verlaging van de ‘boete’ van 150% naar 100% van het loon van ontslagen werknemers. Deze organisaties vrezen dat door deze verlaging er een ontslaggolf zal ontstaan. De gezamenlijke Ministers en Staatsecretarissen hebben in de brief van 20 mei 2020 aangegeven dat het aantal werkenden in april 2020 ten opzichte maart 2020 met 160.000 personen is gedaald en het aantal werklozen met 41.000 is gestegen. Beide aantallen zijn de meest negatieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt sinds 2003. Daarmee staat vast dat de ‘ontslagboete’ in de regeling subsidie NOW 1.0 voor aanvragen van bedrijfseconomische ontslagen, vele ontslagen of het niet-verlengen van arbeidscontracten voor bepaalde tijd niet heeft kunnen voorkomen.

Geen dividend- of bonusuitkeringen en/of inkoop eigen aandelen in 2020
Als voorwaarde voor de subsidie NOW 2.0 zal worden opgenomen dat ondernemingen geen dividend, bonus of winstdelingen aan DGA’s, bestuurders en directie mogen uitkeren in 2020 tot en met de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Dit geldt ook voor andere bedrijven die niet via een aandeelhoudersvergadering werken, zoals coöperaties. Voor deze laatste groep geldt dit tot en met de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Om ervoor te zorgen dat deze voorwaarde proportioneel en controleerbaar is, zal geregeld worden dat deze verplichting alleen geldt voor bedrijven die een subsidiebedrag ontvangen, waarvoor een accountantsverklaring vereist is. Dit zijn bedrijven die een voorschot aan NOW-subsidie hebben ontvangen van € 100.000 of meer of naar de eigen inschatting van de onderneming een definitieve NOW-subsidie zullen ontvangen van € 125.000 of meer.

Let op
Deze voorwaarde ziet niet op dividend, bonus en aandelen over 2019, waarvan in 2020 tot uitbetaling is overgegaan en ook niet op uitgekeerde bonussen of winstdelingen aan overig personeel.

Inspanningsverplichting werkgevers tot stimuleren (bij- of om) scholen personeel
Het doel van de NOW-subsidie is om zo veel mogelijk banen te behouden.  Maar als dat niet kan moeten werknemers de mogelijkheid worden geboden om zich voor te bereiden op nieuwe omstandigheden. Zij moeten in staat worden gesteld om een ontwikkeladvies te vragen of zich bij- of om te scholen voor behoud van (ander) werk.
Deze inspanningsverplichting voor ondernemingen is flankerend beleid bij de regeling NOW 2.0, maar geen onderdeel van de voorwaarden in de NOW 2.0. Werkgevers kunnen werknemers tot bij- of omscholing stimuleren door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen, via bijvoorbeeld een O&O-fonds. Er is niet vermeld of, en zo ja in welke mate, op het overtreden van deze inspanningsverplichting een sanctie zal worden opgenomen.

‘NL Leert’
Werknemers en zzp-ers zal een kosteloos crisispakket ‘NL Leert’ worden aangeboden met ontwikkeladviezen en online scholing, die zij vanuit huis kunnen volgen. De beoogde looptijd hiervan is juli tot en met december 2020. De exacte voorwaarden van deze regeling zullen nog worden gepubliceerd.

Nieuw FiscContact NOW 2.0
We hebben het nieuwe FiscContact ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging ter behoud van werkgelegenheid 2.0 (NOW 2.0) uitgebracht, waarin alle aspecten van de nieuwe NOW 2.0 de revue passeren.


Aankondiging regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Ondernemers kunnen onder voorwaarden een beroep doen op de TOGS/ het Noodloket die voorziet in een belastingvrije uitkering van maximaal € 4.000 ter financiering van hun vaste lasten over de periode 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020. Een aanvraag voor die uitkering kan nog worden ingediend tot en met 26 juni 2020. Met de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB zal voor de maanden juni, juli en augustus 2020 de tegemoetkoming voor vaste lasten worden voortgezet. De ondernemingen met een SBI-code die van toepassing is bij de huidige TOGS/het Noodloket krijgen afhankelijk van de omvang van de onderneming, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving, een belastingvrije tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van € 20.000 voor de periode van 3 maanden. De toegang tot de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB begint pas bij een omzetverlies van 30%.

Commentaar
De regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB moet nog worden gepubliceerd.
De gezamenlijke Ministers en Staatsecretarissen hebben in de brief van 20 mei 2020 nog melding gemaakt van openstelling van deze regeling per een bepaalde datum, zodat moet worden aangenomen dat er nog geen aanvragen voor een uitkering krachtens deze nieuwe regeling kunnen worden ingediend.


Verlenging Tijdelijke overbrugginsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)

De TOZO voorziet – kort gezegd – in:

  1. een uitkering voor de kosten van levensonderhoud ter hoogte van het voor de bijstand geldende sociaal minimum, waarbij het inkomen van een partner en vermogen niet in aanmerking werd genomen en ook de kostendelersnorm niet werd toegepast; en
  2. een rentedragende lening van maximaal € 10.157 aan ondernemingen met liquiditeitsproblemen.

Uitkeringen krachtens de TOZO kunnen bij gemeenten worden aangevraagd tot 1 juni 2020.
De TOZO zal met 3 maanden worden verlengd, waarbij de uitkeringstermijn loopt
(van 1 juni) tot en met 31 augustus 2020. Maar voor TOZO 2.0 gelden wel aangepaste voorwaarden.

Partnertoets
Anders dan bij TOZO 1.0 wordt het recht op een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud afhankelijk gesteld van een partnertoets. Huishoudens met een inkomen boven het geldende sociaal minimum zullen onder TOZO 2.0 geen aanspraak meer kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud. Bij de aanvraag van TOZO 2.0 zal een verklaring worden gevraagd van de ondernemer en diens partner dat er sprake is van een situatie, waarin het huishoudinkomen onder het geldende sociaal minimum terecht is gekomen als gevolg van het coronavirus.

Tweede TOZO-lening
Onder TOZO 2.0 kunnen ondernemingen met liquiditeitsproblemen een tweede lening tot maximaal € 10.157 aan te vragen.


Toeslag op AOW-uitkeringen AOW-ers met jongere partners vervalt tijdelijk niet bij werkhervatting

De hoogte van de AOW-uitkering is gerelateerd aan 50% van het netto minimumloon per maand. Tot 1 januari 2015 konden AOW-gerechtigden een toeslag van 50% op hun AOW-uitkering krijgen, indien zij samenwoonden met een jongere partner. Voor tot 1 januari 2015 bestaande AOW-uitkeringen is die toeslag gehandhaafd. De toeslag is afhankelijk van het inkomen van de partner en kan vervallen als de partner langer dan 3 maanden (meer) is gaan werken, bijvoorbeeld in de zorg als gevolg van de coronacrisis. De toeslag kan na beëindiging van die (uitbreiding van) werkzaamheden en de daaruit ontvangen inkomsten, dan niet meer herleven. Van deze beleidsregel wordt afgeweken, waardoor de partnertoeslag wel kan herleven na beëindiging van de werkzaamheden. Deze versoepeling van het beleid is van toepassing zolang de noodmaatregelen in het kader van de coronapandemie van kracht zijn.


Fiscaal

Verlenging diverse fiscale maatregelen tot 1 september/oktober 2020

Naast verlenging van de NOW en TOZO heeft het kabinet op 20 mei 20020 bekendgemaakt ook de eerder getroffen belastingmaatregelen met een aantal maanden te verlengen. Het kabinet constateert namelijk dat ondernemers in veel sectoren onverminderd betalingsproblemen ondervinden. Daarom heeft het kabinet besloten de uiterste datum van 19 juni 2020 voor een verzoek om uitstel van betaling van belastingschulden te verlengen tot 1 september 2020. Ondernemers krijgen op eerste verzoek drie maanden uitstel van betaling. Voor uitstel langer dan drie maanden worden aanvullende eisen gesteld, zoals een verklaring van de ondernemer dat geen dividenden en bonussen worden uitgekeerd en dat geen eigen aandelen worden ingekocht. De vormgeving van de verklaring wordt nog nader door het kabinet uitgewerkt. Bij het aflopen van het uitstel zal ondernemers een passende betalingsregeling worden geboden, waarvan de concrete vormgeving ook nog zal worden bekendgemaakt. Verder wordt het vanaf 1 juni 2020 mogelijk om bijzonder uitstel te vragen voor de naheffingsaanslagen BPM voor het tijdvak mei 2020 (op te leggen vanaf half
juli 2020).

De verlaging van de invorderingsrente naar 0,01% gold aanvankelijk tot 26 juni 2020, maar deze wordt nu verlengd tot 1 oktober 2020. Ook de verlaging van belastingrente voor alle belastingmiddelen naar 0,01% wordt verlengd tot 1 oktober 2020.
Ook de duur van andere fiscale maatregelen wordt verlengd tot 1 september 2020. Denk hierbij aan:

  • de versoepeling van het urencriterium voor IB-ondernemers;
  • de goedkeuringen m.b.t. de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen;
  • de btw-‘vrijstelling’ voor het uitlenen van zorgpersoneel;
  • de btw-‘vrijstelling’ voor medische hulpgoederen.

Toelichting Belastingdienst op (gevolgen) fiscale coronareserve

De Belastingdienst heeft de voorwaarden toegelicht, waaronder een fiscale coronareserve mag worden gevormd voor het corona-gerelateerde verlies over 2020. De Belastingdienst wijst met name op de gevolgen voor de toepassing van andere regelingen in de Vpb.
Daarvan worden er twee nader toegelicht: de verliesverrekening en de vrijstelling voor stichtingen en verenigingen. Bij de gevolgen voor de verliesverrekening wordt aangegeven hoe verliesverdamping kan worden voorkomen. Bij de gevolgen voor de toepassing van de vrijstelling voor stichtingen en verenigingen geeft de Belastingdienst aan hoe eindafrekening kan worden voorkomen.

Verliesverrekening
De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermindert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor verdampen. Het is daarom zaak de toevoeging aan de coronareserve zodanig vast te stellen dat verliesverdamping wordt voorkomen.

Vrijstelling stichtingen en verenigingen
Stichtingen en verenigingen kunnen Vpb-plichtig zijn. Maar zij zijn vrijgesteld van Vpb als de winst minder dan € 15.000 bedraagt of minder dan € 75.000 over het jaar en de afgelopen 4 jaar. De vrijstelling treedt automatisch in werking als de winst lager is dan de genoemde grensbedragen. De winst van een Vpb-plichtige stichting of vereniging die in 2019 gebruikmaakt van de coronareserve, kan onder deze grensbedragen komen, waardoor de vrijstelling automatisch in werking treedt. Het gevolg is eindafrekening in het daaraan voorafgaande boekjaar.

De eindafrekening kan je voorkomen door:

  1. de dotatie aan de coronareserve zodanig te kiezen dat de winst nog boven de grensbedragen van de vrijstelling blijft;
  2. tegelijk met de dotatie aan de coronareserve een verzoek in te dienen om de vrijstelling buiten toepassing te laten. De stichting of vereniging blijft dan 5 jaar Vpb-plichtig, ook als haar winst onder de genoemde grensbedragen komt. Je kunt dit verzoek doen totdat de Vpb-aanslag 2019 is vastgesteld.

Let op
De Belastingdienst voegt hier het volgende aan toe. Is in 2019 geen verzoek gedaan om de vrijstelling niet toe te passen, dan moet dat verzoek over 2020 worden gedaan – ondanks de vrijval van de coronareserve – om in 2019 (het voorafgaande boekjaar) eindafrekening te voorkomen.


AVG

Het corona-checkgesprek door ondernemers en privacyregels

Kappers, nagelstylistes, tandartsen, restauranteigenaren…. stuk voor stuk hebben ze vanuit Den Haag de verplichting opgelegd gekregen om vooraf te controleren of de bezoeker van hun onderneming geen coronaverschijnselen heeft. Maar was er niet ook zoiets als het verbod op het verwerken van gezondheidsinformatie?

Jazeker, medische informatie of informatie over iemands gezondheid mag niet worden verwerkt, tenzij de wetgever in een uitzondering heeft voorzien of als er bijvoorbeeld expliciete toestemming is verleend. De AVG en ook de Uitvoeringswet AVG zijn in de tussentijd niet verruimd en dus geldt dit verbod onverkort, ook in tijden van corona. Ondernemers die eerder hebben voorgesteld om de temperatuur van bezoekers en personeel te meten zijn door de Autoriteit Persoonsgegevens teruggefloten. Een gezondheidscheck in de vorm van het meten van de temperatuur en vervolgens het weigeren van de toegang valt dus af als optie.

Een gesprek dan? De vraag stellen of iemand aan corona lijdt of dit eerder onder de leden heeft gehad, mag niet. Vragen of iemand in meer algemene zin ziek is, de c-ziekte heeft, last heeft van iets dat begint met de ‘c’ en eindigt op de ‘a’; het is allemaal erg creatief, maar ondertussen verboden. Want met het antwoord worden ook weer gegevens over iemands gezondheid verwerkt.

Wat mag dan wel vraagt u zich af. U mag de richtlijnen van het RIVM ter hand nemen en vragen of men hiermee bekend is en zich aan deze richtlijnen houdt. U kunt bijvoorbeeld de richtlijn dat men thuis moet blijven wanneer er sprake is van verkoudheidsklachten herhalen. Vervolgens vraagt u of de bezoeker zich hier op dit moment aan houdt. U vraagt hiermee niet direct naar iemands gezondheid, maar voert wel het vereiste checkgesprek. Het is echter de vraag of Den Haag hier aan heeft gedacht bij het vereisen van het checkgesprek.



Drie maanden uitstel van betaling kan zonder bewijs

Ondernemers die uitstel van betaling vragen voor de
inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en/of
loonheffing krijgen zonder meer drie maanden uitstel van betaling.
Zij hoeven hier dus geen aanvullend bewijs van een derde deskundige voor aan te leveren.
Zodra de aanvraag binnenkomt bij de Belastingdienst wordt de
invordering stopgezet.
Deze versoepeling heeft staatssecretaris Vijlbrief bekendgemaakt. Ondernemers die langer dan drie maanden uitstel van betaling vragen, moeten wel aanvullende informatie aanleveren bij de Belastingdienst. Dit bericht vervangt de eerder berichtgeving hierover in het item over de fiscale maatregelen met betrekking tot het Coronavirus.


De Fiscourant

Na de laatste update in deel 2 van de Fiscourant special zijn er weer enkele ontwikkelingen/maatregelen geweest met betrekking tot het Coronavirus. Daarvan brengen we je op de hoogte in deze Fiscourant special deel 3. In bijlage 1 vind je bovendien de antwoorden op veelgestelde vragen rondom internationale werknemers (arbeidsmigranten). In bijlage 2 vind je een overzicht behorend bij het uitstel dat banken verlenen voor aflossingen in het onderdeel ‘Financiering’. Ook nu geldt dat je met detailvragen altijd terecht kunt bij onze adviseurs.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de reiskostenvergoeding en thuiswerken
  • het gebruik van internet en telefoon thuis
  • de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegeheid (NOW)
  • de teruggaaf eigen bijdrage kinderopvang
  • het uitstellen uitbrengen jaarrekeningen 2019
  • de informatie aan de bank voor een overbruggingsfinanciering
  • het stopzetten van aflossingen door banken
  • de toepassing van aanvullende informatie BMKB
  • de borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)
  • het uitstel van betaling van waterschapslasten
  • het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte
  • andere activiteiten in huurpand
  • het uitstel van betaling voor pensioenpremies
  • de vroeggepensioneerde zorgverleners opnieuw aan de slag
  • de Autoriteit Persoonsgegevens versoepelt regels rondom Coronavirus


Loonheffing

Reiskostenvergoeding en thuiswerken

Nu veel werknemers thuiswerken, is het de vraag wat er met de reiskostenvergoeding moet gebeuren. Betaalt de werkgever een vaste, onbelaste reiskostenvergoeding aan zijn/haar werknemers? In dat geval geldt een bijzondere regeling bij langdurige afwezigheid. De werkgever mag dan tijdens maximaal zes aansluitende weken de vaste reiskostenvergoeding doorbetalen. Verwacht hij of zij dat een werknemer langdurig afwezig is, dan mag de werkgever de onbelaste vaste reiskostenvergoeding nog uitbetalen in de lopende maand en de eerstvolgende maand. Gaat de werknemer weer naar zijn/haar werk, dan mag de werkgever pas weer een reiskostenvergoeding betalen vanaf de maand na de maand waarin de werknemer weer is gaan werken.

Declaratiebasis
Vergoedt de werkgever achteraf op declaratiebasis de gemaakte reiskosten van de werknemer, dan hoeft hij of zij geen reiskostenvergoeding te betalen als er niet is gereisd.

Gebruik internet en telefoon thuis

Ook het gebruik van bijvoorbeeld internet en de telefoon thuis kan onbelast worden vergoed.  Dit valt onder de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke kosten. Bovendien is er voor kosten die samenhangen met thuiswerken ook altijd nog de vrije ruimte die daarvoor kan worden benut.


Sociale zekerheid

Vragen en antwoorden tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Het UWV werkt momenteel aan de invoering van de nieuwe tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) die de stopgezette werktijdverkorting vervangt.
Hoewel de regeling nog niet is opengesteld zijn er toch al veel vragen gesteld over de NOW. Hierna volgen de meestgestelde vragen en antwoorden.

Geldt de NOW ook voor uitzendkrachten met uitzendbeding?  
Ja, de NOW geldt ook voor uitzendkrachten, met of zonder uitzendbeding. De uitzendwerkgever kan via de NOW een tegemoetkoming krijgen. De aanvraag moet dus worden ingediend door het uitzendbureau. Voor uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Als de uitzendkracht door de opdrachtgever is ‘teruggestuurd’ en het uitzendbeding is ingeroepen, kan het uitzendbureau de uitzendkracht een tijdelijk contract voor de duur van de tegemoetkoming aanbieden.

Afspraak is afspraak
Een werkgever heeft een afspraak gemaakt met een werkneemster dat zij tijdens de laatste 3 weken van haar contract de verlofdagen opmaakt. De werkneemster heeft hiermee ingestemd. Vervolgens breekt het Coronavirus uit, waardoor de onderneming moet sluiten. Heeft de werkneemster alsnog recht op uitbetaling van 21 dagen?
Nee, er bestond namelijk al een overeenkomst dat zij haar vakantiedagen zou opnemen. Pas daarna brak het Coronavirus uit. Dit maakt de overeenkomst niet ongedaan. Mogelijk zou dit anders zijn gelopen, als de werkneemster zelf heeft gevraagd om vakantiedagen op te nemen vanwege een reis naar Rome. Zij zou dan haar vakantie-opname kunnen intrekken nu zij niet kan reizen en zij zou loondoorbetaling kunnen afdwingen. Vervolgens zouden dan de dagen na einde dienstverband alsnog moeten worden uitbetaald.

Kan een DGA een beroep doen op de NOW?
Nee, naar verwachting zal deze regeling alleen gelden voor WW-verzekerde werknemers. Op het moment dat de definitieve regels worden gepubliceerd, zal voor deze groep pas volledige duidelijkheid ontstaan.

Is proeftijdontslag NOW-proef?
Een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de NOW is dat de werkgever geen bedrijfseconomisch ontslag mag aanvragen gedurende de periode dat de tegemoetkoming wordt ontvangen. Dit gaat voorlopig over een ontslag op grond van een afgegeven vergunning door het UWV. Betekent dit dat een bedrijfseconomisch ontslag door middel van een vso of een ontslag in de proeftijd wel tot de mogelijkheden behoort? Zoals het er nu staat omschreven, lijkt het daar wel op. We moeten de definitieve regeling afwachten voor meer zekerheid.  Ten aanzien van het proeftijdontslag zijn er grofweg twee scenario’s denkbaar:

  1. Verbod op proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden;
  2. Proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden is toegestaan.

1. Verbod op proefontslag op bedrijfseconomische gronden
Stel dat de nieuwe regeling om tot uitkering te komen vereist dat er een verbod komt op alle ontslagen met een bedrijfseconomisch karakter. In dat geval zal dit ook gelden voor het ontslag in de proeftijd op bedrijfseconomische gronden. Een proeftijdontslag op economische gronden blijft wettelijk uiteraard geldig, maar een dergelijk ontslag zal mogelijk leiden tot een intrekking/ terugvordering/ geen toekenning van een tegemoetkoming in de loonkosten. Een ontslag in de proeftijd om andere redenen blijft dan uiteraard wel tot de mogelijkheden behoren.
Onlangs lazen we in de media in relatie tot de NOW dat een proeftijdontslag ook vóór de eerste feitelijk werkdag kan worden ingeroepen. Dit roept vragen op als : In het geval van een verbod op een proeftijdontslag om bedrijfseconomische redenen, welke andere wel toegestane redenen resteren dan nog als motivatie voor dit voortijdig proeftijdontslag? Redenen als  “past niet in het team”, “beschikt toch niet over de juiste vaardigheden” etc… komen dan te vervallen. Als de werknemer dit aanvecht, kan dit schadeplichtigheid van de werkgever opleveren. Bij het beoordelen van de claim van de werknemer wordt natuurlijk de reden van de werkgever voor het ontslag meegenomen. Bovendien is wettelijk bepaald dat een werknemer een schriftelijke opgave van de reden tot het proeftijdontslag kan opvragen.
Let dus op bij een vóórtijdig proeftijdontslag waarvan de reden zich geheel op het terrein van de werkgever ligt. Voorzichtigheid is hier geboden.

2. Proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden is wel toegestaan
Stel dat het nieuwe beleid geen beperking oplegt met betrekking tot een proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden? Ben je dan als werknemer vogelvrij verklaard? Ondanks de dan wettelijk geboden ruimte, is er in dat geval een goede reden te bedenken die toch een beperking kan opleveren voor een bedrijfseconomisch ontslag in de proeftijd, naast de algemene verboden die in de wet staan?
Ja, die is er en dat is “strijd met goed werkgeverschap”. Stel, de werknemer heeft een contract voor onbepaalde tijd opgezegd bij een vorige baan en de nieuwe werkgever maakt gebruik van het proeftijdontslag om het dienstverband op bedrijfseconomische gronden te beëindigen. De werknemer lijdt daardoor zeer waarschijnlijk schade. Dit kan leiden tot schadeplichtigheid voor de werkgever. Hoewel een ontslag om bedrijfseconomische redenen is toegestaan en er sprake is van een geldig ontslag, moet de werkgever hier toch voorzichtig mee zijn. De schade van de werknemer kan dan mogelijk een geldige schadevergoedingsclaim opleveren voor de werkgever. Dat wordt alleen maar duidelijker als werkgever voor het aanbieden van het dienstverband al wist dat het bedrijf er slecht voorstond met weinig perspectief en dit voor zich heeft gehouden.
Kortom, ga niet lichtzinnig om met een vóórtijdig ontslag in de proeftijd in tijden van crises. Werknemers hebben weliswaar de plicht om eerst de nietigheid van het ontslag in te roepen of om schadevergoeding te vorderen, maar zij zullen dit in tijden van crises naar verwachting eerder doen dan in situaties van economische hoogtij.


Teruggaaf eigen bijdrage kinderopvang

Ouders die vanwege de Coronacrisis tijdelijk geen gebruikmaken van de kinderopvang of bso, maar wel de rekening hebben betaald, krijgen hun geld terug. De terugbetaling loopt via de 3.500 kinderopvangorganisaties. De Belastingdienst maakt namelijk de compensatie eerst naar hen over, waarna zij de ouders het te veel betaalde deel rechtstreeks uitbetalen. Het te veel betaalde deel betreft het verschil tussen de factuur en de ontvangen kinderopvangtoeslag over de periode 16 maart tot en met 6 april 2020. Eventueel kan de regeling met enkele weken worden verlengd.
Ouders die werkzaam zijn in de cruciale beroepen kunnen van de noodopvang gebruikmaken zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Als in een gezin één ouder werkzaam is in een cruciaal beroep, dan kan ook van de noodopvang gebruikgemaakt worden, als het niet lukt om het kind/de kinderen zelf op te vangen.


Accountancy

Uitstellen uitbrengen jaarrekeningen 2019: goed idee?

Afgelopen week werd in de media het idee geopperd om het opmaken van de jaarrekeningen 2019 uit te stellen. Dat kan, want met het Coronavirus heb je daarvoor een gegronde reden. Uitstel moet verleend worden door de Algemene Vergadering (AV), dus is een AV-besluit nodig, maar die is vormvrij en mag ‘buiten vergadering’ worden genomen. Voor bv’s met één DGA is dat simpel, maar ook in de andere gevallen kan je hier eenvoudig aan voldoen. Het bestuur kan bijvoorbeeld volstaan met het rondsturen van een e-mail naar de aandeelhouders met het verzoek om toestemming te verlenen voor het uitstel en het verzoek met akkoord te retourneren. Het AV-besluit kan zelfs worden genomen door een telefoontje van het bestuur met de aandeelhouder(s), waarvan zij een vastlegging maakt (die ze bij voorkeur aan haar accountant verstrekt).

Kanttekening
Wel is hierbij een kanttekening op zijn plaats. Het uitstellen van het opmaken en uitbrengen van de jaarrekening heeft namelijk ook nadelen. Banken vragen immers om de jaarrekening, waardoor uitstel de kansen verlaagt om financiering te krijgen. Je kunt misschien beter de jaarrekening juist zo spoedig mogelijk uitbrengen en een goede toelichting opnemen over de effecten van het Coronavirus op het bedrijf. Dit kun je kwijt in de sectie ‘Gebeurtenissen na balansdatum; of bij de sectie ‘Continuïteitsveronderstelling’.

Financiering

Welke informatie vraagt de bank momenteel voor een overbruggingsfinanciering?

De banken geven aan mee te willen werken aan het verstrekken van een overbruggingsfinanciering, eventueel met gebruikmaking van de Borgstellingsregeling MKB (BMKB). Om de financieringsaanvraag in behandeling te kunnen en willen nemen stellen ze een aantal voorwaarden. Dit verschilt per bank. Samengevat komen de uitgangspunten van de banken wat betreft de gevraagde informatie op het volgende neer. Alle banken eisen dat ook overige steunmaatregelen zijn aangevraagd om in de liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien. Dat wil zeggen: aanvraag werktijdverkorting/ de nieuwe Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) en uitstel van belastingbetaling. Het doel is ook om zo de behoefte voor overige extern kapitaal zo laag mogelijk te houden.

Banken zetten aflossingen stop voor een periode van maximaal 6 maanden. Maar let op!

Kleinere ondernemingen met een financiering tot € 2,5 miljoen kunnen 6 maanden uitstel krijgen van de aflossing van hun leningen. ABN Amro, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos hebben dat samen besloten. De werkwijze verschilt per bank. ABN Amro zet automatisch de aflossingen stop en je klant moet zich melden als hij dit niet wenst. De bank laat zelfs weten dat het ook de rente betreft. Bij de Rabobank moet je klant zelf actie ondernemen en aangeven dat hij/zij er gebruik van wil maken.
Bedrijven met een financiering hoger dan 2,5 miljoen moeten – evenals particuliere klanten -moeten in contact treden met de bank voor het bespreken van maatwerkoplossingen. Aangezien de werkwijze per bank verschilt is het advies om je klant altijd contact te laten opnemen met zijn/haar bank!
Wat je klant moet doen om de aflossingen tijdelijk op te schorten, hebben we in een overzicht inzichtelijk gemaakt. Je vindt het overzicht in bijlage 2.

Aanvullende informatie toepassing BMKB

Er is aanvullende informatie bekendgemaakt over de toepassing van de verruimde Borgstellingsregeling MKB (BMKB). De maximale looptijd van de regeling is acht kwartalen. De aflossing vindt lineair plaats of ineens aan het einde van de looptijd (bullet-aflossing). De mogelijkheid om per maand of kwartaal af te lossen verschilt per financier en de klant betaalt 3,9% garantieprovisie aan de staat bij het aangaan van de financiering in de BMKB. Is de financiering voor een rechtspersoon? In dat geval wordt geëist dat de meerderheidsaandeelhouder een borgstelling van 10% afgeeft.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)

Deze regeling is sinds 18 maart jl. opengesteld. De banken en andere financiers moeten hiervoor een aanvraag indienen bij de RVO. Je klanten moeten zich wenden tot hun bank of financier.

Verruiming BL-C
Met deze borgstellingsregeling kan een overbruggingskrediet worden gefinancierd tot het maximale borgstellingskrediet per bedrijf van € 1,2 miljoen (bij duurzame/ innovatieve leningen (BL-Plus) € 2,5 miljoen. Als het maximale borgstellingskrediet bijna of geheel is benut, dan daar bovenop nog maximaal € 300.000 aan BL-C krediet worden gefinancierd. De looptijd van het overbruggingskrediet is 8 maanden en er kan lineair worden afgelost of aan het einde van de looptijd. De provisie bedraagt 1% voor starters en 3% voor de overige bedrijven. De borgstelling in de BL-C regeling is 70% van het totaal aan nieuw te verstrekken overbruggingskrediet.

Andere heffingen

Uitstel van betaling van waterschapslasten

Ook de waterschappen hebben steun toegezegd om ondernemers te ondersteunen. Als ondernemers de waterschapsbelastingen niet kunnen betalen, krijgen zij uitstel van betaling. Verschillende waterschappen hebben de invordering van de belastingen zelfs helemaal stopgezet. Ook hebben de waterschappen toegezegd dat zij de facturen die zij binnen krijgen van ondernemers direct, en ruim voor de vervaldatum zullen betalen.

Huurrecht

Coronavirus en huur van bedrijfsruimte – wie draagt de risico’s?

Na de eerdere verplichte bedrijfssluitingen van sportscholen, kinderdagverblijven, de hele horeca etc., dreigt mogelijk ook nog een verplichte winkelsluiting. Voor huurders zal dit leiden tot omzetverlies. De vraag die zich dan zal voordoen, is of er dan recht bestaat op huurverlaging. Volgens het huurrecht bestaat pas recht op huurvermindering als er sprake is van een gebrek. Hieronder moet worden verstaan een toestand of kenmerk van het gehuurde die niet aan de huurder is toe te rekenen en waardoor de huurder niet het genot heeft van de gehuurde ruimte dat hij/zij mocht verwachten. De omstandigheden als gevolg van de Coronacrisis zullen tot het ondernemersrisico worden beschouwd, voorzover de verhuurder niet ook al een beroep op overmacht toekomt. In de veel door verhuurders gebruikte ROZ- modellen is een dergelijk beroep in ieder geval al kansloos. Op grond van de bijpassende algemene voorwaarden is hier een vordering tot huurverlaging uitgesloten bij een gebrek. Kortom, een huurder zal in onderhandeling moeten met een verhuurder om zijn huurprijs (tijdelijk) aan te passen, danwel om termijnbetaling of opschorting te bedingen.

Andere activiteiten in huurpand

Een andere vraag die zou kunnen opkomen is of de huurder die met sluiting wordt geconfronteerd, iets anders kan gaan doen in het huurpand. In de meeste huurovereenkomsten is het doel waarvoor mag worden gehuurd, nauwkeurig omschreven en mag zonder toestemming geen andere bestemming aan het pand worden gegeven. Daarnaast heeft een huurder nog los gezien hiervan, ook te maken met bestemmingsplannen en vergunningen. Kortom, het ontbreekt hier aan een helpende hand van de wet. Veel zal afhangen van de goodwill van de verhuurder. Die zal mogelijk wat toeschietelijker zijn, gezien de (hopelijk) tijdelijke situatie. Een failliete huurder is immers ook niet direct een goed perspectief voor de verhuurder. Partijen zullen dan ook met elkaar in gesprek moeten en dat past in deze crisistijd.

Pensioen

Uitstel van betaling voor pensioenpremies

Ook de betaling van pensioenpremies komt als gevolg van de maatregelen in het kader van het Coronavirus in het gedrang. Daarom hebben afgelopen zaterdag de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars aangegeven dat ook zij een bijdrage willen leveren om acute financiële problemen bij ondernemers op te lossen. Zij geven voor wat betreft de betaling van pensioenpremies drie denkrichtingen aan:

  1. Pensioenuitvoerders treffen met een individuele werkgever een betalingsregeling.
  2. Betalingstermijnen worden voor getroffen sectoren en werkgevers verruimd.
  3. Het invorderingsbeleid wordt minder strikt.

Pensioenuitvoerders lopen bij het ontwikkelen van maatregelen op deze terreinen vast op wettelijke voorschriften (o.a. Pensioenwet en Wet BpF). Het Verbond en de Pensioenfederatie gaan daarom op korte termijn in overleg met DNB en het ministerie van SZW. Op de uitkomst van dat overleg kun je natuurlijk niet in alle gevallen wachten.

Tijdige melding betalingsonmacht
Adviseer werkgevers die aangesloten zijn bij een pensioenfonds die de verschuldigde pensioenpremies niet kunnen betalen om hun betalingsonmacht tijdig melden. Tijdig betekent binnen 14 dagen nadat de premie verschuldigd is geworden. De melding doe je met dit formulier. Dit is hetzelfde formulier dat je gebruikt voor de melding van betalingsonmacht voor belastingen en premies.

Tref een betalingsregeling
Komt de werkgever in de problemen met het betalen van de pensioenpremies? Adviseer hem/haar dan om contact op te nemen met het pensioenfonds waar hij/zij bij is aangesloten of de verzekeraar bij wie hij/zij de pensioenregeling van de werknemers heeft ondergebracht. In overleg kan er mogelijk een betalingsregeling worden getroffen. De pensioenfondsen voor de Horeca & Catering, Detailhandel en de Reisbranche hebben al maatregelen genomen wat betreft de betalingstermijn en incasso van pensioenpremies.

Vroeggepensioneerde zorgverleners opnieuw aan de slag

In veel zorginstellingen wordt momenteel een toenemend beroep gedaan op medewerkers die jaren geleden al met vervroegd pensioen zijn gegaan. Deze mensen hebben destijds niet de bedoeling gehad om weer te gaan werken. Het opnieuw indienstreden in verband met het Coronavirus heeft geen fiscale gevolgen voor hun pensioen. De Belastingdienst heeft aangegeven dat op het moment van vervroegde pensionering niet was te voorzien dat het Coronavirus zou uitbreken en wat daar de gevolgen van zouden zijn. Daarom zijn er geen fiscale gevolgen voor het pensioen van deze mensen.

AVG

Autoriteit Persoonsgegevens versoepelt regels rondom Coronavirus

Waar de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) eerst nog heel strikt stond in de discussie rondom het Coronavirus en privacy, hebben zij dit standpunt nu toch enigszins versoepeld. Zo mag zorgpersoneel alsnog worden gecontroleerd op het Coronavirus. Ook mag oud-zorgpersoneel (al dan niet via een tussenpersoon) actief worden benaderd om (tijdelijk) terug te keren naar zorginstellingen. Daarnaast wordt er meer tijd ingeruimd om vragen van de toezichthouder te beantwoorden en wordt beeldbellen via bijvoorbeeld Skype toegestaan. Maar de boodschap is en blijft: blijf voorzichtig en kritisch met persoonsgegevens omgaan.

De Fiscourant

Inleiding
We hoorden premier Rutte vertellen dat de duur van de beperkende maatregelen zullen worden verlengd. Voor hoelang weten we nog niet. Wel is er ondertussen meer bekend over de verschillende steunmaatregelen. Die staan uiteraard in dit deel 4 van deze Fiscourant Special.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de hoofdlijnen NOW regeling
  • boete bij ontslag na NOW
  • de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
  • het noodloket
  • de aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector
  • het terugvragen van btw bij oninbare debiteuren
  • de aansprakelijkheid vanwege fiscale eenheid btw
  • de overgang van factuurstelsel naar kasstelsel
  • Corona in de jaarrekening
  • het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte
  • de exportkredietverzekering verruimd
  • Corona en alimentatieplicht
  • DUO die een duit in het zakje doet
  • het maken van een 5-stappenplan

Sociale zekerheid

Hoofdlijnen NOW regeling bekend

Minister Koolmees heeft vandaag in een persconferentie de hoofdlijnen van de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud’ (NOW) besproken en gepubliceerd in een brief aan de Tweede Kamer. Hierna een opsomming van deze hoofdlijnen.

Inhoud en doelgroep
De NOW ondersteunt werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% over een aangesloten periode van 3 maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdaling het gevolg is van buitengewone omstandigheden, die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.

De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde ‘fictieve dienstbetrekking’ vallen daarmee wel onder de regeling, maar niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s weer niet.

De regeling geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract voor zover deze werknemers in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.
Ook is de NOW van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals een werknemer met een nulurencontract.Ook payroll- en uitzendwerkgevers komen in aanmerking. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden.

Belangrijke voorwaarden
Aan de NOW zijn, twee belangrijke voorwaarden verbonden:

  1. Er geldt een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden.Dit wil zeggen dat werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom leidt tot een lagere subsidie.
  2. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever doet in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. Als toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% worden in mindering gebracht op de totale loonsom, waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

Berekening tegemoetkoming
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de 3-maandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt van het sociale verzekeringsloon uitgegaan. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd door een vaste opslag van 30% op het sociale verzekeringsloon.
Als loon wordt maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand (derhalve max. € 9.538) per individuele werknemer in aanmerking genomen.

De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Op deze manier blijft het voor werkgevers altijd gunstiger om, waar dat mogelijk is, omzet te blijven genereren.

De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een 3-maandsperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet over heel 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op
1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.
Een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet komt dus niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de NOW. Er wordt ook geen rekening gehouden met het feit dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of door seizoenspatronen.

Voorbeeld
Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000 per maand, ofwel
€ 1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 70.000 per maand, ofwel € 210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:

(€ 1.200.000 / 4) – € 210.000 = 0,30 = 30%
(€ 1.200.000 / 4)

Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak januari 2020, € 50 000 loonsom en een verwachte omzetdaling van 30%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,30 x € 50.000 x 3 x 1,3 x 0,9) =
€ 52.650 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 42.120.

Omzetdaling op concernniveau
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Bij meerdere rechtspersonen gaat het om de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming.

Als een werkgever meerdere loonheffingsnummers heeft en voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal hij per loonheffingsnummer een aanvraag moeten indienen. Wel geeft hij de omzetdaling op die hij voor de gehele onderneming verwacht; bij elke aanvraag vult hij dezelfde omzetdaling en meetperiode in.

Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
Op vrijdag 3 april 2020 wordt definitief vastgesteld of het UWV de NOW vanaf
6 april 2020 kan uitvoeren. Bij de aanvraagprocedure moeten werkgevers, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, de volgende stappen doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei vanwege een omzetdaling van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever geeft de verwachte omzet in de drie maanden van de door hem gekozen meetperiode op en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten en vermeldt hij dat op het aanvraagformulier.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

Voorschot
Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.
Het voorschot is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Hierdoor worden werkgevers van werknemers met een flexibel contract gestimuleerd om het loon door te betalen (voor dezelfde urenomvang). Wordt ervoor gekozen om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de NOW en wordt hierover subsidie ontvangen.
De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.

Beslissing
Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast.
Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.


Pas op! Boete bij ontslag na NOW

Vanochtend is tijdens de persconferentie van minister Koolmees gebleken dat ondernemers die een beroep doen op de NOW, écht geen ontslagen mogen laten vallen. Is een ontslag toch noodzakelijk, bijvoorbeeld om een faillissement te voorkomen? Dan kan de ondernemer een boete verwachten. Dit zal anders zijn bij een ontslag om dringende redenen (het ontslag op staande voet) of andere vormen van ontslag die op geen enkele wijze samenhangen met bedrijfseconomische omstandigheden.


Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) opengesteld

De ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) is opengesteld. De Staatssecretaris van SZW heeft daarbij in haarbriefde voorwaarden bekendgemaakt. Die voorwaarden zijn:

  • de ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij/zij verwacht dat zijn/haar inkomen door de Coronacrisis in de komende drie maanden daalt onder het sociaal minimum;
  • wanneer dit achteraf anders is, moet de ondernemer dit doorgeven aan de gemeente;
  • de ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (1.225 uren per jaar) voor de zelfstandigenaftrek. Bestaat de onderneming korter, dan een jaar dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt;
  • de ondernemer moet ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat de Tozo is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

De Tozo is gebaseerd is op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar de procedure is veel sneller, namelijk 4 weken in plaats van de gebruikelijke 13 weken bij de Bbz. Achter wordt gecontroleerd of de ondernemer terecht gebruik heeft gemaakt van de regeling. De gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

DGA en Tozo
Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat ook een DGA in principe een beroep kan doen op de Tozo, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, volledige zeggenschap en het dragen van de financiële risico’s. De DGA dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn of haar bv vanwege de Coronacrisis geen salaris kan uitbetalen. Voor een aandeelhouder die verzekerd is voor de werknemersverzekering komt de werkgever in aanmerking voor de NOW. Onduidelijk is nog hoe de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling zal toepassen.

Commentaar
Het was bij veel ondernemers nog onduidelijk of een DGA ook onder de Tozo zou vallen. Nu is bevestigd dat dat inderdaad het geval. Niet onlogisch omdat de DGA ook onder de Bbz valt. Voor de inkomensondersteuning moet ook de DGA aangeven dat hij of zij verwacht dat als gevolg van de Coronacrisis het inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn moet ook de DGA dit uit zichzelf doorgeven aan de gemeente en vindt er verrekening plaats.
De vraag is of de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling soepeler zal toepassen. Het zou toch zuur zijn als een DGA die 3 maanden een Tozo-uitkering heeft ontvangen, achteraf alsnog loonheffing moet betalen over het gebruikelijk loon dat zijn bv niet heeft uitbetaald. Tijdens de financiële crisis keurde de staatssecretaris goed dat het gebruikelijk loon over 2009 en 2010 verlaagd mocht worden. Er moest dan wel sprake zijn van een omzetdaling in twee jaar! Nu kan het – hopelijk – zo zijn dat de omzet na drie maanden weer aantrekt, waardoor er achteraf bezien mogelijk wel salaris had kunnen worden uitgekeerd. De Belastingdienst is inmiddels om een standpunt gevraagd.


Noodloket open

Ook de andere steunmaatregel voor ondernemers – de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS, of kortweg het Noodloket) – is opengesteld. Er is een lijst gepubliceerd, waarop de kwalificerende ondernemers staan die aan de hand van hun SBI-codes zijn geselecteerd. Deze lijst wordt nog uitgebreid met ondernemers in de non-foodsector, zoals winkeliers. Zij hoeven hun deuren weliswaar niet te sluiten, maar hebben wel te maken met veel omzetverlies. Dat wordt met name veroorzaakt door de oproep aan mensen om zoveel als mogelijk thuis te blijven en door de instructies van de overheid in het sociale verkeer.
Vallen de hoofdbedrijfsactiviteiten van je cliënten in een van deze sectoren, dan komen zij in beginsel in aanmerking voor deze compensatie in de vorm van een eenmalige gift van € 4.000 voor de eerste nood in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020. Je kunt de aanvraag voor je cliënten doen als zij jou daarvoor machtigen. Hiervoor is een machtigingsformulier ontwikkeld. Deze hoef je niet bij de aanvraag mee te sturen. Jij of je cliënt vraagt de compensatie aan bij rvo.nl uiterlijk tot en met 26 juni 2020, 17.00 uur. De tegemoetkoming wordt tot 1 januari 2021 verstrekt. Voor de aanvraag is een eHerkenning (niveau 1 of hoger) nodig of DigiD.

Voorwaarden
De aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • gegevens over de onderneming, waaronder het KvK-nummer, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op staat van de onderneming;
  • naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon bij de onderneming;
  • een verklaring dat de onderneming geen overheidsbedrijf is;
  • een bevestiging dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond  (verklaring de-minimissteun);
  • een verklaring dat de onderneming op het moment van de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet;
  • een verklaring dat de onderneming in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden;
  • een verklaring dat de onderneming in die periode ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere beschikbare steunmaatregelen ter bestrijding van het Coronacrisis.

De ondernemer krijgt in beginsel binnen twee á drie weken de beslissing over de aanvraag toegezonden. Een toegekende tegemoetkoming kan nog 5 jaar na de verstrekking worden herzien, mocht deze door onjuiste gegevensverstrekking niet in overeenstemming met de beleidsregels zijn verstrekt.


Aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen getroffen om de cultuur- en creatieve sector te ondersteunen. Zo hebben musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf een huuropschorting van drie maanden gekregen. Zij kunnen de huur dus later voldoen. Het kabinet roept provincies en gemeenten op om met vergelijkbare tegemoetkomingen voor deze sector te komen.
Daarnaast krijgen culturele instelling die vallen onder de zogeheten ‘basisinfrastructuur’, nu al de subsidie die zij normaliter pas in het derde kwartaal zouden krijgen. Ook gemeenten onderzoeken of zij op deze manier kunnen omgaan met voorschotten.
Daarnaast laat het ministerie van OCW haar subsidies doorlopen. Deze worden niet gekort als blijkt dat de voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege de Coronacrisis. Ook de rijkscultuurfondsen, gemeenten en provincies volgen deze maatregel. Dir geldt ook voor projectsubsidies en gesubsidieerde activiteiten.

Compensatie verkochte toegangskaarten
Er wordt momenteel nog onderzocht hoe de terugbetaling van verkochte toegangskaarten kan worden vormgegeven. Er wordt vooral gedacht aan het verstrekken van vouchers.


Btw

Terugvragen van btw bij oninbare debiteuren

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw op aangifte worden afgedragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Er bestaat echter recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaald. Die teruggaaf kan via de aangifte worden geclaimd in het tijdvak waarin vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden ontvangen. In die situatie moet dus zekerheid bestaan dat de debiteur niet meer zal betalen. Dat valt niet altijd eenvoudig aan te tonen. Daarom bestaat ook recht op btw-teruggaaf als de debiteur het factuurbedrag nog niet heeft betaald 12 maanden nadat de factuur opeisbaar is geworden. De terug te vragen btw vanwege oninbaarheid, moet worden verwerkt in de aangifte van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, en niet in een later tijdvak.

Hoe verwerk je de btw-teruggaaf
De terug te vragen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve omzet (rubriek 1). De btw wordt weer verschuldigd via de aangifte, voor zover de debiteur na de btw-teruggaaf aan de schuldeiser, alsnog betaalt. Dan moet de schuldeiser de alsnog betaalde omzet in de aangifte vermelden als positieve omzet. Het bedrag van een deelbetaling verspreidt zich overigens over de gehele factuur, zodat in een deelbetaling dus altijd 9/109e of 21/121e aan btw is begrepen.
Overigens moet de debiteur de eerder afgetrokken btw terugbetalen aan de Belastingdienst, voor zover deze btw eerder in aftrek is gebracht. Deze terugbetaling is verschuldigd als vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden betaald maar uiterlijk 12 maanden na de opeisbaarheid. De terug te betalen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve voorbelasting (rubriek 5b).

Tip
Als een debiteur een schuld vanwege een factuur omzet in een lening, dan is daarmee de factuur in beginsel betaald. Deze debiteur hoeft dan geen btw terug te betalen die eerder in aftrek is gebracht. Daarentegen heeft de schuldeiser dan niet meer de mogelijkheid om btw terug te vragen vanwege een oninbare factuur. Kortom, let goed op bij het omzetten van een factuurschuld in een lening, omdat dit gevolgen heeft voor de btw.


Aansprakelijkheid vanwege fiscale eenheid btw

Bij het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw, zijn alle onderdelen hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden. Dat is overigens alleen het geval als de Belastingdienst voor de fiscale eenheid een beschikking heeft afgegeven en dan voor de perioden vanaf ingangsdatum van de fiscale eenheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat een vermogende (tussen)holding het risico loopt voor de btw-schulden van een dochtervennootschap, zoals terugbetalingsverplichtingen btw vanwege niet betaalde facturen.

Fiscale eenheid aanvragen of verbreken
Een fiscale eenheid voor de btw kan – in tegenstelling tot die voor de Vpb – niet zomaar worden beëindigd. Dat betekent dat zeker in tijden van economische neergang, de aanvraag van een fiscale eenheid voor de btw goed moet worden overwogen.
Voor al bestaande fiscale eenheden zou kunnen worden bezien of en hoe de fiscale eenheid kan worden verbroken. Om deel te kunnen uitmaken van een fiscale eenheid is noodzakelijk om btw-ondernemer te zijn. In dat verband zou bijvoorbeeld het ondernemerschap van een topholding kunnen worden beëindigd door de dga op de loonlijst van een werkmaatschappij te plaatsen en de managementovereenkomst tussen holding en werkmaatschappij te beëindigen. Deze move heeft overigens vooral nut als deze tijdig wordt uitgevoerd, dus voordat er achterstanden zijn bij het betalen van facturen en de btw.


Overgang van factuurstelsel naar kasstelsel soms voordelig

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw worden afgedragen in het tijdvak waarin de factuur is uitgereikt. Bij slecht betalende afnemers, kan dat zorgen voor liquiditeitsproblemen. Bepaalde ondernemers zijn wettelijk aangewezen voor toepassing van het kasstelsel, zoals winkeliers, marktkooplui, schoenmakers, kappers, glazenwassers en autorijscholen. Als een ondernemer is aangewezen voor het kasstelsel, dan mag hij/zij toch het factuurstelsel toepassen, mits dat uit de administratie blijkt.

Van factuurstelsel naar kasstelsel
Naast de aangewezen ondernemers, kan het kasstelsel ook door andere ondernemers worden toegepast als deze ondernemers voor minimaal 80% aan niet-ondernemers leveren. Daarvoor moet dan wel een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst. Voor ondernemers die aan de voormelde voorwaarde voldoen én te maken hebben met slecht betalende afnemers, kan overgang naar het kasstelsel dan een liquiditeitsvoordeel opleveren.


Accountancy

Corona in de jaarrekening

Nog even de gevolgen van de crisis voor de jaarrekening op een rijtje. De regels gelden primair voor rechtspersonen die onder BW 2, Titel 9 vallen, maar kunnen richting geven voor jaarrekeningen van andere rechtsvormen. In grote lijnen heb je 4 mogelijkheden:

  1. De crisis heeft geen belangrijke financiële gevolgen voor de onderneming. In dat geval is er geen (verplicht) effect op de jaarrekening;
  2. De crisis heeft belangrijke (positieve of negatieve) financiële gevolgen voor de onderneming, maar een faillissement is niet waarschijnlijk. Of een effect belangrijk is meet je af door in te schatten of de betreffende toelichting over dat effect (of het ontbreken er van) invloed zou hebben op de beslissingen van gebruikers van de jaarrekening. In dat geval moet de betreffende situatie in een sectie ‘Gebeurtenis(sen) na balansdatum’ worden toegelicht. Dit kan in een sectie ‘Overige toelichtingen o.i.d.’, of in het algemene gedeelte van de toelichting. Let op: de gebeurtenissen na balansdatum hoeven niet te worden meegenomen in de publicatiestukken;
  3. De negatieve gevolgen van de crisis brengen ernstige onzekerheid over de continuïteit van de onderneming met zich mee. Als er ernstige onzekerheid over de continuïteit bestaat worden de omstandigheden rond die onzekerheid in de algemene toelichting toegelicht. Deze toelichting wordt ook opgenomen in de publicatiestukken. Van ernstige onzekerheid over de continuïteit is sprake als de onderneming naar verwachting niet meer op eigen kracht aan zijn verplichtingen kan voldoen, maar hiervoor verdergaande medewerking van belanghebbenden nodig heeft, terwijl op het moment van het opmaken van de jaarrekening nog niet vaststaat of die benodigde medewerking zal worden verkregen.
  4. De crisis zal leiden tot discontinuïteit van de onderneming. In dat geval wordt de jaarrekening opgesteld op liquidatiegrondslagen.

Gebeurtenissen die (geen) nieuw licht werpen op de situatie per balansdatum
Ondernemers zullen vaak de neiging hebben om naderend onheil via voorzieningen of afwaarderingen van activa alvast in de jaarrekening van het voorgaande boekjaar mee te nemen. ‘Echte’ gebeurtenissen na balansdatum, dus zonder oorsprong in dat voorgaande boekjaar, werpen echter géén nieuw licht op de situatie per balansdatum. De gevolgen van de gebeurtenissen mogen dan niet cijfermatig in de jaarcijfers worden verwerkt, maar alleen tekstueel worden toegelicht. Dit is uiteraard niet het geval als de jaarrekening op liquidatiewaarde moet worden opgemaakt.

Toelichting jaarrekeningen van micro rechtspersonen
Een micro-rechtspersoon hoeft zowel bij de inrichtingsjaarrekening als bij de publicatiestukken normaliter geen specifieke toelichting op te nemen, op een enkel element na zoals (indien relevant) het feit dat fiscale grondslagen worden gehanteerd. Maar uitzonderlijke situaties zoals het bestaan van ernstige onzekerheid of het hanteren van liquidatiegrondslagen moeten wél worden toegelicht.


Huurrecht

Het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte; wie draagt de risico’s (2)?

In de vorige Fiscourant special ben je al geïnformeerd over de (on)mogelijkheden van huurders om op grond van de wettelijke bepalingen onder hun huurverplichtingen uit te komen. Zij zullen dan ook met hun verhuurders om de tafel moeten om afspraken te maken over uitstel van betaling. Voor veel huurders zal dit niet genoeg zijn en zij zullen zelfs moeten aandringen om de huur (al dan niet gedeeltelijk) kwijt te schelden over een bepaalde periode. Niet alle verhuurders zijn hiervoor gevoelig. In de landelijke pers verschijnen inmiddels berichten dat verhuurders hun huurders nul op het rekest geven en verwijzen naar hun eigen getroffen belangen. Er zijn ook verhuurders die een stapje verder gaan en een voorstel doen om akkoord te gaan met beëindiging van de huur, waarbij binnen enkele dagen moet worden ingestemd. Indien de huurder negatief reageert vervalt het aanbod. Dit gebeurt vooral in gevallen waarbij een lage huur wordt betaald. Verhuurders ruiken hun kans om nieuwe contracten te sluiten voor hogere huurprijzen (waarbij uiteraard maar moet worden afgewacht of dit gezien de economische crisis zo’n verstandige beslissing is). Vooral Horeca Nederland maakt zich ernstige zorgen en overlegd met grote partijen (bierbrouwers) over regelingen. Het is uiteraard sterk de vraag of verhuurders niet betalende huurders op korte termijn uit hun panden kunnen krijgen. Een reden voor beëindiging van de huur is een huurachterstand van tenminste 3 maanden. Het is de vraag of rechters dit uitgangspunt verder zullen oprekken als op deze grond om ontbinding van de huurovereenkomst wordt gevraagd. Hoewel rechtbanken op dit moment ook hun deuren hebben gesloten, kan er wel schriftelijk worden geprocedeerd.


Internationale handel

Exportkredietverzekering verruimd

Nederlandse bedrijven expoteren veel naar het buitenland. Ongeveer 30% van het nationaal inkomen komt uit de buitenlandse handel. Door de Coronacrisis hebben zij nu problemen met de toeleveringen uit het buitenland, belemmeringen aan de grens en met meer risico dat handelspartners de rekeningen niet betalen. Daarom wordt de exportkredietverzekering verruimd, zodat meer risico’s van bedrijven wordt afgedekt door de overheid. De verruiming houdt in dat:

  • ook kortlopende exportkredieten (korter dan 2 jaar) onder de dekking vallen;
  • de procedure van de exportkredietverzekering wordt verruimd en versneld; en
  • meer landen vallen onder de dekking.

Particulieren

Corona en alimentatieplicht

Veel ouders kunnen door wegvallende inkomsten op dit moment inderdaad niet meer aan de eens vastgestelde alimentatieverplichting voldoen. Zij zijn bijvoorbeeld een ondernemer en zien dat hun onderneming voorlopig noodgedwongen gesloten blijft. Of ze zijn ondanks de oproep aan werkgevers toch hun baan verloren en hebben op korte termijn geen reëel uitzicht op een andere functie. Op zo’n moment is het als ouders goed om met elkaar in gesprek te gaan. Geven deze gesprekken niet het gewenste resultaat, dan kan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Dit dient altijd door een advocaat te worden begeleid. Wordt er niets geregeld, dan blijft in de regel het eerder overeengekomen bedrag verschuldigd en kan de ontvangende ouder het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen om betaling af te dwingen.

Ook DUO doet een duit in het zakje

Ook de Dienst uitvoering onderwijs (DUO) komt studenten en ex-studenten tegemoet die door de Coronacrisis in betalingsnood zijn gekomen. Studenten met studiefinanciering, kunnen gebruikmaken van de volgende al bestaande mogelijkheden:

  • Als de student nog niet aan zijn/haar leenmaximum zit, kan de student (tijdelijk) bijlenen met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar;
  • De student kan mogelijk alsnog een aanvullende beurs aanvragen met terugwerkende kracht tot het begin van dit studiejaar. Dit hangt af van het inkomen van de ouders;
  • Mocht de studente al een aanvullende beurs hebben en de ouders hebben in 2020 minder inkomen, dan kan de student het peiljaar laten verleggen naar 2020. Daardoor krijgt hij/zij meer aanvullende beurs;
  • Studeert de student aan een hbo of universiteit, dan kun hij/zij een collegegeldkrediet krijgen. Dit is een extra leenoptie voor het collegegeld.

De ex-student die zijn studiefinanciering aan het terugbetalen is, kan van de volgende bestaande mogelijkheden gebruikmaken om de betalingsproblemen te verlichten:

  • Hij/zij kan een aflosvrije periode aanvragen van maximaal vijf jaar. Heeft de ex-student deze mogelijkheid al benut of een andere betalingsregeling getroffen? In dat geval gaat DUO minder strikt om met de terugbetalingsplicht;
  • Ook voor de ex-student bestaat de mogelijkheid om bij een inkomensdaling in 2020 het peiljaar te laten verleggen naar 2020. Je aflossingsbedrag wordt dan lager.

Crisismanagement

Maak een 5-stappenplan

Om deze crisistijd goed door te komen voegen we een 5-stappenplan bij voor crisismanagement:

  1. Stel een crisisteam samen. Niet te groot, niet te klein. Zij trekken de kar. Zij bepalen. Voor democratie is weinig ruimte. Er kunnen ook externe sleutelfiguren inzitten. Wie mag meedenken, wie mag meepraten, wie mag meebeslissen en wie mag mee uitvoeren. Dat zijn vier verschillende functies/rollen. Bepaal de hiërarchische lijn. Bij te veel twijfel of een te lange doorlooptijd is er één beslisser: ‘de bruut’.
  2. Bepaal zo exact mogelijk de bedreigingen die op het bedrijf afkomen. Met welke onorthodoxe maatregelen kunnen deze bedreigingen het beste worden aangepakt (denk eraan: anderen hoeven u niet ‘aardig’ te vinden).
  3. Maak een communicatieplan. Eén voor intern en één voor extern. Communiceer steeds eenduidig en bij voorkeur volgens een vaste methode, op vaste wijze, op vaste tijdstippen, etc. Herhaal. Zorg dat eerdere communicatie terug te vinden is op een vaste plek. Straal oplossingen uit. Geen problemen of knelpunten. Noem bij problemen en knelpunten altijd oplossingen, oplossingsrichtingen en alternatieven. De woorden ‘kan niet’ moeten altijd opgevolgd woorden door alternatieven (ook als ze van mindere kwaliteit zijn).
  4. Bepaal de middelen die nodig zijn om aan het (crisis)werk te kunnen beginnen. Wat is nodig aan middelen (spullen, geld, tijd etc.). Maak dat onmiddellijk vrij. Een zekere bruutheid kan onvermijdelijk zijn.
  5. Straal stelligheid, vriendelijkheid, kans-rijkheid, hoop en oplossingsgerichtheid uit. Dat is er namelijk allemaal altijd. Ook als het (nog) niet zichtbaar is. Deel doorlopend succesjes. Anderen zien jou als (lichtgevend) baken.

De Fiscourant

Inleiding

We weten inmiddels dat de beperkende maatregelen in elk geval nog tot 28 april a.s. van kracht blijven. Premier Rutte gaat er bovendien al vanuit dat we ook daarna de teugels nog niet kunnen laten vieren. Hoe lang het ook gaat duren, wij blijven je onder meer met de Fiscourant Specials steeds informeren over de laatste ontwikkelingen. Zo ook met dit deel 5.
En ook nu zitten onze adviseurs weer klaar om je vragen te beantwoorden.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de openstelling van de NOW-regeling
  • de loondoorbetaling NOW bij oproep- en min-maxcontraten
  • de NOW-aanvraag en DGA-loon
  • de NOW-regeling en buitenlandse bedrijven met in Nederland verzekerde werknemers
  • de TOZO en internationale situaties
  • de accountantsverklaring en de NOW-regeling
  • het bijzonder uitstel van betaling aanvragen nog soepeler
  • het deblokkeren van de g-rekening
  • het uitstel voor WBSO-mededeling
  • de voorwaarden van ACM aan voucherregelingen
  • het delen van Cliëntgegevens via de digitale snelweg
  • het uitstel bij betalingsproblemen hypotheeklasten

Sociale Zekerheid

NOW-regeling opengesteld

De NOW-regeling is afgelopen maandag 6 april opengesteld. Je klant kan je machtigen om de NOW-aanvraag voor hem/haar te doen. Je kunt hiervoor deze volmacht gebruiken. Je kunt de subsidie krijgen voor de loonkosten van je cliënt over een periode van 3 maanden.  Houd vooraf de volgende gegevens bij de hand:

  • de bedrijfsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mail en gegevens contactpersoon;
  • als je klant werktijdverkorting heeft aangevraagd: het zaaknummer. Dit staat op de ontvangstbevestiging van het Ministerie SZW en bestaat uit 5 of 6 cijfers*);
  • het loonheffingennummer: voor ieder loonheffingennummer moet je een aparte aanvraag indienen;
  • de 3 maanden waarover je cliënt minstens 20% omzetverlies verwacht. Je kunt kiezen uit de perioden maart t/m mei 2020, april t/m juni 2020 en mei t/m juni 2020. Je moet vooraf de periode in 2020 kiezen, waarover je het percentage van het omzetverlies wilt bepalen;
  • het verwachte percentage omzetverlies in die periode. Hoe hoger het percentage omzetverlies, hoe hoger de subsidie zal zijn. Schat het percentage omzetverlies – voor zover dat nu mogelijk is – zo realistisch mogelijk in om latere terugvordering van subsidie te voorkomen. Je kunt ons rekenmodel gebruiken om het voorschot en de te verwachten definitieve afrekening van de subsidie te berekenen;
  • het bankrekeningnummer en de tenaamstelling: dit moet het rekeningnummer zijn dat de Belastingdienst gebruikt om te veel betaalde loonheffingen aan je cliënt terug te betalen. De subsidie wordt alleen naar dat rekeningnummer overgemaakt. Let op! Er kan, in beginsel, alleen een Nederlands adres en rekeningnummer worden opgegeven;
  • andere basisbenodigdheden voor de aanvraag zijn een printer, een scanner (of telefoon met een scanfunctie) en een scan van het bankafschrift van het hiervoor genoemde bankrekeningnummer (of een schermafbeelding van het online bankrekeningoverzicht).

*) Werktijdverkorting aangevraagd of niet en bedrijfseconomisch ontslag

  • Heeft je cliënt al een ontheffing voor werktijdverkorting aangevraagd, waarop op 2 april 2020 (de datum van inwerkingtreding van de NOW-regeling) nog niet was beslist? Hij/zij wordt dan geacht een NOW-aanvraag te hebben ingediend.
  • Heeft je cliënt een ontheffing voor werktijdverkorting aangevraagd en daarnaast na 17 maart 2020 ook verzoeken om bedrijfseconomisch ontslag voor werknemers ingediend? In dat geval kunnen de ingediende verzoeken om bedrijfseconomisch ontslag nog uiterlijk op 8 april 2020 worden ingetrokken (zie ons eerdere bericht in de Fiscasus Arbeid en Recht van afgelopen vrijdag 4 april). Wordt dit niet of niet tijdig gedaan, dan zal later de definitieve NOW-subsidie lager worden vastgesteld en kan een terugvordering van subsidie plaatsvinden.
  • Heeft je cliënt geen werktijdverkorting aangevraagd, maar wel na 17 maart 2020 verzoeken om bedrijfseconomisch ontslag voor werknemers ingediend? Dan krijgt hij/zij de gelegenheid om binnen 5 werkdagen na het indienen van de NOW-aanvraag, de verzoeken om bedrijfseconomisch ontslag in te trekken. Wordt dit niet of niet tijdig gedaan, dan zal later de definitieve NOW-subsidie lager worden vastgesteld en kan terugvordering van subsidie plaatsvinden.

Het indienen van de aanvraag om NOW
De aanvraag dien je in met het NOW-formulier. Let op! De aanvraag kan slechts éénmaal worden ingediend, dus wees zorgvuldig. Je cliënt heeft geen eHerkenning of andere authenticatie nodig, maar alleen het loonheffingennummer. Mocht er op de website van het UWV een storing optreden, bijvoorbeeld door het grote aantal aanvragen, dan kan je het later nog eens proberen. Een aanvraag kan worden ingediend van 6 april tot en met 31 mei 2020, ongeacht de 3 gekozen maanden. Vul het formulier in en controleer of je alle gegevens juist heeft ingevuld.

Let op:
Op de aanvraag moet een intentieverklaring worden ondertekend. Hiermee verklaar je dat:

  • je de juiste informatie hebt ingevuld en volledig bent geweest;
  • je begrijpt en accepteert dat de bepalingen vanuit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op de aanvraag;
  • je bevoegd bent om het bedrijf van je cliënt te vertegenwoordigen;
  • er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd;
  • je akkoord bent met het opslaan en het verwerken van de gegevens volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG);
  • bij de definitieve afrekening kan de meetperiode van de omzetdaling, die de werkgever bij de aanvraag van het voorschot heeft gekozen, niet meer worden aangepast. Eenmaal gekozen is gekozen. Denk dus goed na over de meetperiode bij de aanvraag!

Nadat het formulier juist is ingevuld, download je het en je drukt het af. Vervolgens vermeld je er je naam op, de datum van ondertekening en je handtekening. Let op! Het UWV neemt alleen ondertekende formulieren in behandeling. Maak daarna scans van het ondertekende formulier en van het afschrift van het genoemde bankrekeningnummer en sla een pdf-versie van de scans op (mag ook als jpeg-, jpg- of png-bestand). Het bestand mag maximaal 4MB groot zijn. Upload de scan van een kopie van het bankafschrift van het hiervoor genoemde rekeningnummer (of van een schermafbeelding van het online bankrekeningoverzicht). Het bankrekeningnummer en de naam van de rekeninghouder moeten goed op de scan zichtbaar zijn. De overige gegevens mag je zwart maken. Upload vervolgens het gescande formulier.
Druk op ‘Aanvraag indienen’ om het formulier en het afschrift van de genoemde bankrekening te versturen. Het formulier met de bijlagen is nu verzonden. Als je 10 minuten lang niets in het formulier doet, krijg je een melding met de vraag of je door wilt gaan of wilt stoppen. Na 120 minuten word je automatisch uitgelogd.

Voorschot
Het UWV streeft ernaar om binnen 2 tot 4 weken na de aanvraag een voorschot op de subsidie te betalen. Is de ingediende aanvraag niet compleet? Dan zal het UWV je in de gelegenheid stellen om de aanvraag binnen 4 weken compleet te maken. Er zal dan uiteraard vertraging in de uitbetaling optreden. Het UWV neemt binnen 13 weken na ontvangst van de complete aanvraag een subsidiebeschikking, waarin het voorschot op de subsidie is vermeld. Tegen die beschikking kan je binnen 6 weken na de datum van de beschikking bezwaar maken.


NOW en loondoorbetaling bij oproep- en min-max-contracten?

De overheid wil met de NOW-regeling onder meer dat werkgevers tijdens de subsidieperiode ook oproepkrachten in dienst houden en dat min-max-contracten in stand blijven. Volgens de Minister zouden ook uitzendondernemingen een nieuw contract voor de subsidieperiode kunnen aanbieden aan uitzendkrachten in fase 1 of 2, van wie door het uitzendbeding de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Voordat werkgevers de oproep van de Minister opvolgen, attenderen we je op de volgende aandachtspunten.

1. Ketenregeling
Ten eerste moet worden beoordeeld of de (hernieuwde) voortzetting van het dienstverband kan plaatsvinden binnen een bestaande arbeidsovereenkomst. Of dat een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet worden aangeboden, die na 36 maanden werken en/of 3 eerdere arbeidsovereenkomsten (de ketenregeling) van rechtswege zou kunnen veranderen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De NOW maakt immers geen uitzondering op de ketenregeling. De werkgever zou dan na de subsidieperiode aan de werknemer en het bijbehorende loon (zonder subsidie) ‘vast’ zitten, zonder dat er uitzicht is op snel herstel van het werkaanbod.

2. Hoogte doorbetaald loon
Ten tweede doet zich de vraag voor wat de hoogte zou moeten zijn van het tijdens de subsidieperiode door te betalen loon aan oproepkrachten en medewerkers met nul-uren en min-max-contracten. Bij min-max-contracten is dit het overeengekomen loon voor het minimum aantal uren. Bij oproepkrachten en krachten met nul-urencontracten die langer dan 6 maanden bij de werkgever in dienst zijn (geweest), is dit het gemiddelde loon over de laatste 3 maanden. Is dit loon niet representatief, dan is dit het gemiddelde loon over de laatste 12 maanden. Bij oproepkrachten en medewerkers met nul-urencontracten die minder dan 6 maanden bij de werkgever hebben gewerkt, kan het door te betalen loon worden gebaseerd op het gemiddelde loon over de laatste 3 maanden. Dit is conform het rechtsvermoeden van de omvang van een arbeidsovereenkomst, of – indien er nog geen 3 maanden is gewerkt – het laatste loontijdvak. Daarmee lijkt, arbeidsrechtelijk gezien, de vraag wel oplosbaar maar de NOW brengt nog een belangrijke beperking aan.

Een belangrijk argument van de Minister bij de oproep aan werkgever om tijdelijke krachten tijdens de subsidieperiode in dienst te houden, is dat werkgevers bij 20% of meer omzetverlies 90% van de loonkosten krijgen vergoed. Dat is echter volgens de NOW-regeling slechts het geval als de tijdens 1 maart t/m 31 mei 2020 door te betalen loonsom niet hoger is dan de in januari 2020 betaalde loonsom. Is dat wel het geval, dan krijgt de werkgever niet meer subsidie.

DGA-loon en NOW-aanvraag

Moet bij een NOW-aanvraag het loon van een dga worden meegeteld voor de loonsom, die mede de hoogte van de subsidie bepaald? Dit is een veel gestelde vraag.
De NOW-regeling neemt het SV-loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als uitgangspunt voor het bepalen van de loonsom. Daarom telt het loon van een dga slechts mee als de dga is verzekerd voor de sociale werknemersverzekeringswetten in Nederland. In de meeste gevallen zal het loon van de dga niet meetellen, omdat hij/zij voor de genoemde wetten niet verplicht verzekerd is. Het loon van vrijwillig verzekerden voor de genoemde wetten telt ook niet mee. Een vrijwillige verzekering voor de dga in de zin van de Ziektewet heeft geen zin, omdat zijn bv bij ziekte verplicht is om het loon aan de dga door te betalen. In de visie van de overheid voldoet de NOW op dit punt aan het uitgangspunt om met de NOW-subsidie te voorkomen dat werknemers worden ontslagen, voor wie premies krachtens de Wet financiering sociale verzekeringen zijn betaald.

Aanpassen gebruikelijk loon in 2020 toegestaan
Als de Coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, mogen de bv en de aanmerkelijkbelanghouder gedurende 2020 tijdelijk wel een lager maandloon afspreken. Het loon dat al is genoten over verstreken perioden in het jaar 2020 mag echter niet worden teruggedraaid. Aan het einde van het jaar stelt de bv het gebruikelijk jaarloon voor 2020 vast en vermeldt dit in de aangifte loonheffingen. Op dat moment is duidelijker wat de impact van de Coronacrisis is op de bv. Als de bv te weinig loon heeft betaald, moet de bv het verschil als loon aangeven en daarover loonheffingen berekenen. Er is geen verzoek om instemming van – of vooroverleg met – de Belastingdienst nodig.


TOZO en internationale situaties

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO-regeling) is geënt op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) 2004. Dit besluit voorziet ook in de mogelijkheid om een lening wegens liquiditeitsproblemen te verstrekken aan een in Nederland wonende ondernemer van wie het bedrijf in het buitenland is gevestigd en die zich uit hoofde van zijn bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevindt. Ook is het mogelijk dat de ondernemer in het buitenland woont, maar zijn bedrijf (hoofdzakelijk) in Nederland uitoefent. In beginsel kan een zelfstandige met een onderneming in Nederland die in het buitenland woont, in het woonland een beroep doen op sociale bijstand.
De Staatssecretaris van SZW heeft toegezegd, de mogelijkheden te onderzoeken om ondernemers in deze internationale situaties toch in aanmerking te laten komen voor de TOZO-regeling. Voorlopig is dit niet mogelijk.


Accountancy

Accountantsverklaring en de NOW-regeling

In de NOW-regeling is vastgelegd dat binnen 24 weken na het verstrijken van de 3-maandsperiode afgerekend moet worden. In een aantal gevallen moet bij het vaststellingsverzoek een accountantsverklaring worden meegezonden. Momenteel is de NBA met het ministerie van SZW in gesprek over de precieze invulling van die eis. Er is bewust gekozen voor de term accountantsverklaring. Dit betekent dat er behalve controleverklaringen ook andersoortige verklaringen kunnen worden afgegeven.

Wel of geen accountantsverklaring
Een zogenaamde assurance-opdracht met de bijkomende uitgebreide werkzaamheden en dossiervorming (en ook specifieke eisen aan de organisatie c.q. het kwaliteitssysteem van het betreffende accountantskantoor) zal voor kleinere bedrijven een relatief zware kostenpost opleveren. Daarom zal beneden een bepaalde omzetgrens een samenstellingsverklaring waarschijnlijk toereikend zijn. En bij nog kleinere subsidiebedragen (of voor ondernemingen met een heel kleine loonsom) zal – zoals het nu lijkt – helemaal geen accountantsverklaring worden geëist als het omzetverlies op een andere wijze voldoende aannemelijk kan worden gemaakt.
Binnen 4 weken na publicatie van de NOW-regeling komt er waarschijnlijk duidelijkheid over de omzetgrenzen en over welke soort accountantsverklaring vereist is of dat een vrijstelling van toepassing is.

Ondersteuning door onze accountant
In de regeling wordt verwezen naar de Wet op het Accountantsberoep, dus het betreft specifiek een (AA of RA) accountant. Veel niet-accountants hebben hiervoor een lijntje met een bevriend accountantskantoor. Is dit niet het geval, dan kun je uiteraard een beroep doen op de onze accountant. Dit geldt ook voor accountantskantoren die er voor hebben gekozen geen assuranceopdrachten te accepteren.


Fiscaliteit en loonheffingen

Nog soepeler bijzonder uitstel van betaling aanvragen

Voor wie ons bericht van vorige week heeft gemist, hierbij de link waarmee de ondernemer die is getroffen door de Coronacrisis tot in elk geval 19 juni 2020 sneller en eenvoudiger bijzonder uitstel van betaling kan aanvragen. De ondernemer logt hiervoor in met zijn/haar DigiD. Hij/zij krijgt dan niet alleen uitstel van betaling voor de bestaande belastingschuld, maar ook voor de schulden die er in de 3 daaropvolgende maanden bijkomen. Ondernemers moeten wel tijdig aangifte blijven doen.

Ook voor andere belastingen
Het bijzonder uitstel is bovendien uitgebreid naar andere belastingsoorten. Naast de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonheffing, kan er nu ook versoepeld uitstel van betaling worden aangevraagd voor de kansspelbelasting, accijnzen, de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, de assurantiebelasting, de verhuurderheffing, de energiebelasting en andere milieubelastingen (en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland).
Hierbij merken we op dat voor de energiebelasting een aparte regeling is getroffen, zodat het uitstel ook voordeel oplevert voor de afnemers van elektriciteit en aardgas die in financiële problemen zijn gekomen, zoals de sierteelt. De meeste energieleveranciers zullen daardoor in april, mei en juni 2020 geen energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE) of btw in rekening brengen aan bedrijven die maandelijks een factuur ontvangen over het werkelijke verbruik. In oktober 2020 wordt met een aanvullende factuur de energiebelasting en ODE verhoogd met de btw.
Kleine energieleveranciers zullen naar verwachting om uitvoeringstechnische redenen niet deelnemen aan deze afzonderlijke regeling.

Langer uitstel aanvragen ook versoepeld
Ondernemers met een belastingschuld lager dan € 20.000 kunnen langer dan 3 maanden uitstel aanvragen onder versoepelde voorwaarden. Zij moeten bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat de omzetcijfers of de bestellingen/reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden.
Ondernemers met een hogere belastingschuld dan € 20.000 moeten aan de Belastingdienst een verklaring van een derde deskundige, zoals een accountant of brancheorganisatie, overleggen om langer dan 3 maanden uitstel te kunnen krijgen. Er wordt nog gewerkt aan vereenvoudiging van deze aanvraagprocedure. Houd de website van de Belastingdienst hiervoor in de gaten.


Deblokkeren g-rekening

Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren en gebruikmaken van g-rekeningen, kunnen bij de Belastingdienst verzoeken om deze g-rekeningen te deblokkeren. Daarmee kan onder normale omstandigheden alleen het overschot worden vrijgegeven. Maar aan ondernemers die geraakt zijn door de Coronacrisis, zoals de bouwondernemers en de uitzendbranche, worden nu tijdelijk ook bedragen vrijgegeven die zijn gereserveerd voor de loonheffing en btw.


Uitstel voor WBSO-mededeling

Heeft jouw cliënt in 2019 gebruikgemaakt van de WBSO? In dat geval zou hij/zij voor 1 april jl. het aantal gerealiseerde S&O-uren (en de eventueel gemaakte kosten en uitgaven) moeten hebben opgegeven aan de RVO. Als dat door de Coronacrisis niet is gelukt, dan kan dit alsnog tot en met 15 juni 2020. De mededeling wordt dan niet als te laat aangemerkt en er wordt geen boete opgelegd.

WBSO- en NOW-regeling
De nieuwe NOW-regeling voor werkgevers mag gecombineerd worden met de WBSO-regeling. Zo ontvangt je cliënt vanuit de NOW een tegemoetkoming in de loonkosten en met de WBSO een tegemoetkoming in de af te dragen loonheffing. Op deze manier snijdt het mes aan twee kanten!


Ondernemingsrecht

ACM stelt voorwaarden aan voucherregelingen

Verschillende branches stellen voucherregelingen op voor consumenten die recht hebben op terugbetaling van een (aan)betaling voor een niet verrichte dienst of een niet geleverd goed. De consumenten krijgen op grond van de voucherregelingen een voucher of tegoedbon aangeboden in plaats van terugbetaling. Om te zorgen dat de branches regelingen opstellen die rekening houden met zowel het consumenten-belang als met het ondernemersbelang, heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) uitgangspunten geformuleerd, waaraan die voucherregelingen zouden moeten voldoen. Die uitgangspunten zijn:

  • het wettelijk recht van de consument op terugbetaling bij annuleringen blijft uitgangspunt;
  • de voucher moet een volwaardige vervanging zijn voor de consument, bijvoorbeeld een latere levering van het goed of de dienst of een vergelijkbaar product of dienst;
  • de voucher moet een redelijke geldigheidsduur hebben, bijvoorbeeld twaalf maanden;
  • wordt de voucher niet helemaal besteed, dan wordt het restbedrag aan de consument uitbetaald zonder dat hij/zij daar iets voor hoeft te doen;
  • de voucher moet ook de eerder betaalde reserverings- en administratiekosten e.d. vergoeden;
  • consumenten die hebben aanbetaald, hoeven geen aanvullende betaling te doen als de ondernemer de overeenkomst niet kan nakomen. Zij krijgen een voucher voor het aanbetaalde bedrag.

De vouchers moeten bij voorkeur gedekt zijn door een garantiefonds of een vergelijkbare partij. Dit geeft de consument zekerheid dat de ondernemer de verplichting nakomt die is verbonden aan de voucher. Is er geen dekking, dan kan de voucher ook overdraagbaar gemaakt worden, zodat de consument de voucher eventueel kan doorverkopen. De ACM geeft aan niet te zullen optreden tegen ondernemers die een voucherregeling aanbieden die aan deze uitgangspunten voldoet en die zich aan deze regeling houden.


AVG

Cliëntgegevens delen via de digitale snelweg – wat moet je regelen?

Veel overlegmomenten zijn van een fysieke bijeenkomst gewijzigd in een meeting via de digitale snelweg. Dit kan bestaan uit videobellen. Ook wordt er meer dan gebruikelijk informatie gedeeld via WhatsApp en via chatfuncties. Bij hoge uitzondering acht de Autoriteit Persoonsgegevens dit akkoord, waarbij zorgvuldigheid voorop staat. Hierbij moet je denken aan:

  • Vraag toestemming van de persoon met wie contact wordt gelegd;
  • Controleer de privacyverklaring van de aanbieder en controleer ook de veiligheid van de verbinding;
  • Deel geen privacygevoelige informatie in de chat, maar stuur deze op veilige wijze vooraf toe;
  • Neem (video)gesprekken niet op, als je dat in een reguliere situatie ook niet zou doen;
  • Wis uitgewisselde informatie en chatgesprekken waar mogelijk na ieder gesprek;
  • Bespreek zo min mogelijk namen van cliënten, maar verwijs naar geanonimiseerde informatie.
  • Breid je informatievoorziening uit en leg bijvoorbeeld in je privacyverklaring vast dat je gebruik maakt van digitale faciliteiten.

Particulieren

Uitstel bij betalingsproblemen hypotheeklasten

Hoewel de meeste steunmaatregelen zijn getroffen voor ondernemers en werkgevers, worden ook particulieren met betalingsproblemen hier en daar tegenmoet gekomen. Heeft je cliënt problemen met het tijdig betalen van de hypotheeklasten? Adviseer hem/haar dan om contact op te nemen met zijn/haar bank. Banken hebben toegezegd om bij de concrete situatie passende oplossingen aan te bieden. Sommige grote banken bieden drie maanden uitstel aan als de betaalproblemen door de Coronacrisis worden veroorzaakt. Uw cliënt hoeft dan ook geen (extra) kosten of vertragingsrente te betalen. Ook het gedeeltelijk betalen van hypotheeklasten behoort soms tot de mogelijkheden. Uiteraard moet uw cliënt de achterstallige betalingen later wel inhalen.


De Fiscourant

Inleiding

De ontwikkelingen volgen elkaar momenteel razendsnel op. Vandaar dat u nu al de volgende Fiscourant Special van ons ontvangt. Dinsdag komen we weer met een special Maatregelen Coronavirus om u en uw klanten verder te informeren over de nieuwe ontwikkelingen.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de lijst SBI-codes TOGS-regeling nog verder uitgebreid
  • TOGS uitgebreid voor ondernemers met bedrijf aan huis
  • de verkeerde SBI-code
  • TOGS – wat valt onder de vaste lasten?
  • Zorgverzekeraars ondersteunen zorgaanbieders
  • de doorwerkende AOW’er en NOW
  • de NOW en buitenlandse bedrijven met in Nederland verzekerde werknemers
  • het formulier uitstel van betaling uitgebreid
  • geen melding betalingsonmacht meer nodig naast verzoek uitstel van betaling
  • verlening tijdelijke verhuur woonruimte tijdens coronacrisis
  • de lagere premie BMKB-regeling
  • het specifiek krediet voor innovatieve bedrijven
  • de verdere verruiming GO-regeling
  • de nieuwe extra garantieregeling voor leverancierskredieten
  • de liquiditeitsbehoefte duideliik in beeld!

Sociale Zekerheid

Lijst SBI-codes TOGS-regeling nog verder uitgebreid

De lijst met ondernemers die in aanmerking komen voor de TOGS-regeling / het Noodloket is verder uitgebreid. Onder meer ook kleine MKB-winkeliers in de food, de dienstverlening zoals taxibedrijven en praktijken voor tandartsen, fysiotherapeuten en toeleveranciers van eet- en drinkgelegenheden of (culturele) evenementen, kunnen de eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 aanvragen. Maar ook zeil- en surfscholen en uitzendbureaus komen nu in aanmerking voor de regeling.

TOGS uitgebreid voor ondernemers met bedrijf aan huis

De TOGS-regeling/het Noodloket richt zich oorspronkelijk op ondernemers met omvangrijke vaste lasten. Daarbij worden deze lasten veroorzaakt door een fysieke vestiging of door fysieke productiemiddelen die los staan van de eigen woning en die essentieel zijn voor de bedrijfsvoering. Maar er zijn sectoren waarbij er significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning plaatsvindt. Denk aan een manege die achter de woning is gelegen, een kapperszaak of schoonheidssalon aan huis of aan rijschoolhouders die vanuit huis hun onderneming drijven. Deze ondernemers waren tot voor kort uitgesloten van de TOGS-regeling, maar daarin is nu verandering gekomen. Ook ondernemers met een bedrijf aan huis kunnen nu een beroep doen op de TOGS-regeling. Er geldt wel een extra voorwaarde. Zij moeten namelijk met een verklaring aannemelijk maken dat hun bedrijfsactiviteiten een minimale omvang hebben. Heeft je klant als ondernemer een fysieke inrichting buiten de eigen woning, dan is zo’n verklaring niet nodig.

Verkeerde SBI-code

Ondernemers die op basis van hun hoofdactiviteit menen in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming op grond van de TOGS-regeling, maar onder de verkeerde SBI-code zijn geregistreerd, kunnen dit melden bij RVO. Die beoordeelt elk geval op redelijkheid en billijkheid of toetst de activiteiten aan de economische activiteit waarmee de ondernemer staat ingeschreven in het Handelsregister.

TOGS – wat valt onder de vaste lasten?

De TOGS-regeling/het Noodloket stelt als voorwaarde dat er in de periode van 16 maart tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan vaste lasten te verwachten zijn. Maar waar bestaan deze vaste lasten nu eigenlijk uit? Wij hebben met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gebeld en ook zij hebben (nog) geen overzicht van lasten die wel en niet meetellen. Wel konden zij aangeven dat de geest van de regeling is dat het kosten moeten zijn die samenhangen met het pand, denk aan elektriciteit, water, huur en belastingen, zoals afvalstoffenheffingen of wellicht ook met vervoermiddelen. Andere lasten of lasten die niet aan de genoemde periode toe te rekenen zijn, zullen naar verwachting niet meetellen.

Zorgverzekeraars ondersteunen zorgaanbieders

Zorgverzekeraars gaan vanaf 1 mei 2020 zorgaanbieders financieel ondersteunen. Dat heeft koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bekendgemaakt. Zorgaanbieders die niet direct betrokken zijn bij de zorg voor coronapatiënten, maar wel omzetverlies lijden door de coronacrisis, komen in aanmerking voor de ondersteuning. Denk aan laboratoria, mondzorg, kaamzorg, fysio-, oefen- en ergotherapeuten, maar ook de wijkverpleging, het zittend ziekenvervoer en de zelfstandige behandelcentra in de medisch-specialistische zorg. Zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders kunnen van de ondersteuning gebruik maken. De regeling is niet bedoeld voor zorg en diensten die door of via opticiens worden verricht.

Continuïteitsbijdrage
De ondersteuning betreft een continuïteitsbijdrage om de vaste lasten zoals personeels- en huisvestingskosten te kunnen blijven betalen. De bijdrage wordt verleent over de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020 en kan bij voorschot worden uitbetaald. Het voorschot bedraagt per maand 70% van 1/12-deel van de door de zorgverzekeraar vergoede zorgkosten op jaarbasis, mits dat hoger is dan
€ 250. Het voorschot wordt verrekend met later dit jaar door de zorgaanbieders ingediende declaraties voor zorgkosten. Daarnaast betalen de zorgverzekeraars de openstaande declaraties versneld aan deze zorgaanbieders uit.

Samenloop met TOGS-regeling
Om te voorkomen dat de continuïteitsbijdrage samenloopt met de tegemoetkoming op grond van de TOGS-regeling, wordt er voor de toepassing van de TOGS-regeling een extra verklaring van zorgondernemers gevraagd. Daaruit moet blijken in hoeverre hun omzetverlies en personeelskosten al worden vergoed via de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars.


Doorwerkende AOW’er en NOW

De AOW’er die in loondienst werkt, komt in beginsel in aanmerking voor de NOW-regeling. Het criterium bij de beoordeling of een werknemer onder NOW-regeling valt, is of er sprake is van een werknemer is in de zin van de Werkloosheidswet (WW), de Ziektewet (ZW), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Weliswaar wordt een doorwerkende AOW’er niet als werknemer in de zin van de WW, WIA of WAO beschouwd, maar wel als werknemer in de zin van de ZW.

Samenloop met arbeidsongeschiktheid
Bijzondere aandacht moet er in dit verband geschonken worden aan de situatie waarin de doorwerkende AOW’er arbeidsongeschikt is of wordt. Een werkgever is bij een doorwerkende AOW’er namelijk verplicht om maximaal 13 weken het loon bij ziekte door te betalen, in de plaats van maximaal 104 weken bij werknemers die geen AOW’er zijn. Dit kan leiden tot een gehele of gedeeltelijke terugvordering van de NOW-subsidie bij de definitieve afrekening door het UWV.

Een voorbeeld ter verduidelijking
De subsidie in de loonkosten krachtens de NOW-regeling wordt bij het voorschot gebaseerd op de loonaangifte over januari 2020. Stel, de doorwerkende AOW’er was toen nog niet arbeidsongeschikt, maar is op maandag 3 februari 2020 ziek geworden. De werkgever is verplicht om van 3 februari tot 4 mei 2020 loon bij ziekte aan de AOW’er te betalen.
Bij de definitieve afrekening NOW kijkt het UWV naar de daadwerkelijke loonsom over maart t/m mei 2020. Vanaf 4 mei 2020 is er voor de AOW’er geen loon betaald, waardoor de lagere loonsom van maart t/m mei 2020 tot een lagere subsidie NOW kan leiden dan bij het voorschot op de subsidie, gebaseerd op de loonsom in januari 2020. Het gevolg kan dan zijn dat bij de definitieve afrekening door het UWV-subsidie geheel of gedeeltelijk zal worden teruggevorderd. In een voorkomend geval lijkt het raadzaam om met dit effect rekening te houden.


NOW en buitenlandse bedrijven met in Nederland verzekerde werknemers

Kan een in het buitenland gevestigde onderneming waarvan de eigenaar een natuurlijke persoon of rechtspersoon is, met werknemers die in Nederland werken en in Nederland verzekerd zijn voor de sociale werknemersverzekeringswetten, gebruikmaken van de NOW-regeling? Ja, mits deze onderneming minimaal 20% omzetdaling heeft en een (verwachte) daling van de loonsom in de periode 1 maart 2020 t/m 31 mei 2020. Hierbij blijft voor de berekening van de loonsom, waarover subsidie wordt ontvangen, buiten beschouwing de loonsom van werknemers die niet verzekerd zijn voor de sociale werknemersverzekeringswetten in Nederland. Is er sprake van een groep van buitenlandse ondernemingen en/of een buitenlands concern? In dat geval worden bedrijfsonderdelen zonder SV-loon in Nederland niet in aanmerking genomen.
Voor de goede orde merken we op dat de NOW-subsidie niet kwalificeert als werkloosheidsuitkering op grond van de coördinatie verordening sociale zekerheid (Verordening (EG) 883/2004).


Fiscaliteit

Formulier uitstel van betaling uitgebreid

In de vorige special berichtten we je over de uitbreiding van de versoepelde procedure voor verzoeken om bijzonder uitstel voor drie maanden naar andere belastingsoorten. Inmiddels is het digitale formulier hiervoor uitgebreid naar de volgende belastingen/heffingen:

  • milieubelastingen (opslag duurzake energie (ODE), energie-, kolen- en afvalstoffenbelasting en belasting op leidingwater);
  • accijns (alcohol, tabak en minerale oliën);
  • verhuurderheffing;
  • assurantiebelasting;
  • kansspelbelasting;
  • verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.

Je geeft voor elk van deze belastingen/heffingen aan of je bijzonder uitstel van betaling wilt hebben wegens betalingsproblemen in verband met de coronacrisis.

Uitzondering
Dit geldt niet voor de vijf belastingen waarvoor het versoepelde uitstelbeleid eerst gold (inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke bijdrage ZW, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting). Voor deze belastingen kan je in één keer (tegelijk dus) bijzonder uitstel van betaling aanvragen met het online formulier. Heb je een aanslag voor een van deze belastingen ontvangen, dan kun je voor alle vijf belastingen in één keer uitstel vragen. Je hoeft daarvoor dus niet eerst aanslagen voor alle vijf belastingen te hebben.

Geen melding betalingsonmacht meer nodig naast verzoek uitstel van betaling

Het apart melden van betalingsonmacht naast een verzoek om bijzonder uitstel van betaling is niet meer nodig voor aanvragen van uitstel van betaling voor loonheffingen en/of  omzetbelasting van rechtspersonen die onder de vennootschapsbelasting vallen. Dat heeft hetministerie van Financiën besloten. Het verzoek om bijzonder uitstel van betaling wegens het coronavirus dat is gedaan door de bestuurder, wordt als melding betalingsonmacht aangemerkt voor verzoeken in de komende perioden. Dit geldt ook op het moment dat de bv pas op basis van de naheffingsaanslag om uitstel van betaling verzoekt. De rechtspersoon moet vanzelfsprekend de loonheffingen en/of omzetbelasting niet kunnen betalen.

Voorbeeld ter verduidelijking
Een bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt de bv de naheffingsaanslag. Hiervoor doet de bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Dit verzoek wordt mede aangemerkt als een melding wegens betalingsonmacht. De melding is niet alleen tijdig voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari.


Huurrecht

Verlening tijdelijke verhuur woonruimte tijdens coronacrisis

Sinds 1 juli 2016 is het mogelijk om woonruimte tijdelijk te verhuren. Zelfstandige woonruimte voor een periode van maximaal twee jaar en onzelfstandige woonruimte, zoals bij kamerverhuur, voor een periode van maximaal vijf jaar. Daar zijn strikte spelregels aan verbonden. Zo moet de verhuurder maximaal drie maanden en minimaal één maand vóórdat de tijdelijke huurovereenkomst eindigt, de huurder hierover schriftelijk informeren. Stuurt de verhuurder deze schriftelijke kennisgeving niet of niet op tijd uit, dan wordt de tijdelijke huurovereenkomst verlengd en omgezet naar een reguliere huurovereenkomst (met huur(prijs)bescherming) voor onbepaalde tijd.

Spoedwet
Op dit moment is het niet mogelijk om een tijdelijk huurcontract te verlengen voor een korte periode. Het is enkel mogelijk om een tijdelijk huurcontract te verlengen tot een contract voor onbepaalde tijd. Niet alle verhuurders kunnen of willen hun pand voor onbepaalde tijd verhuren. Daarom kan de huidige wet de reden zijn om het contract op te zeggen. Voor de huurder is het nu moeilijk om een andere woning te vinden en voor de verhuurder is het nu ook een lastige tijd om een nieuwe huurder te vinden.
Minister van Veldhoven voor Milieu en Wonen heeft op 6 april jl. het spoedwetsvoorstel ‘Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Tijdelijke huurcontracten kunnen straks voor een tijdelijke periode verlengd worden gedurende de coronacrisis. Deze wet geldt voor huurcontracten die eindigen tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020. Huurcontracten kunnen eenmalig verlengd worden met maximaal drie maanden en tot uiterlijk 1 september 2020. Indien de coronacrisis langer duurt, is het mogelijk om deze spoedwet te verlengen.


Financiering

Lagere premie BMKB-regeling

Mkb-bedrijven met een gezond toekomstperspectief maar die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door de Coronacrisis, kunnen tijdelijk (tot 1 april 2021) onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Deze regeling is tijdelijk verder verruimd om financiering voor ondernemers toegankelijker te maken. De verruiming bestaat uit het verlagen van het premiepercentage van 3,9% naar 2%. Daarnaast wordt het budget verhoogd van € 765 miljoen naar € 1,5 miljard. Ook kunnen non-bancaire financiers zich nu accrediteren om hun klanten te financieren met een BMKB-krediet.

Specifiek krediet voor innovatieve bedrijven

Er komt waarschijnlijk eind april een specifieke kredietmogelijkheid beschikbaar voor start-ups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven, die getroffen zijn door de coronacrisis. Omdat deze bedrijven vaak geen (specifieke) bankrelatie hebben, wordt de nieuwe kredietmogelijkheid verstrekt door de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Het kabinet stelt voor deze kredietmogelijkheid € 100 miljoen ter beschikking.

Verdere verruiming GO-regeling

Ook de Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO-regeling) wordt verder verruimd. Het budget is verhoogd van € 1,5 miljard naar € 10 miljard. Daarnaast is het garantiepercentage verhoogd van 50% naar 80% voor grootbedrijven en naar 90% voor het MKB, mits zij getroffen zijn door de coronacrisis.

Nieuwe extra garantieregeling voor leverancierskredieten

Er komt ook een nieuwe garantieregeling voor leverancierskredieten. Veel ondernemers in de detailhandel dreigen problemen te krijgen met de bevoorrading, omdat kredietverzekeraars hun kredietlimieten beëindigen of verlagen vanwege de coronacrisis. Nieuwe aanvragen worden daarom vaak afgewezen. De nieuwe garantieregeling moet de kredietverzekeraars voldoende zekerheid bieden dat de kredieten worden terugbetaald. Het kabinet gaat daartoe de overeenkomsten van leveranciers voor naar schatting € 12 miljard herverzekeren.
De garantieregeling wordt momenteel nader uitgewerkt, waarna de regeling wordt voorgelegd aan de Europese Commissie voor goedkeuring.

Breng duidelijk de liquiditeitsbehoefte in beeld!

De precieze impact van de coronacrisis is moeilijk in te schatten. Toch is het belangrijk en noodzakelijk dat de ondernemer een realistische inschatting van zijn/haar liquiditeitsbehoefte maakt. Je kunt hem/haar daarbij helpen door voor de komende 6 tot 9 maanden de verwachte inkomsten en uitgaven op een rij te zetten. Ondernemen in zwaar weer vereist een actieve sturing op liquiditeit en geldstromen. Doe dit vanuit meerdere scenario’s, met als basis een worse case scenario, rekening houdend met de beschikbare fiscaal-economische steunmaatregelen van de overheid en banken. Houd daarbij onder meer rekening met:

  • de verwachte omzet terugval;
  • de verwachte ontvangsten van debiteuren, waarbij de geldende betaaltermijn hier niet meer leidend is, omdat veel klanten zich in dezelfde situatie bevinden;
  • de afbouw van variabele kosten (personeel/inkoop/brandstof etc.);
  • de doorlopende uitgaven voor vaste kosten (personeel/huisvesting etc.);
  • de verwachte uitgaven aan crediteuren rekening houdend met de afbouw van variabele kosten en de doorlopende uitgaven voor externe vaste kosten
  • uitstel/afstel van investeringen;
  • uitstel van aflossingen en de rente op leningen;
  • de tegemoetkoming in de loonkosten uit hoofde van de NOW-regeling;
  • het uitstel van betaling voor de loon-, omzet-, vennootschaps- en inkomstenbelasting en overige belastingen/heffingen;
  • de tijdelijke ondersteuning inkomen zelfstandigen (TOZO)
  • ondersteuning uit de TOGS-regeling/ het Noodloket;
  • de verruiming BMKB-financiering en/of andere verruimde financieringsregeling;
  • de overbruggingsfinanciering van banken (rekening courant/factoring)

Het is noodzakelijk om de liquiditeitsontwikkeling op periodieke dag- c.q. weekbasis te monitoren, zodat nieuwe knelpunten snel inzichtelijk worden gemaakt en ook daar op geanticipeerd kan worden.


De Fiscourant, deel 7

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • Coronaprotocollen
  • uitstel voor geruisloze inbreng met terugwerkende kracht
  • belastingkorting en te vergoeden invorderingsrente
  • het verlaagd voor online sportlessen
  • versoepeling administratieve verplichtingen
  • geen aanpassing vaste reiskostenvergoeding
  • afspraken Nederland-Duitsland over belastingheffing bij grensarbeid
  • Duitse netto socialezekerheidsuitkeringen ook in Nederland vrijgesteld
  • de nieuwe maatregelen voor flexwerkers en oproepkrachten
  • vragen beantwoord over TOZO-regeling
  • vragen beantwoord over NOW-regeling
  • TOGS-uitkeringvrijgesteld
  • huurders winkelruimte krijgen beetje lucht
  • inkomens-/pensioenverzekeringen en het coronavirus

Coronaprotocollen

Vele sectoren en bedrijven moeten een plan maken om mee te kunnen (gaan) doen aan de ‘1,5-meter-economie’. Deze zogenaamde ‘coronaprotocollen’ zullen door het Ministerie van Economische Zaken worden beoordeeld en gehandhaafd, zo heeft minister Eric Wiebes gisteren bekendgemaakt. Hoe dat precies vorm wordt gegeven is nu nog niet bekend. Er dienen maatregelen te worden genomen die zien op in elk geval 5 punten: afstand houden, gedragsbeïnvloeding, hygiëne, beschermingsmiddelen en toezicht. Vanzelfsprekend is elk protocol maatwerk. Omdat je een dergelijk protocol niet zomaar even opschrijft, hebben wij alvast 3 denkkaders geformuleerd, waarmee je je klanten kunt ondersteunen bij nadenken over de opzet en/of uitvoering van een coronaprotocol.

Denkkader 1: Chronologische benadering

  1. Aankomst (en later ook vertrek): aankomst op bijvoorbeeld het parkeerterrein;
  2. Looproute (bij aankomst en later ook vertrek): hoe is de looproute van aankomst naar werkplek (trap, lift);
  3. Samenscholingsplekken (bij aankomst, tussendoor en ook bij vertrek): ontmoeting bij jassen en/of koffiecorner e.d.;
  4. Samen werken: kantoortuinen / magazijnen en grootte van werkplekken c.q. aantal personen per ruimte / kamer;
  5. Looproute 2: looprichting door bedrijfsruimte, kantoor;
  6. Werken bij de klant: wat vraat je aan je klant ter bescherming van je medewerker?
  7. Werken bij de klant: hoe gaat het fysieke vervoer naar de klant (aantal personen per vervoermiddel)? Hoe gaat dat bijvoorbeeld bij bezorgdiensten die met 2 personen op een vrachtwagen zitten?
  8. Pauzes: afstand, gelijktijdig en/of gespreid?
  9. Overlegstructuren: bila’s, trila’s, vergaderingen etc.
  10. Communicatie: naar medewerkers, naar klanten op bezoek, van klanten naar je medewerkers.

Denkkader 2: Spreidingsbenadering

  1. Minder fysiek: vanuit huis (1) of kantoor (2) of vanaf werkplek klant (3) of elders (4);
  2. Meer volgtijdelijk: allemaal tegelijk of spreiding (werktijden, aankomst, vergaderingen, teams, ‘van 9 tot 5’ of bijvoorbeeld ‘van 11 tot 7’ of ‘van 1 tot 9’ etc.);
  3. Anders methodisch: fysiek werken, digitaal werken, mobiel werken, combinaties;
  4. Meer circulair: gelijktijdig om de beurt;
  5. Spreidingseffecten: spreiding leidt tot andere (dal- en/of piek)belasting, andere ‘openingstijden’, (en dus mogelijk) andere kansen en beperkingen.

Denkkader 3: Bedrijfskundige benadering

  1. Heeft het bedrijf een andere strategie nodig?
  2. Sluit de huidige cultuur aan bij de 1,5-meter-economie?
  3. Is een andere manier van samenwerken nodig?
  4. Worden er andere vaardigheden en competenties van medewerkers gevraagd?
  5. Is de huidige organisatiestructuur de juiste?
  6. Zijn er andere middelen nodig om de werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren?
  7. Welke resultaten kunnen worden verwacht? Dienen KPI’s anders te worden benaderd?
  8. Is een ander soort leiderschap nodig?

Coronaprotocollen en de accountant
Het spreekt voor zich dat de coronaprotocollen invloed kunnen hebben op tal van aspecten van de bedrijfsvoering van je klanten: financieel-economisch (denk aan investeringen), logistiek (denk aan het herinrichten van de werkvloer), sociaal-relationeel (denk aan overlegstructuren), juridisch (denk aan arbo-verplichtingen en/of -verboden), om maar eens enkele voorbeelden te noemen. Het valt nu nog nauwelijks te overzien op welke wijze dit het vak van de accountant allemaal gaat raken. Wel is het zo dat de accountant op grond van bijvoorbeeld de NOCLAR hier direct mee te maken krijgt. De NOCLAR is uitgebreid aan bod gekomen tijdens de verplichte NBA-trainingFrauderisicofactoren in de praktijk, die in het najaar nog eenmaal gegeven wordt.


Fiscaliteit

Drie maanden uitstel voor geruisloze inbreng met terugwerkende kracht

De termijn om fiscaal met terugwerkende kracht een onderneming in een bv te kunnen omzetten/inbrengen of terug te keren van de bv naar een IB-onderneming, wordt met drie maanden verlengd. Heb je door de coronacrisis de deadline van 31 maart 2020 niet gehaald om met terugwerkende tot 1 januari 2019 de bv in of uit te gaan, dan heb je daar nu nog de tijd voor tot 31 juli 2020. Deze goedkeuring staat in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis en geldt als de oorspronkelijk termijn eindigt in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020. Er is een vergelijkbare goedkeuring voor de fiscaal gefacilieerde bedrijfsfusie, de juridische fusie en juridische splitsing.

Belastingkorting en te vergoeden invorderingsrente blijven 4%

De Belastingdienst hanteert voor de belastingkorting hetzelfde percentage als voor de invorderingsrente. Het percentage invorderingsrente dat wordt berekend gedurende de looptijd van het uitstel van betaling, is sinds 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging zou betekenen dat ook de belastingkorting vrijwel nihil zou bedragen.  Ondernemers die daarvan nadeel ondervinden kunnen bezwaar maken. De Belastingdienst verleent dan alsnog de belastingkorting van 4%. Ook wordt de aan burgers en bedrijven te vergoeden invorderingsrente op 4% gehouden.



BTW

Verlaagd tarief voor online sportlessen

Sportscholen die online sportlessen aanbieden, mogen hiervoor tijdelijk het verlaagd btw-tarief hanteren. Hiervoor mogen zij namelijk tijdelijk het 9%-tarief hanteren dat geldt voor het aanbieden van een sportaccommodatie voor actieve sportbeoefening.


Loonheffingen

Versoepeling administratieve verplichtingen

Werkgevers hebben allerlei wettelijke administratieve verplichtingen, maar kunnen daar door de coronacrisis niet, niet tijdig of niet geheel aan voldoen. Zonder nadere maatregelen zou dit tot sancties kunnen leiden. Dat vindt staatssecretaris Vijlbrief ongewenst. Daarom hanteert de Belastingdienst een soepel beleid, waarbij de werkgever bij het niet nakomen van een administratieve verplichting de gelegenheid krijgt om de tekortkoming te herstellen, zodra dat kan. Als een werkgever bijvoorbeeld niet tijdig aan de identificatieplicht kan voldoen, blijft het anoniementarief achterwege als de werkgever de identiteit van de werknemer alsnog vaststelt, zodra hij daar in redelijkheid toe in staat is.


Geen aanpassing vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers die een vaste reiskostenvergoeding betalen aan hun werknemers – bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer – hoeven die niet aan te passen nu er veel wordt thuisgewerkt. De verandering van reispatroon en daarmee vaak de verandering van kosten van vervoer hebben dus geen gevolgen voor de vaste reiskostenvergoeding. Tijdens de coronacrisis blijft de werkgever hiervoor het reispatroon hanteren waar de vergoeding al op gebaseerd was.


Afspraken Nederland-Duitsland over belastingheffing bij grensarbeid

Nederland en Duitsland hebben afgesproken dat de belastingplicht niet zal verschuiven als grensarbeiders door de coronacrisis moeten thuiswerken en aan hen het loon wordt doorbetaald. In dat geval blijft de belastingheffing dus verlopen alsof er in de werkstaat wordt gewerkt. Grensarbeiders moet hun thuiswerkdagen wel administreren en zij moeten met een schriftelijke bevestiging van hun werkgever kunnen onderbouwen dat de thuiswerkdagen het gevolg zijn van de coronamaatregelen. Overigens mogen de grensarbeiders er wel voor kiezen om de belastingplicht voor de thuiswerkdagen wel te verschuiven naar het woonland. Deze keuze moet de grensarbeider dan aangeven in de aangifte inkomstenbelasting 2020.
Deze afspraken gelden niet voor de grensarbeiders die altijd al een of meerdere dagen thuiswerkten.

Thuiszitters
Er zijn ook grensarbeiders die noodgedwongen thuiszijn met behoud van loon en niet kunnen werken door de coronamaatregelen. Het doorbetaalde loon blijft ook in dit geval belast in het land waar zij onder normale omstandigheden werken.

Looptijd afspraken
De afspraken tussen Nederland en Duitsland gelden van 11 maart tot en met 30 april 2020.  Daarna worden deze van maand tot maand verlengd tot één van beide landen de afspraak opzegt. Met België zijn onderhandelingen gaande over vergelijkbare afspraken ten aanzien van thuiswerkdagen.


Duitse netto socialezekerheidsuitkeringen ook in Nederland vrijgesteld

Grensarbeiders die in Nederland wonen kunnen als gevolg van de coronacrisis Duitse inkomensondersteuning krijgen in de vorm van netto socialezekerheidsuitkeringen. Zo kan een werknemer bij een vermindering van werkuren recht hebben op ‘Kurzarbeitergeld. Ook kunnen in Nederland wonende grensarbeiders door de coronacrisis recht hebben op ‘Insolvenzgeld’ of ‘Arbeitslosengeld’. Ook deze uitkeringen zijn afgestemd op het nettoloon en daarom vrijgesteld van Duitse belastingheffing. Als deze uitkeringen – eventueel met andere Duitse socialezekerheidsuitkeringen – per kalenderjaar € 15.000 of minder bedragen, wijst het belastingverdrag met Duitsland het heffingsrecht hierover toe aan Nederland. Nederland voert daarom een vrijstelling in voor deze netto, mits deze uitkeringen zijn uitgekeerd als gevolg van de coronacrisis/maatregelen. De vrijstelling geldt van 11 maart tot en met 31 december 2020.


Sociale zekerheid

Nieuwe maatregelen op komst voor flexwerkers en oproepkrachten

Ondanks alle maatregelen die zijn getroffen ter bescherming van diverse groepen op de arbeidsmarkt, blijkt er toch nog een ‘vergeten’ groep te zijn, die tussen wal en het schip dreigt te vallen. Het gaat hier om uitzendkrachten en oproepkrachten die niet meer worden opgeroepen en dus ook niet meer worden uitbetaald. Maar ook flexwerkers die – ondanks de NOW – toch zijn ontslagen, waardoor ze nu zonder inkomen zitten, behoren tot deze groep. Deze flexwerkers kunnen ook geen beroep doen op de WW, bijvoorbeeld omdat ze ook niet voldoende WW-rechten hebben opgebouwd in de afgelopen 36 weken. En ook de bijstand is geen optie vanwege de verplichte vermogens- en partnertoets. Op aandringen van de Tweede Kamer zal minister Koolmees daarom volgende week met nieuwe maatregelen komen voor deze groep. Zodra de regeling bekend is, komen er natuurlijk op terug.


Vragen beantwoord over TOZO-regeling  

De staatsecretaris SZW heeft antwoorden op vragen gegeven over de TOZO-regeling die in veel gevallen het bestaande en bekende beleid bevestigen. De hierna geselecteerde antwoorden zijn nieuw of voegen iets toe.

In grensoverschrijdende gevallen toch recht op TOZO
Tot nu toe konden gemeenten uitsluitend bijstand aanbieden aan de zelfstandige die in Nederland woont en zijn bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland uitoefent. Er komt een ministeriële regeling waarbij ook de zelfstandige die in Nederland woont en buiten Nederland zijn bedrijf heeft of zijn zelfstandig beroep uitoefent, aanspraak kan maken op bijstand voor levensonderhoud. Woont de zelfstandige buiten Nederland maar heeft hij/zij een bedrijf/beroep in Nederland, dan kan de zelfstandige aanspraak maken op bijstand in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal. Er zal met gemeenten worden besproken op hoe het beste uitvoering aan de TOZO-regeling kan worden gegeven in grensoverschrijdende situaties en pas daarna volgt algemene informatie.

TOZO mag samenlopen met TOGS-regeling
De staatsecretaris SZW heeft herhaald dat een uitkering krachtens de TOGS-regeling mag samenlopen met bijstand op grond van de TOZO-regeling, indien aan alle voorwaarden is voldaan.

TOZO in gezinssituatie
Als beide partners zelfstandigen zijn binnen één huishouden, is de TOZO-uitkering een gezinsuitkering. De uitkering tot aanvulling van het inkomen tot netto € 1.500 per maand naar de norm voor gehuwden/partners is een uitkeringsbedrag (inclusief vakantietoeslag) per huishouden.

Geen wijziging urencriterium
Het urencriterium van 1.225 uren per jaar (23,5 uur per week) bij arbeid als zelfstandige in de TOZO wordt niet gewijzigd. De staatssecretaris merkt hierbij op dat dit ook geldt in situaties waarin deels als zelfstandige en deels in loondienst wordt gewerkt. Bij het bepalen van het recht op een TOZO-uitkering wordt het totale inkomen als zelfstandige en in loondienst in aanmerking genomen bij de beoordeling of het totale inkomen de bijstandsnorm niet overstijgt. De staatssecretaris zal een onderzoek instellen naar de positie van de zelfstandig ondernemer die door een arbeidshandicap niet aan het urencriterium kan voldoen. Hierover volgt nog nadere informatie.

Uitvragen gegevens gemeenten
De ondernemer behoeft geen uittreksel van de Kamer van Koophandel aan te leveren. Het vermogen blijft buiten beschouwing en wordt uitgevraagd. De gegevens van de partner dienen om te kunnen bepalen of voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand de bijstandsnorm voor alleenstaanden of gehuwden van toepassing is. Het inkomen van de partner blijft buiten beschouwing. Voor een aanvraag om bijstand (een lening) voor bedrijfskapitaal wordt de ondernemer wel geacht inzicht te geven in de liquide middelen, zodat aannemelijk wordt gemaakt dat het bedrijf een liquiditeitsprobleem heeft. Het is voor de TOZO-regeling geen vereiste om jaarcijfers aan te leveren. Maar de laatste jaarcijfers kunnen wel worden gebruikt om aan te tonen dat de financiële problemen door de coronacrisis zijn ontstaan en/of om de behoefte aan bedrijfskapitaal te onderbouwen.

TOZO ook voor zelfstandige met vof
De zelfstandige die zijn bedrijf uitoefent in een vennootschap onder firma kan ook TOZO-uitkering krijgen. Als zelfstandige worden aangemerkt degene met een eenpersoonsbedrijf- of beroep en degene van wie de positie in economisch opzicht daarmee overeenkomt en die werkzaam is in een samenwerkingsverband of een rechtspersoon. De zelfstandige die het bedrijf of beroep uitoefent in de vorm van een vennootschap onder firma, kan in aanmerking komen voor algemene bijstand en onder voorwaarden ook voor bijstand (een lening) voor bedrijfskapitaal.


Vragen beantwoord over NOW-regeling

De meeste antwoorden van de minister van SZW betreffen zaken die al bekend waren. We hebben hierna de meest in het oog springende antwoorden eruit gehaald.

Loon oproepkrachten en min-max krachten
De Minister stimuleert om aan oproepkrachten, die in dienst zijn of blijven, loon door te betalen, maximaal ter hoogte van het loon in januari 2020. Aan min-max krachten kan loon over het minimum aantal overeengekomen uren worden uitbetaald. Indien oproepkrachten een aanbod voor vaste uren hebben aanvaard, dient op basis van deze vaste uren loon te worden doorbetaald.

Bonus of dividend tijdens subsidieperiode
Het uitbetalen van bonussen en/of dividend past naar de mening van de Minister niet bij een beroep op de NOW-subsidie. Tegelijkertijd is er in de NOW geen verbod op het uitkeren van bonussen en/of dividend. Het is volgens de Minister juridisch ingewikkeld om achteraf verzwarende (negatieve) voorwaarden aan de NOW-regeling toe te voegen.

Terugvordering als loonsom maart t/m mei 2020 lager is dan januari 2020
Als de loon maart t/m mei 2020 lager is dan de loonsom in januari, kan dit leiden tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van subsidie.

Samenloop NOW-regeling en faillissement
Als een onderneming een voorschot NOW heeft ontvangen, maar tijdens of na de subsidieperiode failliet gaat, zal een eventuele terugvordering op de boedel wordt verhaald. De kans is echter reëel dat de boedel onvoldoende zal zijn om de terugvordering te realiseren.

NOW-regeling en ontslag
De NOW-regeling sluit ontslag niet uit en zal ontslag, anders dan bedrijfseconomisch, niet sanctioneren. Artikel 7 van de Noodwet arbeidsvoorziening voorziet om in oorlogssituaties beperkingen op te leggen aan de mogelijkheden tot het beëindigen van arbeidsverhoudingen. Het kabinet acht het op dit moment niet opportuun om de Noodwet in te zetten.

Eindafrekening NOW en cao-verhogingen
Bij de definitieve afrekening van de NOW-subsidie wordt geen rekening gehouden met cao-verhogingen. Er wordt vergeleken met de loonsom in januari 2020. Met een hogere loonsom wordt geen rekening gehouden.

Geen verplichting opname vakantiedagen
Een werkgever mag een werknemer niet verplichten om vakantiedagen op te nemen. Ten aanzien van bovenwettelijke vakantiedagen zijn de bepalingen in de cao, het personeelsreglement en/of de arbeidsovereenkomst leidend. Ontbreken deze, dan kan de werkgever wel met een werknemer overleggen, maar hem/haar geen verplichting opleggen.

Mensen met een arbeidsbeperking
De werkgever kan NOW-subsidie aanvragen voor werknemers met een arbeidsbeperking die vanuit de Participatiewet zijn geplaatst.

Vouchers
Diverse bedrijven geven voor afgezegde, maar al wel betaalde, diensten vouchers af die later kunnen worden gebruikt. De waarde van vouchers wordt pas als omzet geboekt in de periode waarin de onderneming de prestatie heeft geleverd. Daarbij is niet van belang of dat in die periode heeft geleid tot ontvangst van de geldmiddelen. In de regel zullen vouchers dus niet meetellen als omzet in de subsidieperiode van de NOW-regeling.

Dubbele financiering loonkosten en loonkostensubsidie wordt toegestaan
De verplichting voor werkgevers die loonkostensubsidie op grond van artikel 10d Participatiewet ontvangen om de toekenning van NOW-subsidie te melden aan de gemeente van wie zij de loonkostensubsidie ontvangen, komt te vervallen. De verrekening van de subsidie op grond van de NOW met de loonkostensubsidie is moeilijk dan wel niet uitvoerbaar gebleken. Daarom is besloten om geen verdere stappen te zetten om verrekening mogelijk te maken, waarmee dubbele financiering van loonkosten voor mensen met een arbeidsbeperking onder de huidige bijzondere omstandigheden wordt geaccepteerd. De ministeriële regeling NOW wordt op dit punt bij de eerstvolgende gelegenheid aangepast.


TOGS-uitkering vrijgesteld

De eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 op grond van de TOGS-regeling wordt vrijgesteld van belastingheffing. Het uitgangspunt is dat de tegemoetkoming tot de winst van de onderneming behoort te worden gerekend. Om belastingheffing over de tegemoetkoming te voorkomen, zal in het Belastingplan 2021 met terugwerkende kracht worden geregeld dat de tegemoetkoming op grond van de TOGS-regeling niet tot de winst wordt gerekend.


Huurrecht

Huurders winkelruimte krijgen beetje lucht

De retailsector, de vastgoedbedrijven en vastgoedfinanciers hebben in een steunakkoord richtlijnen vastgelegd over de manier waarop winkels die in ernstige problemen zijn gekomen door de coronacrisis, hulp kunnen krijgen. Op basis van deze richtlijnen kunnen huurders huuropschorting krijgen als zij in de maanden april, mei en juni met omzetverlies te maken hebben. De minimum opschorting is 50%, maar kan oplopen tot 75% en 100% voor de zwaarder getroffen bedrijven die een volledige lockdown kennen. Huurders van winkelruimte zullen tijdens deze periode niet worden uitgezet, als zij kunnen aantonen dat de problemen een gevolg zijn van de coronacrisis. Op de lange termijn komt mogelijk kwijtschelding van betalingsverplichtingen aan de orde. Daar moeten nog nadere afspraken over worden gemaakt. Banken geven financiële ruimte voor deze afspraken, doordat zij voor een periode van zes maanden uitstel van aflossing verschaffen aan verhuurders. Het steunakkoord is tot stand gekomen na druk vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Let op: dit akkoord is niet bindend. In de Fiscount modellenbank staat een voorbeeldbrief, waarmee een huurder van bedrijfsruimte een beroep kan doen op huuropschorting.


Pensioen en verzekering

Inkomens-/pensioenverzekeringen en het coronavirus

Het coronavirus kan gevolgen hebben voor pensioen-/ arbeidsongeschiktheids-/ en verzuimverzekeringen. Hierna beschrijven we een aantal algemeen voorkomende situaties. Voor een compleet overzicht per verzekeringsmaatschappij adviseren we je de website van je eigen verzekeraar te raadplegen.

Coronavirus en verzuimverzekering
Een van je werknemers heeft het coronavirus onder de leden. Je bent verplicht tot loondoorbetaling, maar gelukkig heb je ook een verzuimverzekering afgesloten. Keert deze verzekering ook uit in deze situatie? Ja, er is sprake van ziekte, de oorzaak of aard van de ziekte is dan niet relevant.

Je meest avontuurlijke werknemer is in februari op vakantie gegaan naar een exotisch oord. Hij kan door allerlei beperkende maatregelen nog niet worden gerepatrieerd. Een verzuimverzekering zal niet uitkeren, immers er is geen sprake van ziekte. Bovendien vormen beperkende/ preventieve maatregelen geen grond voor uitbetaling. Dat geldt bijvoorbeeld ook als de werknemer zonder zelf ziek te zijn thuis in quarantaine moet blijven, omdat zijn partner besmet is met het coronavirus.

Coronavirus en arbeidsongeschiktheidsverzekering
Je bent zzp’er in de bouw en besmet geraakt met het coronavirus. Daardoor kun je niet werken. Je kunt dan binnen de voorwaarden (bijv. een eventueel eigen risico) die daarvoor gelden een beroep doen op een door jou afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering. Behoor je tot een risicogroep en werk je uit voorzorg niet, dan is een beroep op een arbeidsongeschiktheidsverzekering niet aan de orde.

Coronavirus en partnerpensioen
Wat gebeurt er als een werknemer komt te overlijden aan de gevolgen van het coronavirus? Krijgt zijn echtgenote/partner dan wel een uitkering uit hoofde van partnerpensioen? Ja, uiteraard moet de partner wel voldoen aan de omschrijving van het begrip partner in de pensioenregeling.


De Fiscourant, deel 8

Het lijkt weer de goede kant op te gaan. Maar de eerste versoepelingen van de coronamaatregelen zijn minimaal, zo bleek afgelopen dinsdag tijdens de persconferentie van premier Rutte. Er wordt steeds meer duidelijk wat de gevolgen van de coronacrisis zijn in allerlei specifieke situaties. In dit deel 8 informeren we je weer over de laatste ontwikkelingen rondom de belangrijkste maatregelen.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • aanpassing NOW concernregels aangekondigd
  • de technische kant van de NOW-regeling
  • de morele kant van de NOW-regeling
  • overwerkbepaling lage WW-premie blijft buiten toepassing voor alle werkgevers
  • verlenging aanvraagtermijn doelgroepverklaring loonkostenvoordeel
  • overlijden door coronavirus en gevolgen voor levensverzekeringsuitkeringen
  • de forse toename van WW- en bijstandsuitkeringen in maart 2020
  • aangenomen moties voor aanpassing steunmaatregelen
  • mogelijk verruiming verliesrekeningsmogelijkheden in de Vpb
  • mijn pensioencontract moet worden verlengd: wat moet ik doen?
  • verbieden opname vakantiedagen na coronaperikelen – kan dat?
  • werkgever trekt eerder goedgekeurde vakantie in-kan dat wel?
  • ziekmelden of niet en wat kun je nog meer doen
  • de tijdelijke maatregel AV en opstellen jaarrekening 2019
  • go-regeling wordt verlengd
  • borgstellingskrediet BL-C ook voor visserij en aquacultuurbedrijven
  • sierteelt en specifieke onderdelen voedingstuinbouw
  • fritesaardappeltelers
  • bedrijfskundig begeleiden is anders dan adviseren
  • wijzigen alimentatie door coronamaatregelen?
  • tijdelijke voorziening passeren aktes
  • teruggaaf eigen kinderopvangbijdrage
  • borgstellingsregeling door NHG
  • tijdelijk geen eigen bijdrage Wmo
  • reisrecht OV-kaarten studenten verlengd
  • geldigheid rijbewijzen verlengd

Loonheffingen en Sociale Zekerheid

Aanpassing NOW concernregels aangekondigd

Voor bedrijven die tot een groep of concern behoren wordt het omzetverlies op groeps- of concernniveau bepaald. Het omzetverlies van de groep of het concern is dan voor alle loonheffingennummers bepalend of zij wel of niet voldoen aan de voorwaarde van ten minste 20% omzetverlies. Dit kan ertoe leiden dat de groep of het concern niet aan die voorwaarde voldoet en afzonderlijke ondernemingen met eigen loonheffingennummers, die wel aan die voorwaarde voldoen, ook geen aanspraak op NOW kunnen maken. Er is daarom in de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin wordt gevraagd om te bezien of de NOW-regeling kan worden uitgebreid met de mogelijkheid om op het niveau van werkmaatschappijen en/of autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdelen van een concern aanspraak te maken op de NOW-regeling. Het kabinet heeft op dit verzoek inmiddels gereageerd en een aanpassing van de concernregeling in de NOW aangekondigd, die in de loop van volgende week zal worden gepubliceerd.

Kern aanpassing
De hoofdregeling blijft ongewijzigd voor concerns die op concernniveau meer dan 20% omzetdaling hebben. Het wordt enkel mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten kunnen aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij (i.p.v. op concernniveau), mits bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de regeling. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet.

Voorwaarden
Er zijn wel de nodige voorwaarden verbonden aan deze aanpassing. We sommen ze voor je op:

  • De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdelen, vestiging of een businessunit komen niet in aanmerking.
  • Het concern zal over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.
  • De betreffende werkmaatschappij moet een overeenkomst met de betrokken vakbonden hebben gesloten over werkbehoud (bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat een akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers).
  • Er is geen personeels-bv binnen het concern.
  • Om ongewenst strategisch gedrag tegen te gaan worden randvoorwaarden gesteld, zoals het verschuiven van kosten en omzet tussen entiteiten binnen concern tussen de werkmaatschappij die een beroep doet op de NOW-regeling en andere maatschappijen binnen het concern die dat niet doen. Zo wordt bijvoorbeeld een mutatie in de voorraden gereed product aan de omzet toegerekend.
  • De bovengenoemde voorwaarden worden getoetst door een accountant

Technische kant van de NOW-regeling

Inmiddels ontvangen we tal van vragen over de uitvoering van de NOW-regeling. Veel vragen gaan over 2 aspecten: bepalen van het juiste januari-loon en een juiste toerekening van de omzet. Beiden blijken voor nogal wat hoofdbrekens te kunnen zorgen. Waar de één probeert de regeling zo goed mogelijk uit te voeren, probeert de ander middels schuiven en anders toerekenen de subsidie voor zijn klanten te optimaliseren. Houd er rekening mee dat indien bijvoorbeeld de dienst of een product geleverd wordt, maar er pas later wordt gefactureerd, een ‘goedkeurende’ accountantsverklaring wel eens onthouden kan worden. De technische kant van de regeling is niet altijd eenvoudig. Zorg dat je deze correct toepast.


Morele kant van de NOW-regeling

Wat doe je als je klant voor de NOW-regeling in aanmerking komt, maar vanwege een goede vermogens- en kaspositie het geld niet nodig heeft? Je klant niet helpen kan leiden tot beroepsaansprakelijkheid. Je klant wel helpen kan leiden tot een moreel dilemma. Of omgekeerd, middels ‘schuiven’ van bijvoorbeeld omzet kun je je klant helpen om de subsidie te vergroten. Blijf je technisch binnen de lijntjes, dan kan dat voor de één toch een moreel dilemma opleveren en voor de ander niet. Hoe hier mee om te gaan? En wat als je over een half jaar ontdekt dat er beter een andere keuze had kunnen worden gemaakt? En hoe hier straks als accountant mee om te gaan bij de verklaring ten behoeve van de afrekening?

Vijf treden die je kunnen helpen om beter om te gaan met een moreel (accountants)dilemma.

  1. Blijf in elk geval binnen de technische kaders.
  2. Schuurt je persoonlijke (morele) norm met de uitkomst?
  3. Zo nee, schuurt je persoonlijke norm met een beroepsnorm? Nee, je kunt je keuze maken.  Zo ja, raadpleeg een of enkele collega’s.
  1. Vraag niet zozeer wat zij zouden doen, maar pas de techniek van intervisie toe. Dat levert veel meer inzicht op.

Maak een keuze, onderbouw deze, communiceer met je klant en leg goed vast in je dossier.


Overwerkbepaling lage WW-premie blijft buiten toepassing voor alle werkgevers

Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers met personeel een hoge of lage premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf), afhankelijk van de contractvorm. De toegepaste lage premie kan daarbij achteraf worden herzien in een hoge premie als op jaarbasis meer dan 30% van de arbeidsduur is overgewerkt, waardoor premie kan worden nageheven. De regeling wordt op dit punt voor het jaar 2020 nu voor alle werkgevers buiten toepassing gelaten. Aanvankelijk gold dit alleen voor sectoren, zoals de zorg, waarin door het coronavirus extra overwerk nodig is.


Verlenging aanvraagtermijn doelgroepverklaring loonkostenvoordeel

Je kunt via de loonaangifte loonkostenvoordelen (LKV’s) aanvragen voor werknemers in bepaalde doelgroepen. Die groepen werknemers zijn:

  1. werknemers van 56 jaar of ouder;
  2. arbeidsgehandicapte werknemers;
  3. iemand uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden; en
  4. herplaatste arbeidsgehandicapte werknemers met een WIA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering.

Wil jij (of je klant) gebruikmaken van de LKV’s, dan moet je beschikken over een doelgroepverklaring. De werknemer (of de werkgever met een machtiging van de werknemer) moet de doelgroepverklaring aanvragen binnen 3 maanden na de datum van indiensttreding (doelgroepen 1, 2 en 3) of van herplaatsing na 2 jaar ziekte (doelgroep 4). Deze aanvraagtermijn wordt nu vanwege de coronacrisis met 3 maanden verlengd tot zes maanden. De verlengde aanvraagtermijn geldt voor alle dienstbetrekkingen die zijn begonnen tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020.


Overlijden door coronavirus en gevolgen voor levensverzekeringsuitkeringen

Er is duidelijkheid gekomen over de gevolgen van ziekte of overlijden door het coronavirus na een verblijf in een risicogebied voor uitkeringen uit private levensverzekeringspolissen.
Het Verbond van Verzekeraars heeft bevestigd dat het feit dat iemand is overleden door het coronavirus, ook na een verblijf in gebieden waarvoor een negatief reisadvies geldt, geen gevolgen heeft voor uitkeringen op grond van levensverzekeringen, uitvaartverzekeringen en nabestaandenpensioen. De uitsluitingsbepalingen in dergelijke polissen zijn niet bedoeld voor een situatie zoals deze met het coronavirus. Dit laat Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten in antwoord op Kamervragen. Hiermee kun je de mogelijke angst bij je klanten wegnemen (of beperken) dat het overlijden van een verzekerde door het coronavirus negatieve gevolgen heeft voor levensverzekeringsuitkeringen van nabestaanden.



Forse toename van WW- en bijstandsuitkeringen in maart 2020

In maart van dit jaar zijn er 37.800 nieuwe WW-uitkeringen verstrekt. Daarbij heeft met name vanaf half maart 2020 een forse toename van uitkeringen plaatsgevonden, in het bijzonder bij jongeren. Over maart 2020 zijn 42% meer WW-uitkeringen toegekend dan over februari 2020 en in vergelijking met maart 2019 (+53%) is er een meer dan een verdrievoudiging van WW-uitkeringen. Van een bovengemiddeld sterke stijging was sprake bij de horeca en catering (+224%), uitzendbedrijven (+143%) en de cultuursector (+94%). Ook is bekend geworden dat bovenop de noodsteun voor zzp-ers, het aantal aanvragen bij gemeenten om bijstand in de afgelopen weken is verdrievoudigd. Volgens de wethouder Sociale Zaken van Amsterdam komen daar alleen al 900 aanvragen per week binnen sinds maart van dit jaar.


Aangenomen moties voor aanpassing steunmaatregelen

De Tweede Kamer heeft een aantal moties aangenomen na een debat over de steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis. Die moties moeten het kabinet ertoe bewegen om de steunmaatregelen aan te passen. Hierna volgende de belangrijkste punten waarop de steunmaatregelen door de moties mogelijk worden aangepast, voorzien van ons commentaar.

Bedrijven met seizoenspieken vallen niet onder de NOW
Bedrijven die seizoenspieken hebben – in omzet of in loonkosten – vallen nu vaak niet onder NOW-regeling. Bloementelers en strandtenthouders hebben in het eerste kwartaal vaak veel minder omzet (en dus verlies in maart). Ook hebben zij pas in het tweede of derde kwartaal de hogere loonkosten en het verlies. Daarom wordt gevraagd of op korte termijn en na afstemming met de branches kan worden bezien hoe aanvullende maatregelen ingezet kunnen worden voor (structureel) werkbehoud bij organisaties met een seizoenspiek.

Omzetbepaling in de NOW
In een andere motie is verzocht om te onderzoeken of de NOW-regeling zodanig kan worden aangepast dat voor de bepaling van de omzet een periode wordt genomen die representatief is, bijvoorbeeld dezelfde periode van een jaar eerder. Deze motie is aangehouden.

Commentaar
Het is nog niet duidelijk of en hoe de Minister bovenstaande moties gaat vertalen in aanpassingen van de NOW-regeling. De Minister kan zich beperken tot bedrijven met seizoenspieken, zoals in eerstgenoemde motie is verzocht. Het is ook mogelijk dat hij aanpassingen doet voor alle bedrijven die:

  • hetzij in januari 2020 geen loonkosten hadden maar in een latere maand wel; en/of
  • in de gekozen omzetperiode in 2020 (nog) niet ten minste 20% omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 hadden, maar in een later tijdvak wel.

Minister Koolmees lijkt bereid te zijn om ‘iets specifieks te organiseren’ voor bedrijven die hun omzet en loonkosten vooral in een bepaalde periode maken. Hij geeft wel aan dat het opstellen van de criteria hiervoor niet eenvoudig is.

Beoordeling korten inkomsten op de TOZO-uitkering
Enkele gemeenten korten uitbetalingen van facturen in maart voor in februari 2020 verrichte werkzaamheden op de TOZO-uitkeringen over maart 2020. De motie verzoekt om te bezien of bij het berekenen van de TOZO-uitkering alleen inkomsten hoeven te worden verrekend, waarvoor werk is verricht binnen de aanvraagperiode maart t/m mei 2020. Betalingen voor eerder verricht werk moeten dus buiten beschouwing worden gelaten.

Commentaar
Als de gevraagde aanpassing er komt, is het van belang of die terugwerkt tot 1 maart 2020 Daar lijkt het wel op. Daarnaast is vervolgens afwachten in hoeverre gemeenten de TOZO-uitkeringen ‘spontaan’ gaan aanpassen, of dat de ondernemer daarom moet verzoeken.

Vangnet voor een deel van de flexwerkers
Het UWV maakte bekend dat over maart 2020 er een forse stijging van aangevraagde WW-uitkeringen heeft plaatsgevonden en dan met name onder jongeren en uitzendkrachten (zie hiervoor). Het UWV verwacht dat de stijging van WW-aanvragen in april 2020 nog forser zal uitvallen. Er zijn echter ook ontslagen flexwerkers die niet aan de voorwaarden van de WW voldoen, bijvoorbeeld omdat zij korter dan 26 weken in de laatste 36 weken hebben gewerkt. Zij komen vaak ook niet voor een bijstandsuitkering in aanmerking, omdat er bijvoorbeeld een partner is met inkomen of vermogen. In de motie wordt verzocht om voor deze groep ontslagen flexwerkers een tijdelijke, uitvoerbare regeling kan worden getroffen.

Commentaar
Opvallend is dat wordt verzocht om een tijdelijke regeling te treffen naast de maatregelen voor behoud van banen (NOW-regeling, de regeling voor zelfstandigen (TOGS en Tozo), de WW en de bijstand (Participatiewet). Kortom, waarschijnlijk worden bestaande wetten en regelingen voor ontslagen flexwerkers niet aangepast, maar dat er een totaal nieuwe regeling zal worden ontworpen. Minister Koolmees probeert iets te bedenken, maar kan niet garanderen dat alle mensen uit de groep van ontslagen flexwerkers worden gecompenseerd.

AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers
De ondernemingen van AOW-gerechtigde zelfstandige ondernemers kunnen volgens de indieners van deze motie grote schade lijden door de coronacrisis. Daardoor kunnen deze ondernemers onder het bestaansminimum geraken. In de motie wordt verzocht om de coronamaatregelen zo in te richten dat ook schade aan ondernemingen van AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers beperkt kan worden.

Commentaar
De AOW-uitkering is niet afhankelijk van inkomen en/of vermogen van de AOW-gerechtigde. De uitkering is gerelateerd aan het netto minimumloon. De AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemer zou onder het sociaal minimum terecht kunnen komen, doordat hij/zij uitgaven moet doen voor lasten van zijn/haar onderneming. Deze situatie kan ook aan de orde zijn voor ondernemers zonder AOW-uitkering, met weinig inkomsten uit de onderneming en veel lasten. De reikwijdte van door de Minister te treffen maatregelen ter uitvoering van deze motie kan dus van belang zijn meer zelfstandig ondernemers dan alleen AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers.

Aanpassing SBI-codes in de TOGS
Een grote groep ondernemers komen niet voor de TOGS-regeling in aanmerking, omdat de SBI-code van de hoofdactiviteit is gewijzigd of een SBI-code is toegevoegd, nadat zij nevenactiviteiten zijn gaan verrichten. Wanneer de nevenactiviteit aansluit bij de hoofdactiviteit op basis van de omschrijving van de bedrijfsactiviteit, wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken of het mogelijk is om alle SBI-codes van een onderneming in aanmerking te nemen en op basis hiervan de TOGS-uitkering toe te kennen.

Commentaar
Als (handmatig) van alle nevenactiviteiten de (andere) SBI-codes moeten worden bepaald, lijkt het verzoek in deze motie niet eenvoudig uit te voeren. Het is afwachten hoe de Minister deze motie vorm gaat geven.


Fiscaal

Mogelijk verruiming verliesverrekeningsmogelijkheden in de Vpb

Het kabinet komt tegemoet aan twee onlangs aangenomen moties, waarin het wordt verzocht om te onderzoeken of de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting tijdelijk kan worden aangepast. Concreet wordt verzocht om de bestaande verliesverrekening van één jaar terug en zes jaar vooruit te verruimen, zoals destijds in 2008 ook tijdelijk is toegestaan. Dit zou kunnen bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van bedrijven. Daarnaast wordt verzocht om het mogelijk te maken dat de geschatte verliezen van 2020 dit jaar al kunnen worden verrekend met de winst van 2019. Op grond van de huidige regelgeving kan dit pas bij het indienen van de Vpb-aangifte 2020, dus pas in 2021.


Pensioen

Mijn pensioencontract moet worden verlengd; wat moet ik doen?

De pensioenverzekering voor de werknemers van je cliënt loopt binnenkort af en moet worden verlengd. Je cliënt wil misschien voorsorteren op het Pensioenakkoord, in ieder geval wil hij/zij de lasten ook zoveel mogelijk beheersbaar houden. Nu al inhaken op de nieuwe regels van het Pensioenakkoord is nog niet aan de orde, partijen zijn nog in gesprek om te bezien hoe ons nieuwe pensioenstelsel er uit moet gaan zien. Werkgevers kunnen wel alvast een aantal stappen zetten. Raad je cliënt af om de huidige middelloonregeling klakkeloos om te zetten in een beschikbare premieregeling met een stijgende premie. Ook is het geen goed idee om de huidige AOW-franchise te verlagen om daarmee de werknemers te overtuigen om in te stemmen met de nieuwe regeling. Onze adviseurs helpen je graag op weg om de juiste keuzes te maken voor je of je cliënt.


Arbeidsrecht

Verbieden opname vakantiedagen na coronaperikelen – kan dat?

In de praktijk blijken werkgevers hun personeel te gebieden om nu hun vakantiedagen op te nemen, zodat zij na afloop van alle coronaperikelen – en wanneer het bedrijf weer op volle toeren draait – niet met afwezig personeel kampen. We bespraken eerder al dat de werkgever het personeel niet kan opleggen om vanwege een gebrek aan werkzaamheden, nu al hun vakantiedagen op te nemen. Maar hoe werkt dit andersom?
In de basis moet een werkgever de verlofaanvraag van een werknemer accepteren. Dit hoeft echter niet als zwaarwegende omstandigheden het verlof bemoeilijken. Dit kan het geval zijn wanneer er collega’s afwezig zijn of indien de werkzaamheden het verlof niet toelaten. Toch zal de werkgever dit in ieder specifiek geval moeten beargumenteren. Na afronding van de coronamaatregelen kunnen vakanties niet bij voorbaat worden verboden. Vanzelfsprekend kan er wel een beroep op de bereidheid tot medewerking van de werknemers worden gedaan. En let op, ontvangt een werkgever een verlofaanvraag, dan moet hij/zij daar altijd binnen 14 dagen op reageren! Anders wordt de vakantie vermoed te zijn goedgekeurd.


Werkgever trekt eerder goedgekeurde vakantie in – kan dat dan wel?

In lijn met het voorgaande artikel, maar nu gaan we uit van de situatie dat een vakantieaanvraag voor het najaar van 2020 eerder nog werd goedgekeurd, maar de werkgever hier gelet op alle coronaperikelen op terug wil komen. De werkgever kan de al goedgekeurde vakantie intrekken, mits door het verlof het bedrijf in grote problemen komt en er ook in dit geval dus zwaarwegende omstandigheden bestaan die maken dat het verlof niet langer kan worden opgenomen. Dit zal hij/zij echter moeten motiveren naar de specifieke omstandigheden van het geval. Heeft de werknemer hierdoor kosten die niet op andere wijze zijn gedekt, dan zal de werkgever hiervoor kunnen worden aangesproken.


Ziekmelden of niet en wat kun je nog meer doen

Er kunnen zich allerlei situaties voordoen rondom ziekte. Het kan de werknemer zelf betreffen maar ook iemand in zijn of haar omgeving, waarvoor de werknemer de zorg op zich heeft genomen. De vraag is dan in welke situaties de werkgever de werknemer dan ziek moet melden en wanneer niet. Ook is het in verschillende situaties van belang om te kijken of er meer acties ondernomen moeten of kunnen worden. We hebben daarom op onze Fiscount Modellenbank een schema geplaatst, waar je op kunt aflezen in welke situaties een ziekmelding moet plaatsvinden en wanneer niet. Ook hebben we daarin vermeld welke aanvullende acties de werkgever verder kan of moet nemen.


Accountancy

Tijdelijke maatregelen AV en opstellen jaarrekening 2019

Het fysiek houden van een algemene aandeelhoudersvergadering (AV) om bijvoorbeeld de jaarrekening vast te stellen, is niet mogelijk door de coronamaatregelen. Daarom zijn er enkele tijdelijke noodvoorzieningen getroffen, die inmiddels door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd. Ten eerste mogen rechtspersonen (en verenigingen van eigenaren) het houden van de AV uitstellen tot uiterlijk eind oktober 2020. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om elektronisch te vergaderen, ook in het geval de statuten dit niet toestaan. De aandeelhouders moeten dan wel schriftelijk of elektronisch vragen kunnen stellen. Ook kunnen aanhouders in staat gesteld worden om te stemmen.

Samenloop aandeelhouders en bestuurders
Zijn alle aandeelhouders ook bestuurder van de vennootschap? In dat geval wordt de jaarrekening al geacht te zijn vastgesteld na ondertekening van de opgestelde jaarrekening door de bestuurders. Dit tenzij hier in de statuten expliciet van wordt afgeweken, maar dat is zelden het geval.

Kanttekening
We herhalen onze kanttekening die we hierbij in een eerdere Fiscourant plaatsten. Het uitstellen van het opmaken en uitbrengen van de jaarrekening heeft namelijk ook nadelen. Banken vragen immers om de jaarrekening, waardoor uitstel de kansen verlaagt om financiering te krijgen. Je kunt misschien beter de jaarrekening zo spoedig mogelijk uitbrengen en een goede toelichting opnemen over de effecten van het Coronavirus op het bedrijf. Dit kun je kwijt in de sectie ‘Gebeurtenissen na balansdatum; of bij de sectie Continuïteitsveronderstelling’.


Financiering

GO-regeling wordt verlengd

De Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO-regeling) wordt verlengd tot 1 april 2021. Nu loopt de regeling nog tot 1 juli 2020. Staatssecretaris Keijzer heeft de Tweede Kamer verzocht om af te wijken van de gangbare procedure die voor de verlenging van de regeling moet worden gevolgd. Die duurt tenminste 30 dagen. Dat is te lang, vindt de staatssecretaris dus maakt zij gebruik van een bijzondere regeling om in het landsbelang sneller te kunnen beslissen over de verlenging van de GO-regeling. Volgens die regeling neemt de Tweede Kamer de voorgenomen verlenging van de GO-regeling slechts voor kennisgeving aan, waarna de staatssecretaris dit als een toestemming mag beschouwen en over kan gaan tot publicatie van de verlenging.


Borgstellingskrediet BL-C ook voor visserij en aquacultuurbedrijven

Het borgstellingsregeling BL-C voor de land- en tuinbouw kan ook worden gebruikt door visserij- en aquacultuurbedrijven. Dit heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bekendgemaakt. De borgstelling geldt voor de productie, maar ook voor de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten en werkt terug tot 18 maart 2020. Deze tijdelijke verruiming duurt tot 1 april 2021.

Minder provisie
De provisie is verder verlaagd van 1% naar 0,5% voor starters en overnemers en van 3% naar 1,5% voor de overige bedrijven. Met het borgstellingsregeling BL-C voor de land- en tuinbouw kan een overbruggingskrediet worden gefinancierd tot het maximale borgstellingskrediet per bedrijf van € 1,2 miljoen (bij duurzame/ innovatieve leningen (BL-Plus) € 2,5 miljoen. Als het maximale borgstellingskrediet bijna of geheel is benut, dan kan daar bovenop nog maximaal € 300.000 aan BL-C krediet worden gefinancierd. De looptijd van het overbruggingskrediet is 8 maanden en er kan lineair worden afgelost of aan het einde van de looptijd. De borgstelling in de BL-C regeling is 70% van het totaal aan nieuw te verstrekken overbruggingskrediet.


Agrarische sector

Enkele bedrijfstakken in de agrarische sector hebben met acute vraaguitval te maken gehad door het wegvallen van de exportmarkt en van hun grootste binnenlandse afzetmarkt, de horeca. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) komt deze bedrijfstakken tegemoet met een vergoeding voor de geleden schade door de uitbraak van het coronavirus. De bedrijfstakken die voor de tegemoetkoming in aanmerking komen zijn de sierteelt, specifieke onderdelen van de voedingstuinbouw en de fritesaardappeltelers.

Sierteelt en specifieke onderdelen voedingstuinbouw

De sierteelt en specifieke onderdelen van de voedingstuinbouw hebben naast grote omzetdaling ook te maken met doorlopende vaste kosten en productiekosten, omdat zij een teelt of oogst niet zomaar kunnen stilleggen. Daarom komt er een omzetschaderegeling van € 600 miljoen regeling voor de omzetschade en deze doorlopende kosten. Uitgangspunt bij deze regeling is dat de eerste 30% van de omzetderving voor rekening komt van het bedrijf en de overheid de resterende 70% voor een groot deel compenseert.

Fritesaardappeltelers

Fritesaardappeltelers worden gecompenseerd voor de hoeveelheid aardappelen die zij nog in opslag hebben. De vergoeding geldt voor aardappelen die dit seizoen niet meer verwerkt kunnen worden tot frites en bedraagt 40% van de gemiddelde marktwaarde van de periode september 2019 tot en met februari 2020. Hiervoor is € 50 miljoen beschikbaar gesteld.


Management

Bedrijfskundig begeleiden is anders dan adviseren

Ongeveer 98% van alle bedrijven in Nederland heeft minder dan 10 werknemers. Uit onderzoek van de KvK blijkt dat een maand na het instellen van de coronamaatregelen maar liefst 25% in serieuze financiële problemen verkeert. Hetgeen natuurlijk niet wil zeggen dat de andere 75% geen (financiële) pijn ervaart. Integendeel zelfs, zo blijkt. Naast hulp bij de financiële steunmaatregelen, ontstaat er in een later stadium een grote behoefte om deze bedrijven ook bedrijfskundig bij te staan. Het gaat dan om begeleiden, niet om adviseren. Hierbij kunnen bedrijfskundige modellen prima worden ingezet. In het najaar geven we de 2-daagse training ‘Begeleiden van zakelijke cliënten met behulp van bedrijfskundige modellen’. Belangstelling? Klik hier.


Particulieren

Wijzigen alimentatie door coronamaatregelen?

De ingrijpende maatregelen in het kader van de coronacrisis kunnen gevolgen hebben voor voldoen aan de alimentatieverplichtingen. Als het voldoen aan die verplichtingen moeilijk wordt, kan er dan ook worden verzocht om een wijziging van de alimentatie?
Inkomensverlies kan hiervoor een reden zijn. Dit is het geval als het niet verwijtbaar is aan de alimentatiebetaler en het inkomensverlies daarnaast niet voor herstel vatbaar. Inkomensverlies als gevolg van de coronamaatregelen zal in de meeste gevallen geen verwijtbaar inkomensverlies opleveren, zolang de ondernemer dit uiteraard goed en deugdelijk kan onderbouwen. Van belang is dat er een verband is tussen de maatregelen en het inkomensverlies. De tweede voorwaarde is dat het inkomensverlies niet voor herstel vatbaar is. Dit is mede afhankelijk van de vermogenspositie van de ondernemer. Is herstel van de omzet niet mogelijk en kan daarmee het inkomen van de ondernemer op korte termijn niet op het oude niveau worden gebracht? Dan zal naar de vermogenspositie worden gekeken. Het kan onder omstandigheden van de ondernemer verlangd worden dat hij/zij inteert op zijn of haar vermogen om zo het inkomen aan te vullen ten gunste van de alimentatiegerechtigde.

Is er sprake van niet verwijtbaar inkomensverlies dat op korte termijn niet kan worden hersteld of worden opgevangen, dan is er reden voor een herberekening van de alimentatie en een wijzigingsprocedure bij de rechtbank. Let op, het is niet mogelijk om op eigen initiatief de alimentatie (zonder gewijzigde uitspraak van de rechter) aan te passen naar een lager bedrag. Dit kan alleen als de alimentatiegerechtigde hier (schriftelijk) mee instemt of als er een wijzigingsbeschikking is van de rechtbank.

Zit het bedrijf van je cliënt in zwaar weer en verwacht je dat dit niet op de korte termijn zal worden opgelost? Of ben is je cliënt zijn/haar baan verloren en heeft hij/zij een functie met een lager salaris moeten accepteren? Bel of neem contact op met ons en laat een beoordeling maken of je cliënt recht heeft op een wijziging van de alimentatie. En zo ja, wat het nieuwe bedrag zou moeten zijn dat je cliënt maandelijks aan alimentatie kan betalen. En als je dat wenst kunnen we ook alle correspondentie met de ex-partner voeren en/of het hele traject bij de rechtbank begeleiden.


Tijdelijke voorziening passeren aktes

Notariële aktes mogen tijdelijk via audiovisuele hulpmiddelen worden verleden. De Eerste Kamer is akkoord gegaan met een wetsvoorstel die dit onder meer regelt. Het passeren van aktes via de digitale weg mag in elk geval tot 1 september 2020. Eventueel kan deze termijn telkens met twee maanden worden verlengd. De digitaal verleden aktes blijven ook geldig na afloop van deze tijdelijke regeling. De regeling geldt niet voor aktes die in het buitenland zijn opgemaakt en via Skype door een Nederlandse notaris worden afgesloten.


Teruggaaf eigen kinderopvangbijdrage

Ouders die tussen 16 maart en 28 april 2020 de eigen bijdrage voor de kinderopvang hebben doorbetaald, krijgen die in juni (uiterlijk juli) vergoed via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die op 6 april 2020 bekend waren bij de Belastingdienst/Toeslagen. In tegenstelling tot eerdere berichten wordt de vergoeding rechtstreeks aan de ouders uitbetaald. Zij krijgen een beschikking waarin de berekening van de vergoeding is vastgelegd. De SVB vergoedt het deel van de eigen bijdrage kinderopvang tot het wettelijk vastgestelde maximum uurprijs. Kinderopvangorganisaties die een hogere uurprijs vragen dan dit maximum, moeten dit gedeelte zelf aan de ouders vergoeden. Ouders hoeven de vergoeding niet aan te vragen, maar krijgen het bedrag automatisch op hun rekening gestort. De SVB krijgt de betaalgegevens hiervoor van de Belastingdienst/Toeslagen.
Bij grote verschillen tussen de betaalde eigen bijdrage en de uitbetaalde teruggaaf kunnen ouders een herziening aanvragen of gebruikmaken van een bezwaar- en beroepsprocedure.


Borgstellingsregeling door NHG

Woningeigenaren met een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (in 2020 tot € 310.000) en hun hypotheeklasten niet meer kunnen betalen door de coronacrisis, krijgen de mogelijkheid om hun achterstallige betalingen te laten oplopen tot maximaal 9% van het hypotheekbedrag. De NHG heeft hiervoor de zogenoemde ‘Woonlastenfaciliteit’ beschikbaar gesteld. De geldverstrekkers van de woningeigenaren kunnen deze faciliteit aanvragen bij NHG als zij de woningeigenaren uitstel van betaling hebben verleend of wanneer deze betalingsachterstanden hebben. De NHG staat dan borg voor maximaal 9% van de oorspronkelijke hypotheek. De geldverstrekkers kunnen de ‘Woonlastenfaciliteit’ toetsingsvrij toepassen gedurende maximaal 3 maanden. Deze termijn kan met drie maanden worden verlengd, mocht dat nodig zijn. In het geval woningbehoud niet haalbaar blijkt te zijn, biedt de NHG via deze faciliteit een vangnet door een eventuele restschuld kwijt te schelden, mits de woningeigenaar naar de voorwaarden voldoet.


Tijdelijk geen eigen bijdrage Wmo

Door de uitbraak van het coronavirus kan de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo vaak geen doorgang vinden. Mensen die gebruikmaken van de Wmo hoeven daarom in de maanden april en mei geen eigen bijdrage te betalen. Normaliter betalen Wmo-cliënten meestal een vast abonnementstarief van € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat zij ontvangen. Als de Wmo-ondersteuning in een maand feitelijk niet wordt geboden, wordt de bijdrage op grond van het zogenoemde ‘start-stopbeleid’ niet gefactureerd. Dit beleid blijft tijdens de coronacrisis buiten toepassing, omdat het te veel onduidelijkheid oplevert en leidt tot te veel discussies, bezwaarprocedures en administratieve belasting. Deze regeling geldt niet voor cliënten die gebruikmaken van de voorzieningen beschermd wonen en opvang. Hun eigen bijdrage is gekoppeld aan het gebruik. Bij geen gebruik dus geen bijdrage. Voor zover zij wel gebruikmaken van hulpmiddelen en woningaanpassingen worden de hiervoor verschuldigde bijdragen echter in april en mei nog niet geïnd.


Reisrecht OV-kaarten studenten verlengd

Studenten aan de hogescholen en universiteiten krijgen nu onderwijs op afstand, waardoor zij weinig gebruikmaken van hun OV-kaart. Tijdelijk stopzetten van de kaart is voor veel studenten geen optie, omdat dit alleen kan als ook de studiefinanciering wordt stopgezet. Daarom krijgen studenten aan hogescholen en universiteiten die in maart recht hadden op een OV-kaart, drie maanden verlenging van hun reisrecht. Afhankelijk van het verloop van de coronacrisis wordt gekeken of deze verlenging voldoende is. De verlenging geldt niet voor mbo-studenten, omdat hun reisrecht standaard langer duurt dan dat van hbo- en universitaire studenten.


Geldigheid rijbewijzen verlengd

De mogelijkheden om het rijbewijs te verlengen zijn beperkt door de beperkende maatregelen in het sociaal verkeer. Daarom is besloten dat rijbewijzen die vanaf 16 maart 2020 zijn verlopen, geldig blijven tot 1 juni 2020. De verlenging van de geldigheidsduur geldt alleen voor mensen met een rijbewijs dat na 10 of na 5 jaar (beroepschauffeurs of mensen met lichte medische beperking) moet worden verlengd. De verlenging geldt alleen voor rijden in Nederland. Het rijbewijs kan tijdens de verlenging niet gebuikt worden als geldig identificatiebewijs, behalve als sprake is van zorgafname. Een verdere verlenging is mogelijk, mocht dat nodig blijken te zijn. Mensen met een verlopen rijbewijs dat korter geldig dan 5 of 10 jaar, kunnen geen gebruik maken van de verlenging.


De Fiscourant

Inleiding

De eerste ervaringen met de coronasteunmaatregelen zijn inmiddels opgedaan. Daardoor zijn er ook tekortkomingen aan het licht gekomen. In dit deel 9 van de Fiscourant special daarom vooral veel aanpassingen, versoepelingen en aanvullingen op bestaande maatregelen.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de versoepeling urencriterium voor de zelfstandigenaftrek
  • het eerder verlies verrekenen via coronareserve
  • voorlopig geen beperking excessief lenen
  • de fiscale gevolgen betaalpauze hypotheeklasten versoepeld
  • meer ruimte voor MKB-werkgevers
  • het tijdelijk lager gebruikelijk loon
  • de Tozo ook voor grenswerkers en AOW-gerechtigden
  • oproepkrachten en NOW-regeling: ondernemers pas op uw tellen
  • de NOW-subsidie bij andere buitengewone omstandigheden
  • de toegang TOGS-regeling uitgebreid
  • de versoepeling criteria voor BMKB
  • de verruimde GO-regeling van start door goedkeuring EC
  • de start specifiek krediet voor innovatieve bedrijven
  • ook budget voor investeringsfondsen verhoogd
  • het overleg Horeca over tijdelijk stopzetten pensioen mislukt
  • help! de rente en de beurskoersen kelderen en je cliënt moet met
    pensioen
  • de nieuwe verdeling pensioen bij scheiding uitgesteld
  • de spoedwet vereenvoudigd officieel vergaderen langs digitale weg
  • denk in scenario’s en wijzig je KPI’s
  • voldoen aan de 1,5-meter-economie, hoe pak je dat aan?

Fiscaliteit en loonheffingen

Versoepeling urencriterium voor de zelfstandigenaftrek

Ondernemers hoeven tijdelijk niet aan het urencriterium (1.225 uren per jaar, 23,5 uren per week) te voldoen om de zelfstandigenaftrek te benutten. In de periode maart 2020 t/m mei 2020 wordt ervan uitgegaan dat zij – per definitie – ten minste 24 uren per week voor hun onderneming hebben gewerkt, ook als dat niet daadwerkelijk is gebeurd, bijvoorbeeld vanwege de lockdown. De versoepeling wordt ook mogelijk gemaakt voor sterk seizoensafhankelijke branches, zoals de horeca en festivalbranche.


Eerder verlies 2020 verrekenen via coronareserve

Een andere fiscale maatregel betreft de geschatte verliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting. Die mag de bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou het verlies van 2020 pas kunnen worden verrekend met de winst van 2019 bij het indienen van de Vpb-aangifte over 2020, dus pas in 2021 of later.


Voorlopig geen beperking excessief lenen

Eind vorig jaar zou er een wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer, die het buitensporig lenen bij de eigen bv gaat beperken. Daarbij zou in beginsel het lenen bij de eigen bv boven een bedrag van
€ 500.000 vanaf 2022 belast worden als inkomen uit aanmerkelijk belang. De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is uitgesteld tot 1 januari 2023. Cliënten met schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij de eigen bv die hoger zijn dan € 500.000, hebben dus een jaar langer de tijd om hun schuldenlast zo veel als mogelijk terug te brengen tot maximaal € 500.000.


Fiscale gevolgen betaalpauze hypotheeklasten versoepeld

Kredietverstrekkers zijn bereid een betaalpauze te geven van rente en aflossing voor maximaal zes maanden aan huiseigenaren die moeite hebben om hun hypotheeklasten te betalen. Het uitstellen van de betaling van hypotheeklasten heeft ook fiscale gevolgen als een hypotheek na 31 december 2012 is afgesloten. Daarop moet immers verplicht worden afgelost om de renteaftrek te mogen toepassen. Onder de bestaande fiscale regels zou dit betekenen dat je cliënt de uitgestelde hypotheeklasten in 2020 al in 2021 weer moet inlossen om de hypotheekrenteaftrek te behouden. Dit effect is ongewenst en daarom zijn de fiscale regels versoepeld.

Maakt je cliënt dit jaar gebruik van een betaalpauze voor zijn of haar hypotheeklasten, dan hoeft hij/zij de aflossingsachterstand niet al eind 2021 te hebben ingehaald. Je cliënt mag deze uitsmeren over de resterende looptijd van zijn/haar hypotheek (van maximaal 360 maanden). Je cliënt mag er ook voor kiezen om de resterende lening te splitsen, zodat hij/zij de betaalachterstand sneller – binnen bijvoorbeeld 5 jaar – kan afbetalen.


Meer vrije ruimte voor MKB-werkgevers

Het tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) is verruimd. De vrije ruimte voor het jaar 2020 wordt namelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000 loonsom. Daarboven reken je met 1,2% over de resterende loonsom. Dit is namelijk niet gewijzigd.

Wat houdt de verruiming concreet in?
Hierna volgen enkele voorbeelden van hoe deze verruiming van de werkkostenregeling concreet uitwerkt:

Loonsom (€) Vrije ruimte voor de maatregel (€) Vrije ruimte na de maatregel (€) Verruiming als bedrag (€) Verruiming in %
200.000 3.400   6.000 2.600 76%
400.000 6.800 12.000 5.200 76%
800.000 11.600 16.800 5.200 45%
4.000.000 50.000 55.200 5.200 10%

Concernregeling gooit roet in het eten
De WKR-eindheffing wordt per werkgever berekend. Maar bestaat het bedrijf uit verschillende bv’s, waarbij werknemers op de loonlijst staan? Dan wordt mogelijk de ‘concernregeling’ toegepast. De eindheffing bereken je dan over het totale fiscale loon van alle bv’s die tot het concern behoren. Als je cliënt daardoor de grens van € 400.000 overschrijdt, kan hij/zij geen gebruikmaken van de verruiming van de vrije ruimte. Controleer daarom of je cliënt beter af is zonder toepassing van de concernregeling.


Tijdelijk lager gebruikelijk loon

Het (fictieve) loon wordt normaliter ten minste gesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn;
  • € 46.000.

Slechts in heel bijzondere situaties kan een lager loon worden gehanteerd. Maar tijdens de coronacrisis wordt hierop een uitzondering gemaakt bij veel omzetverlies. Als de bedrijfsresultaten van je cliënt door de coronacrisis zijn verslechterd, mag hij of zij een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen.

Let op
Als achteraf de impact op het bedrijfsresultaat blijkt mee te vallen, kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat het gebruikelijk loon niet kan worden verlaagd.


Sociale zekerheid

Tozo ook voor grenswerkers en AOW-gerechtigden

Heb je cliënten die in Nederland wonen maar een onderneming hebben in een ander EU-land? Zij komen sinds kort in Nederland in aanmerking voor de inkomensondersteuning van de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)’. Op de lening in de Tozo kunnen zij echter geen beroep doen. Voor financiële ondersteuning van hun onderneming zijn zij aangewezen op het land waar hun bedrijf is gevestigd.

Wonen je cliënten in een ander EU-land, maar hebben zij een bedrijf in Nederland? In dat geval kunnen deze cliënten in Nederland gebruikmaken van de lening in de Tozo. Voor de inkomensondersteuning zijn zij dan aangewezen op hun woonland.

AOW-gerechtigden
Is je cliënt een AOW-gerechtigde zelfstandige? In dat geval komt hij of zij niet in aanmerking voor de inkomensondersteuning, maar sinds kort wel voor de lening in de Tozo.

Tijdig aanvragen
Grenswerkers of zelfstandigen met een AOW-uitkering die gebruikmaken willen maken van de Tozo, moeten hun aanvraag uiterlijk 31 augustus 2020 hebben ingediend. Dat kan met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020.


Oproepkrachten en NOW-regeling: ondernemers pas op uw tellen

Een werkgever spreekt met een oproepkracht geen vaste uren af en de oproepkracht krijgt alleen de gewerkte uren betaald. Er is dus sprake van een wisselend inkomen. In de arbeidsovereenkomst met de oproepkracht wordt vaak standaard de uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht opgenomen. Dit houdt in dat als er geen werk is, er ook geen loon zal worden betaald. Oproepkrachten die 3 maanden iedere week zijn opgeroepen of tenminste 20 uur per maand hebben gewerkt, kunnen zich beroepen op het zogenaamde rechtsvermoeden. Op basis hiervan kunnen zij loon vorderen. Een werkgever kan dit echter in elk geval voor de eerste 6 maanden bestrijden met verwijzing naar de hiervoor genoemde uitsluitingsclausule. Het kan overigens wel zo zijn dat de CAO een afwijking kent. De overheid heeft niettemin aan werkgevers verzocht om ook aan oproepkrachten het loon door te betalen in het kader van de NOW-regeling. Behoud van werk staat hier voorop. Hier komt echter ook een potentieel gevaar om de hoek kijken voor de werkgever. Het onverplicht doorbetalen van loon zou de werknemer immers in de kaart kunnen spelen, doordat hij/zij zich na afloop van de crisis op het standpunt zou kunnen stellen dat hierdoor een verworven recht is ontstaan. Het is voor ondernemers die gebruik maken van de NOW-regeling en het loon gaan doorbetalen, dan ook zaak om duidelijk te maken aan de oproepkracht dat het hier enkel om loonbetaling uit coulance gaat. Een voorbeeldbrief vind je in de Fiscount Modellenbank.


NOW-subsidie bij andere buitengewone omstandigheden

De NOW-regeling geldt voor situaties waarin sprake is van een omzetdaling van ten minste 20% over een 3-maandsperiode wegens buitengewone omstandigheden. Deze omzetdaling wordt dan niet gerekend tot het normale ondernemersrisico. De uitbraak van het coronavirus is de bijzondere omstandigheid die aanleiding was om de werktijdverkortingsregeling te vervangen door de NOW-regeling. Toch kan de NOW-subsidie ook worden benut in andere bijzondere omstandigheden die ten minste 20% omzetdaling tot gevolg hebben. Zo kan de werkgever ook NOW-subsidie aanvragen bij omzetdaling door een brand in zijn/haar bedrijf of door de PFAS- en stikstofcrisis.


Toegang TOGS-regeling uitgebreid

Meer ondernemers kunnen gebruikmaken van de TOGS-regeling – het Noodloket, de eenmalige, belastingvrije tegemoetkoming van € 4.000. De regeling is uitgebreid naar nevenactiviteiten en zorgondernemers.

Nevenactiviteiten
Komt je cliënt voor zijn/haar geregistreerde hoofdactiviteit niet in aanmerking voor de TOGS-regeling, dan kan hij/zij op basis van de geregistreerde SBI-code voor één van zijn/haar nevenactiviteiten mogelijk wel aanspraak maken op deze regeling. Je cliënt moet dan uitsluitend op basis van deze nevenactiviteit voldoen aan de minimumeisen qua omzetverlies en vaste lasten (beiden € 4.000). Ook moet de SBI-code voor de nevenactiviteit op 15 maart 2020 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. Een eerder ingediende aanvraag voor een nevenactiviteit die het RVO al heeft afgewezen, wordt binnen enkele dagen opnieuw in behandeling genomen.

Zorgondernemers
Ook zorgondernemers, zoals tandartspraktijken en fysiotherapeuten, kunnen gebruikmaken van de TOGS-regeling. Zij komen echter alleen voor het Noodloket in aanmerking als zij

  • na aftrek van andere tegemoetkomingen (bijvoorbeeld van zorgverzekeraars); én
  • na gebruik van andere coronasteunmaatregelen van de overheid,

verwachten in de periode 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden en ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben. Bij de aanvraag moeten zij hierover een verklaring bijvoegen. De RVO controleert achteraf of de zorgondernemer terecht de ondersteuning heeft gehad. Daarbij kan om bewijsstukken worden gevraagd, zoals een kopie van de omzetgegevens of de btw-aangifte over 2019 of 2020 of van stukken waaruit de hoogte van de andere tegemoetkomingen blijkt.

Thuiszorgwinkels
Thuiszorgwinkels vallen ook onder de groep gedupeerde zorgondernemers. Zij vallen onder de SBI-code 47.74.2. Omdat onder deze code ook andere ondernemingen vallen, is binnen deze SBI-code een specificatie opgenomen zodat alleen thuiszorgwinkels kwalificeren voor de TOGS-regeling. De aanvrager die onder deze SBI-code valt, moet verklaren dat de onderneming een thuiswinkel is.


Financiering

Versoepeling criteria voor BMKB

Mkb-bedrijven met een gezond toekomstperspectief maar die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door de coronacrisis, kunnen tijdelijk onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Deze regeling is tijdelijk opnieuw verder verruimd om financiering voor ondernemers toegankelijker te maken. Zo is de looptijd nu verruimd naar 4 jaar. Ook is de toegang laagdrempeliger gemaakt doordat behalve via een liquiditeitsprognose ook via een omzettoets toegang kan worden verkregen tot de BMKB. Eerder deze maand werd het premiepercentage van de BMKB al verlaagd van 3,9% naar 2% en het budget verhoogd van € 765 miljoen naar € 1,5 miljard. Bovendien kunnen sindsdien ook non-bancaire financiers zich accrediteren om hun klanten te financieren met een BMKB-krediet.


Verruimde GO-regeling van start door goedkeuring EC

De voorgestelde verruimingen van de Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO-regeling) zijn door de Europese Commissie goedgekeurd. Daardoor is de verruimde regeling sinds 29 april jl. opengesteld. Het budget is verhoogd van € 1,5 miljard naar € 10 miljard. Daarnaast is het garantiepercentage verhoogd van 50% naar 80% voor grootbedrijven en naar 90% voor het MKB, mits zij getroffen zijn door de coronacrisis. De looptijd van de GO-regeling is zes jaar.


Start specifiek krediet voor innovatieve bedrijven

De in deel 6 van de Fiscourant special aangekondigde specifieke kredietmogelijkheid voor startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven die getroffen zijn door de coronacrisis, is sinds 29 april 2020 opengesteld. De kredietmogelijkheid heeft de naam ‘Corona-Overbruggingslening (COL)’ meegekregen en kan worden aangevraagd bij de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). De COL varieert tussen de € 50.000 en € 2 miljoen en de rente bedraagt 3%. Bij een COL-aanvraag boven de € 250.000 wordt 25% cofinanciering verwacht van aandeelhouders of andere investeerders. De ROM’s willen aanvragen tot € 500.000 binnen 4 tot 9 werkdagen afhandelen. Aanvragen boven € 500.000 willen ze binnen 3 werkweken hebben afgehandeld.


Ook budget voor investeringsfondsen verhoogd

Ook het budget dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) beschikbaar stelt voor investeringsfondsen (de Budget SEED Capital-regeling) wordt verhoogd: van € 22 miljoen naar € 32 miljoen. Het ministerie van EZK ondersteunt met dit budget innovatieve ondernemingen, waaronder startups op technologisch (zoals hightech en eHealth) en creatief gebied bij het verkrijgen van risicokapitaal vanuit investeringsfondsen.


Pensioen

Overleg Horeca over tijdelijk stopzetten pensioen mislukt

Het overleg tussen de belangenvereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en de vakbonden (CNV en FNV) is stukgelopen. De insteek van dit overleg was van de zijde van KHN duidelijk: proberen de lasten van de coronacrisis te verdelen over werkgevers en werknemers in de horeca. Onderdeel van de besprekingen was de wens van KHN om tijdelijk te stoppen met de pensioenopbouw van werknemers. Daarmee bespaart de werkgever een aantal maanden premiebetaling. Anders dan uitstel van betaling is dat een ‘definitieve’ – weliswaar tijdelijke – verruiming van de liquiditeitspositie van de werkgever. KHN heeft over dit onderwerp een brief gestuurd naar de ministers Wiebes en Koolmees.


Help! De rente en de beurskoersen kelderen en je cliënt moet met pensioen

Stel, je cliënt heeft in het verleden bij zijn werkgever een pensioen opgebouwd in een beschikbare premieregeling. De ingangsdatum van het pensioen is al uitgesteld tot de uiterste datum. Over twee maanden is het zover; je cliënt ‘gaat met pensioen’. Bij een beschikbare premieregeling kan de hoogte van de pensioenuitkeringen afhangen van de rente op de pensioeningangsdatum. Hoe lager die is, hoe lager de uitkeringen. Een mogelijk oplossing zou kunnen zijn om met een deel van het pensioenkapitaal te blijven doorbeleggen en daar variabele pensioenuitkeringen voor te bedingen. Daartoe zijn mogelijkheden. Laat je op dit punt goed adviseren.


Nieuwe verdeling pensioen bij scheiding uitgesteld

De verdeling van pensioenrechten bij echtscheiding gaat veranderen. Conversie wordt de nieuwe hoofdregel. De bedoeling was om de nieuwe regels in te laten gaan met ingang van 1 januari 2021. Maar de Tweede Kamer kan het wetsvoorstel niet eerder dan na het zomerreces behandelen door de lagere vergaderfrequentie als gevolg van de coronacrisis. Daarmee is de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2021 ook niet langer haalbaar. Minister Koolmees heeft daarom aangegeven dat hij de ingangsdatum verschuift naar 1 januari 2022.


Juridische zaken

Spoedwet vereenvoudigd officieel vergaderen langs digitale weg

Op 24 april jl. is de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in werking getreden. Met deze wet wordt het mogelijk gemaakt om allerhande officiële bijeenkomsten of vergaderingen langs digitale weg te houden. Denk hierbij aan de algemene vergadering van een vereniging. Verenigingen hebben immers meer dan voldoende te bespreken op dit moment. Uiteraard gelden er wel enkele spelregels. Als het bestuur van een vereniging beslist dat er geen fysieke toegang is tot de algemene vergadering, dan kan de vergadering toch plaatsvinden als:

  • er wel toegang wordt verleend via elektronische weg; en
  • de leden tot ten minste 72 uur voor de vergadering schriftelijk of op elektronische wijze hun vragen hebben kunnen indienen.

Deze vragen worden uiteraard tijdens de vergadering beantwoord. De antwoorden verschijnen op de website van de vereniging of worden anderszins langs elektronische weg inzichtelijk gemaakt voor de leden. Tijdens de vergadering zelf wordt waar mogelijk ook ruimte gelaten voor vragen.


Management

Denk in scenario’s en wijzig je KPI’s

Nu de meeste ondernemers inmiddels van de eerste schrik bekomen zijn, zullen velen van hen met focus moeten werken om deze crisis te kunnen overleven. Direct starten met crisis-management zal in de meeste gevallen zijn gebeurd. De 2e stap kan zijn om – afhankelijk van de status van de onderneming – in scenario’s te (gaan) denken. Een voorbeeld is een zogenaamd stoplichtscenario: omzetdaling tot x% (groen), een omzetdaling tot y% (oranje) en een omzetdaling van >z% (rood). Welke stappen kunnen c.q. moeten er gezet worden bij de verschillende scenario’s? Welke nieuwe Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) horen daar dan bij? Houd deze zorgvuldig in de gaten en stuur hier op!

Communiceer en doe iets met het echte pijnpunt
Tot slot nog twee tips:

  1. Communiceer meer dan gebruikelijk met en naar al je stakeholders (afhankelijk van de behoefte natuurlijk): medewerkers, leveranciers, afnemers, aandeelhouders, financiers etc. Digitale communicatie vraagt beduidend meer van eenieder dan face-to-face communicatie;
  2. Waar doet/deed het echt pijn in de organisatie? Hoe kun je dat in de toekomst anders organiseren? Hoe kun je bijvoorbeeld je kosten en risico’s beter of anders beheersen c.q. spreiden?

Tip
Begin naast scenario-denken vandaag nog met toekomst-denken. Een eventuele financier zal dat ook willen weten.


Voldoen aan de 1,5-meter-economie, hoe pak je dat aan?

Binnenkort zal nagenoeg elke ondernemer een plan (coronaprotocol) moeten hebben om aan de 1,5-meter-economie te kunnen meedoen. Een plan is stap 1. Herinrichten van of implementeren naar de werkvloer is een volgende stap. Wil je de nieuwe spelregels kunnen handhaven, dan moeten ze ook ergens vastliggen. Er zal ‘iets op papier moeten komen’ ten behoeve van de stakeholders (medewerkers, klanten, beroeps- of branchevereniging, bank etc.). Hoe pak je dat aan? Hoe zet je zoiets op papier? Hoe zorg je dat de betreffende personen zich eraan gaan houden? Wendy Bent AA, MSc heeft als executive coach en accountant
ruime ervaring met protocollen, richtlijnen en handboeken. Zij weet als geen ander hoe dit proces aan te pakken, op te schrijven en/of te implementeren. Sparren of een tweede lezing kan ook!

Mail naar w.bent@fiscount.nl


De Fiscourant

Inleiding

Na het verschijnen van de vorige Fiscourant zijn er weer enkele versoepelingen bekendgemaakt. Zo kunnen de kappers en andere contactberoepen binnenkort weer aan de slag. Het openbaar vervoer komt met restricties weer op gang en er is een versoepeling voor de horeca bekendgemaakt. Al zal die niet elke horecaondernemer in juichstemming brengen. Toch zijn het de eerste voorzichtige stappen op weg naar weer een ‘normaal’ leven. In deze Fiscourant gaan we vooral in op de NOW-regeling.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de aanpassingen NOW-regeling
  • de NOW-aanvraag minder ‘eenmaling’ na een wtv-aanvraag
  • telt het loon van werknemers boven de AOW-leeftijd mee voor de NOW?
  • de TOGS en verklaring afgescheiden privé- en zakelijk adres
  • de verhoging vrije ruimte voor 2020 en thuiswerkfaciliteiten
  • de verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling in de praktijk
  • de afspraken over gevolgen coronacrisis voor grensarbeider
  • de extra steun voor sportverenigingen

Sociale Zekerheid

Aanpassingen NOW-regeling

De wijzigingen in de NOW-regeling die 1 mei jl. wel bekend zijn geworden betreffen de volgende zaken:

  • Aanpassing concernregeling
  • Instemming openbaarmaking gegevens NOW-subsidiedossier
  • Samenloop NOW en loonkostensubsidie
  • Buitenlands bankrekeningnummer

Aanpassing concernregeling
Het kabinet heeft de aangenomen motie in de Tweede Kamer opgevolgd en de concernregeling aangepast. Het is sinds 5 mei 2020 toegestaan dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij – in plaats van op concernniveau – als er bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Uit een accountantsverklaring zal moeten blijken dat er sprake is van minder dan 20% omzetdaling op concernniveau en dat er sprake is van ten minste 20% omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij.
De omzetdaling wordt uitgedrukt in hele procenten en afgerond naar boven. Vervolgens bepaalt de hoogte van de omzetdaling bij de werkmaatschappij de hoogte van de NOW-subsidie. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de hoofdregel, waarbij de omzetbepaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet.

Let op!
Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven. Dit geldt niet voor het percentage aan omzetverlies.

Voorwaarden
Aan de afwijkingsmogelijkheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  1. de subsidieaanvraag – het voorschot – is gedaan na 5 mei 2020;
  2. het is geen personeels-bv. Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau;
  3. de werkgever handelt in overeenstemming met een overeenkomst over werkbehoud, die hij voorafgaand aan de subsidieaanvraag is aangegaan – inclusief dagtekening – met de belanghebbende verenigingen van werknemers. Zijn die er niet, dan met een andere vertegenwoordiging van werknemers. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat een akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers;
  4. het groepshoofd (met consolidatieplicht artikel 2:406 BW) of de moedermaatschappij (artikel 2:24a BW) verklaart voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen dividenden aan aandeelhouders zullen worden uitgekeerd of bonussen – waaronder mede begrepen winstdelingen – aan de Raad van Bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop dit artikel wordt toegepast. Ook verklaart zij voordat de aanvraag wordt ingediend dat er geen eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep tot en met de datum van de vergadering, waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Met dividend worden gelijkgesteld andere winstuitkeringen aan derden buiten de groep.
  5. de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap, waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en
  6. de omzetdaling van de groep bedraagt minder dan 20% in de gekozen meetperiode. Aanvragen die eerder dan 5 mei 2020 zijn ingediend, zijn uitgegaan van een omzetdaling van minstens 20% op concernniveau, komen niet in aanmerking voor deze wijziging, omdat de voorwaarde is dat het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Wat nu als er bij de aanvraag van het voorschot een omzetdaling van ten minste 20% voor het concern opgegeven, terwijl dat in werkelijkheid minder blijkt te zijn? In dat geval kan – gelet op voorwaarde a – niet alsnog een aanvraag worden ingediend voor een werkmaatschappij.

Controlewaarborgen
Met het oog op het beperken van strategisch gedrag worden een aantal voorwaarden en waarborgen voorgesteld. Over de uitwerking en vertaling hiervan naar controlestandaarden voor accountants is momenteel – zoals hiervoor al vermeld – overleg gaande met de NBA. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing ervan door de werkmaatschappij en dit dus ook mee moeten nemen in hun controle.

Geen werkzaamheden overdragen aan andere werkmaatschappijen van het concern
De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de werkmaatschappij, die de subsidie aanvraagt, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor die andere werkmaatschappij afwijkend zijn. Het is dan ook niet toegestaan in of over de meetperiode op een laat of later moment opdrachten om te boeken naar een andere werkmaatschappij. Dit betekent dat de subsidievragende werkmaatschappij geen (gebruikelijke) werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern. Dit geldt voor de werkzaamheden behorende tot de omzet van de subsidievragende werkmaatschappij – zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 – of, als deze cijfers ontbreken, de jaarcijfers 2018.

Correctie omzetdaling bij uitlening werknemers
Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidietijdvak activiteiten ondernemen bij een andere entiteit binnen het concern, moet bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders). Voorwaarde is dat de grondslagen en normale procedures voor uitlening niet aangepast mogen worden. Voor deze berekening wordt uitgegaan van de omzet per loonkosteneenheid, zoals deze in de werkmaatschappij in 2019 is gegenereerd. Aanvullend personeel (dus geen vervanging) dat pas sinds februari 2020 verloond wordt, telt hier niet bij mee (daar kan namelijk ook geen subsidie voor worden ontvangen). Indien een werkmaatschappij de omzet al op deze manier corrigeert via facturering en men aan deze voorwaarde voldoet, hoeft de omzetdaling natuurlijk niet dubbel te worden gecorrigeerd. Dit wordt door de accountant onderzocht.

Transferpricingsysteem mag niet worden aangepast
Het transferpricingsysteem zoals die is gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening, is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen. In de regeling wordt namelijk niet verplicht gesteld dat het moet gaan om externe omzet. Reden daartoe is dat er anders een discrepantie kan ontstaan tussen concerns die hun externe omzet wel via een ‘verkoop-bv’ laten lopen en concerns die een iets andere juridische structuur hebben. Als dit niet goed door de werkmaatschappij wordt berekend, moet de omzet worden herberekend op basis van de eerder gehanteerde interne verrekenprijzen.

Toerekening mutatie voorraden gereed product aan omzet werkmaatschappij
Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen. De accountant zal onderzoeken of de werkmaatschappij dit heeft gedaan in de omzetberekening.

Instemming openbaarmaking gegevens NOW-subsidiedossier
Via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan informatie worden opgevraagd over bestuurlijke aangelegenheden, ook in het kader van de NOW. Zonder nadere regelgeving zou bij een Wob-verzoek in elk geval eerst de zienswijze van de subsidieontvanger moeten worden gevraagd. Dit zou veel administratieve lasten met zich meebrengen. Daarom is nu bepaald dat de subsidieaanvrager door het indienen van een subsidieverzoek geacht wordt in te stemmen met het eventueel openbaar maken van informatie uit zijn subsidiedossier. Deze ‘automatische toestemming’ ziet uitsluitend op gegevens die het meest van belang zijn voor de transparantie over de besteding van de publieke middelen, zonder bedrijfsgevoelige informatie prijs te geven. Het gaat hierbij om naam en het adres van de werkgever, het verstrekte voorschot en de vastgestelde subsidie.

Samenloop NOW en loonkostensubsidie
Werkgevers die naast loonkostensubsidie van de gemeente ook NOW-subsidie ontvangen, hoeven de gemeente hierover niet meer te informeren. Deze verplichting in de NOW-regeling is geschrapt. Eerder was al besloten om de dubbele financiering van loonkostensubsidie en NOW-subsidie te accepteren.

Buitenlands bankrekeningnummer
In de oorspronkelijk NOW-regeling was als voorwaarde opgenomen dat een werkgever met een buitenlands rekeningnummer binnen vier weken de NOW-aanvraag moest aanvullen met een Nederlands bankrekeningnummer. In de praktijk bleek dat het in veel gevallen onmogelijk was om aan deze voorwaarde te voldoen. Daarom is besloten om de NOW-regeling NOW aan te passen. Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren.



NOW-aanvraag minder ‘eenmalig’ na een wtv-aanvraag

Werkgevers kunnen éénmalig een NOW-aanvraag indienen tot en met uiterlijk 31 mei 2020. Dit geldt in beginsel ook voor werkgevers die al een aanvraag werktijdverkorting (wtv) hebben ingediend. Toch is ‘eenmalig’ een betrekkelijk begrip zo blijkt uit het antwoord van het UWV op de volgende vraag van onze adviseur sociale zekerheid:
‘Er is een bericht verschenen, waaruit blijkt dat, als een wtv-aanvraag is ingediend die in het kader van de NOW niet vóór 1 mei 2020 compleet is gemaakt, het volgens het UWV toch nog mogelijk is om een (nieuwe) aanvraag in te dienen. Kan het UWV dit bevestigen of ontkrachten?’

Het UWV geeft een bevestigend antwoord. De wtv-aanvraag wordt in deze situatie beschouwd als een NOW-aanvraag. Voor de wtv staat een beslistermijn die wordt opgeschort tot 30 april 2020 om de aanvullende informatie voor de NOW-aanvraag aan te leveren. Als het UWV geen of onvolledige informatie heeft ontvangen op deze uiterste datum, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen. Dat is volgens het UWV iets anders dan een aanvraag afwijzen. Het laatste geval is namelijk een besluit. Dit betekent dat als de aanvraag niet in behandeling is genomen, de werkgever tot en met
31 mei 2020 een NOW-aanvraag kan indienen.

Tip!
Heeft een werkgever een wtv-aanvraag ingediend en die aanvraag niet uiterlijk 30 april 2020 compleet gemaakt? Dan heeft het UWV de aanvraag niet (verder) in behandeling genomen en kan de werkgever alsnog tot en met uiterlijk 31 mei 2020 een NOW-aanvraag indienen! Het éénmalige karakter van de aanvraag NOW sluit het indienen van een aanvraag NOW in die situatie dus niet uit.


Telt het loon van werknemers boven de AOW-leeftijd mee voor de NOW?

Er zijn geen premies voor de AOW en de werknemersverzekeringen, zoals de WW en de WGA, verschuldigd over het loon van werkende AOW-ers. Toch kan ook voor de loonkosten van (door)werkende AOW-ers een beroep op de NOW-regeling worden gedaan.
In de NOW-regeling wordt onder ‘loon’ verstaan, het loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. In de praktijk wordt dit loon aangeduid als het SV-loon, het loon waarover de premies van (sociale) volks- en werknemers-verzekeringen worden berekend. Een werkende AOW-er die loon van een werkgever krijgt, ontvangt loon waarover de laatstbedoelde premies worden berekend en is verzekerd voor de Ziektewet (ZW). De ZW-uitkeringen aan AOW-ers, meestal na einde dienstverband en gedurende maximaal 13 weken, worden gefinancierd uit de premies Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Daarmee valt het loon van de AOW-er onder het bereik van de NOW-regeling en telt dat loon dus mee voor de NOW-subsidie.


TOGS en verklaring afgescheiden privé- en zakelijk adres

Eén van de voorwaarden voor de TOGS-uitkering van € 4.000 is om ten minste één vestiging op een ander adres te hebben dan het privéadres of een verklaring van de eigenaar dat hij/zij een vestiging heeft die fysiek is afgescheiden van de privéwoning en die een eigen opgang of toegang heeft. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en ambulante handel met de SBI-codes 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 50.30, 85.53 of 93.21.2 (waaronder markthandelaren, taxibedrijven, auto- en motorrijscholen, touringcar operators, kermisexploitanten en binnenvaart, zoals passagiersvaart en veerdiensten). Bij deze ondernemingen mag het privéadres van de eigenaar wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.

Bewijsstukken
De eigenaar moet bij de verklaring bewijsstukken meezenden waaruit blijkt dat hij/zij een vestiging heeft die fysiek is afgescheiden van de privéwoning en een eigen opgang of toegang heeft. Dat kan een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging zijn of een foto die de eigen opgang goed in beeld brengt. De bijlage mag maximaal 10mb zijn in de volgende formaten: doc, docx, txt, csv, xls, xlsx, pdf, jpg, jpeg, odt of ods.


Loonheffingen

Verhoging vrije ruimte voor 2020 en thuiswerkfaciliteiten

De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is eenmalig en tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% voor het jaar 2020. Voor het bedrag boven € 400.000 geldt nog steeds 1,2%. De vrije ruimte wordt dus met maximaal € 5.200 verhoogd. Dat biedt mogelijkheden aan werkgevers die daar de ruimte voor hebben, om hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Maar de extra ruimte kan ook worden benut voor thuiswerkfaciliteiten.

Thuiswerkfaciliteiten
Voor wat betreft de thuiswerkplek, zijn er 4 fiscale mogelijkheden:

1. Noodzakelijkheidscriterium
Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur zijn gericht vrijgesteld, als deze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium. Onder ‘dergelijke apparatuur’ vallen ook de internetverbinding thuis, de printer en -cartridges.

2. Arbovoorzieningen
Arbovoorzieningen in de werkruimte thuis zijn gericht vrijgesteld als deze volgen uit de arboverplichtingen van de werkgever. Belangrijke voorwaarden bij deze vrijstelling zijn dat de werkgever geen eigen bijdrage van de werknemer vraagt en dat de inrichting van de thuiswerkplek is opgenomen in het arboplan van de werkgever. Onder arbovoorzieningen vallen bijvoorbeeld een ergonomisch bureau en ergonomische stoel, maar ook verlichting.

3. Hulpmiddelen
Hulpmiddelen die de werknemer ook buiten de werkplek op kantoor (bijvoorbeeld thuis) kan gebruiken en die hij voor 90% of meer zakelijk gebruikt, zijn gericht vrijgesteld. Dit kan gelden voor computers, laptops, mobiele telefoons, iPads en gereedschappen die op zich niet noodzakelijk zijn, maar die de werknemer wel voor ten minste 90% zakelijk gebruikt.

4. Vrije ruimte
Een vergoeding van de kosten die de werknemer maakt om thuis te werken (denk aan extra gas, water en elektriciteit, koffie, thee en dergelijke), is niet gericht vrijgesteld of op nihil gewaardeerd. De vergoeding kan wel worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en ten laste komen van de vrije ruimte.


Verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling in de praktijk

Aanmerkelijkbelanghouders (ten minste 5% aandelen van een bv) dienen ten minste belasting te betalen over het gebruikelijk loon. Ook als de onderneming minder of geen omzet behaalt, moet de ab-houder daarover belasting betalen. Dit knelt, gelet op het grote omzetverlies in sommige sectoren vanwege de coronacrisis.

Staatssecretaris Vijlbrief zal daarom voor het jaar 2020 toestaan dat ab-houders die te maken hebben met een omzetdaling, het gebruikelijk loon mogen verlagen – evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt de periode in het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019.

De uitvoering in de praktijk
De uitwerking van deze maatregel volgt zo spoedig mogelijk. De vormgeving ervan en de voorwaarden zullen vergelijkbaar zijn met eenzelfde regeling en voorwaarden die tijdens de kredietcrisis in 2009 zijn getroffen. Ten tijde van de kredietcrisis mocht het gebruikelijk loon op grond van een besluit worden bepaald aan de hand van de volgende formule:

Gebruikelijk loon 2009 = A (gebruikelijk loon 2008) × B (omzet over het eerste kalenderhalfjaar van 2009) / C (omzet over het eerste kalenderhalfjaar van 2008)

Destijds golden de volgende 3 voorwaarden:

  1. De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  2. Als de ab-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekeningen, geldt dat hogere loon.
  3. De goedkeuring geldt niet voor zover de omzetten in de jaren 2008, 2009 of 2010 beïnvloed zijn door bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Afspraken over gevolgen coronacrisis voor grensarbeiders

Nederland heeft met Duitsland en België nadere afspraken gemaakt over de fiscale behandeling van thuiswerkdagen. Werknemers die in Nederland wonen en in België of Duitsland werken of werknemers die in België of Duitsland wonen en in Nederland werken (grensarbeiders), werken gedurende de coronacrisis vaker thuis. Of ze blijven noodgedwongen thuis, terwijl ze wel krijgen doorbetaald. Als deze werknemers in dienst zijn bij een werkgever gevestigd in hun woonland, kan dit fiscale gevolgen hebben. Doordat ze minder dan 183 dagen in hun werkland verblijven, is hun loon dan niet meer in hun werkland, maar (deels) in hun woonland belast. Nederland is met België en Duitsland voor grensarbeiders in loondienst overeengekomen dat de thuiswerkdagen mogen worden behandeld als dagen gewerkt in het land waar de werknemer onder normale omstandigheden zou hebben gewerkt. Wel geldt de voorwaarde dat deze thuiswerkdagen worden belast in het andere land. Woont de werknemer bijvoorbeeld in Duitsland of België en werkt hij normaal gezien in Nederland, dan blijft de werkgever Nederlandse loonheffingen inhouden op het salaris.

Keuzerecht werknemer
De werknemer is niet verplicht om te kiezen voor deze afwijkende behandeling. Hij kan de thuiswerkdagen ook blijven behandelen als dagen waar feitelijk is gewerkt. Deze keuze kan hij maken bij het invullen van de aangifte IB/PVV over 2020, door de gewenste verdeling aan te houden, zonder daarbij expliciet de keuze te hoeven aangeven.

Duur afspraken
De afspraken gelden in elk geval van 11 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. De overeenkomst met Duitsland wordt maandelijks automatisch verlengd, totdat Nederland of Duitsland deze opzegt. De overeenkomst met België wordt na 31 mei maandelijks verlengd als Nederland en België dit overeenkomen.

Thuiswerken over de grens en sociale zekerheid
Eerder was al bekend gemaakt dat het meer thuiswerken geen gevolgen heeft voor de sociale verzekeringen als de werknemer normaal over de grens woont of werkt in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte ( EER) en Zwitserland.


Sportsector

Extra steun voor sportverenigingen

Voor de sportsector komt € 110 miljoen extra ondersteuning beschikbaar. Daarvan gaat € 90 miljoen naar ruim 11.000 sportverenigingen om huur ‘kwijt te schelden’ over de periode 1 maart tot 1 juni 2020. De huur vormt de grootste kostenpost voor veel verenigingen. De resterende € 20 miljoen gaat naar sportverenigingen met een eigen accommodatie. Deze verenigingen hebben te maken met omzetverlies en doorlopende lasten en komen vaak niet voor andere rijkssteun in aanmerking. Per sportvereniging gaat het om een eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 2.500.

De Fiscourant

Inleiding

Het wachten is op het nieuwe steunpakket dat is aangekondigd. Het huidige steunpakket loopt immers op 31 mei a.s. af. De coronacrisis is nog lang niet voorbij, dus zijn er nieuwe steunmaatregelen nodig, waaraan waarschijnlijk meer voorwaarden worden verbonden. Het speerpunt van deze Fiscourant richt zich op de nadere invulling van de aangekondigde fiscale coronamaatregelen die onlangs is gepubliceerd. Daarnaast besteden we onder meer aandacht aan een nieuwe garantieregeling voor kleine ondernemers.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de goedkeuringen en voorwaarden bij aangekondigde fiscale coronamaatregelen
  • het 0%-tarief op mondkapjes
  • de Klein Krediet Corona garantieregeling
  • de horecawerkgever & de invalkracht in coronatijd
  • de horecawerkgever & de verrekening van min-uren na corona
  • het aanmelden voor steunmaatregelen agrarische sector
  • veilig gebruik van Zoom, Teams e.d.

Fiscaliteit en Loonheffingen

Goedkeuringen en voorwaarden bij aangekondigde fiscale coronamaatregelen

Eind april werden zes nieuwe fiscale coronamaatregelen aangekondigd (zie Fiscourant special deel 9). Op 8 mei jl. is het besluit gepubliceerd waarin uitvoering wordt gegeven aan deze maatregelen via concrete goedkeuringen en voorwaarden. De maatregelen zijn tijdelijk en worden daarom weer ingetrokken, zodra dit mogelijk is. Hierna hebben we de goedkeuringen opgenomen voor zover deze aanvullende informatie bevatten van de eind april aangekondigde maatregelen.

Urencriterium
IB-ondernemers worden in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

Seizoensafhankelijke branches
Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 31 mei een piek hebben in het aantal uren dat zij besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019. De ondernemer kan in dat geval met behulp van de administratie van vorig jaar bepalen hoeveel uren hij/zij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
De versoepeling van het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek geldt ook voor het verlaagde urencriterium (800 uren per kalenderjaar) van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Ondernemers worden in dit geval geacht in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.
De goedkeuring voor seizoensafhankelijke ondernemers geldt ook voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.

Voorwaarden fiscale coronareserve
De bv mag het geschatte verlies over 2020 dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De volgende voorwaarden zijn verbonden aan het vormen van een fiscale coronareserve:

  • Er is sprake van een verwacht ‘corona gerelateerd verlies’ in het boekjaar 2020;
  • Het verwachte ‘corona gerelateerde verlies’ kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de bv verwacht over het boekjaar 2020. Er kan dus geen coronareserve worden gevormd als de inschatting is dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten. De belastingplichtige maakt zelf een zo goed mogelijke inschatting van de verwachte omvang van het ‘corona gerelateerde verlies’;
  • De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve;
  • De reserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen. Bij het opnemen van de fiscale coronareserve in de winst moeten dezelfde bepalingen van toepassing zijn bij het bepalen van de winst als bij de vorming van deze reserve in het daaraan voorafgaande boekjaar;
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de Vpb-aangifte 2019 opgenomen in de rubriekOverige fiscale reserves’. De vrijval in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de Vpb-aangifte 2020.
Verzoek tot herziening aanslag 2019 of nieuwe Vpb-aangifte 2019

Je kunt gebruikmaken van de fiscale coronareserve door de Belastingdienst te verzoeken om de voorlopige aanslag Vpb 2019 van je cliënt te laten herzien of door de Vpb-aangifte 2019 in te dienen. Heb je de Vpb-aangifte 2019 van je cliënt al ingediend, dan kan je een nieuwe Vpb-aangifte 2019 indienen.

Gebroken boekjaar
Hanteert je cliënt een gebroken boekjaar? In dat geval kan je een fiscale coronareserve vormen in het laatste boekjaar dat eindigt in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020. De reserve wordt dan in de winst opgenomen in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de reserve is gevormd.

Formule en voorwaarden verlaging gebruikelijk loon bij omzetdaling.
De formule en de voorwaarden voor de verlaging van het gebruikelijk loon evenredig met de omzetdaling, zijn bekendgemaakt.

Rekenformule

In de rekenformule wordt de periode in het jaar in 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. Het gebruikelijk loon kan in 2020, zonder vooroverleg met de Belastingdienst, als volgt worden berekend:

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C
A = het gebruikelijk loon over 2019
B = de omzet (excl. Btw) over de eerste vier kalendermaanden van 2020
C = de omzet (excl. Btw) over de eerste vier kalendermaanden van 2019

Voorwaarden
De volgende drie voorwaarden zijn van toepassing:

a.      De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon;
b.     Als de ab-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekeningen, geldt dat hogere loon. Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon;
c.    Deze goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Het gevolg van deze goedkeuring kan dus zijn dat het loon van de ab-werknemer lager is dan € 46.000, 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer. Uiteraard kan de goedkeuring niet tot een hoger gebruikelijk loon leiden en blijven de wettelijke mogelijkheden bestaan om een lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken.

Goedkeuringen en voorwaarden bij betaalpauze voor hypotheeklasten
De voorwaarden en goedkeuringen om de fiscale gevolgen te beperken van een betaalpauze bij een eigenwoningschuld die onder de fiscale aflossingseis valt, zijn opgenomen in een afzonderlijk besluit.

Voorwaarden
Het besluit is onder de volgende voorwaarden van toepassing:

  • De belastingplichtige heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat hij/zij (dreigende) betalingsproblemen heeft door de uitbraak van het coronavirus;
  • De belastingplichtige en de geldverstrekker zijn als gevolg hiervan een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 juli 2020 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd; en
  • Deze betaalpauze heeft een looptijd van maximaal zes maanden.

Is de geldverstrekker een niet-administratieplichtige (bijvoorbeeld familie of een eigen bv), dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

  • De belastingplichtige heeft door de uitbraak van het coronavirus een terugval in arbeidsinkomen uit tegenwoordige arbeid (winst uit onderneming, loon of row), van ten minste 20% over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden of verwacht deze redelijkerwijs te hebben, waarbij:
  1. de periode van drie aaneengesloten kalendermaanden moet aanvangen in het tijdvak vanaf 1 maart 2020 tot en met 1 juli 2020;
  2. om te bepalen of sprake is van een terugval van ten minste 20% het arbeidsinkomen uit de periode onder 1 wordt vergeleken met:

– ¼ deel van het totale arbeidsinkomen over 2019; of
– het arbeidsinkomen in het tijdvak 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020; en

  • De belastingplichtige moet aannemelijk kunnen maken dat hij/zij aan alle voorwaarden voldoet, waarbij voor de voorgaande voorwaarde geldt dat de belastingplichtige de terugval aannemelijk moet kunnen maken op basis van een reële schatting of al beschikbare gegevens.

Twee goedkeuringen
Er zijn twee goedkeuringen ter behoud van renteaftrek. De eerste goedkeuring betreft de wijze waarop de betalingsachterstand mag worden ingelopen. Volgens de huidige regelgeving met betrekking tot eigenwoningschulden waarvoor de aflossingseis geldt, moet aan het eind van 2021 de betalingsachterstand die in 2020 is ontstaan, zijn ingelopen om renteaftrek te behouden. Als aan het eind van 2021 dat niet is gebeurd, moeten de huiseigenaar en de geldverstrekker per 1 januari 2022 contractueel een nieuw, ten minste annuïtair aflossingsschema hebben afgesproken voor de resterende looptijd om de renteaftrek te behouden.

Eerste goedkeuring: eerder nieuw aflossingsschema voor hele schuld
De eerste goedkeuring biedt onder voorwaarden de mogelijkheid om afwijkend van deze wettelijke regeling al eerder dan 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema met de geldverstrekker overeen te komen om de betalingsachterstand in te lopen gedurende de resterende looptijd van de schuld, zonder dat die schuld de kwalificatie als eigenwoningschuld kwijtraakt.

Gesplitste lening
De tweede goedkeuring biedt onder voorwaarden ook de mogelijkheid om eerder
(vóór 1 januari 2022) een nieuw aflossingsschema met de geldverstrekker overeen te komen, maar dan alleen voor de aflossingsachterstand. Het nieuwe aflossingsschema geldt dan voor maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. Bij gebruikmaking van deze goedkeuring wordt de oorspronkelijke schuld gesplitst in een (oud) deel waarvoor het bestaande aflossingsschema blijft gelden en een nieuwe deel ter grootte van de aflossingsachterstand die tijdens de betaalpauze is ontstaan. Zowel het oude als het nieuwe deel van de schuld behoren tot de eigenwoningschuld.

Betaalpauze en moment renteaftrek
Eigenwoningrente is in 2020 aftrekbaar als de schuldenaar na de betaalpauze in 2020 alsnog rente betaalt of als de rente wordt verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden. De eigenwoningrente is fiscaal als rentedragend aan te merken als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. er moet sprake zijn van een beschikkingshandeling van de geldverstrekker, waaruit blijkt dat de verschuldigde rente vaststaat en dit bedrag rentedragend schuldig wordt gebleven;
  2. er moet rente in rekening worden gebracht;
  3. er moet reële zekerheid bestaan dat de verschuldigde rente feitelijk wordt betaald.

Of wordt voldaan aan de eerste twee voorwaarden moet blijken uit het contract dat geldverstrekker met de klant sluit. Als daarin geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid uit de oorspronkelijke leenovereenkomst om bij niet tijdig betalen van de rente een rentevergoeding in rekening te brengen aan de klant en tijdens de betaalpauze geen rentevergoeding over de achterstallige rente in rekening wordt gebracht, dan wordt niet aan de eerste twee voorwaarden voldaan. De rente is dan pas aftrekbaar in het jaar van de feitelijke betaling. Is dat na 2020, dan is de rente dus niet in 2020 aftrekbaar.
Wordt wel gebruikgemaakt van de contractuele mogelijkheid om tijdens de betaalpauze een rentevergoeding in rekening te brengen aan de klant bij niet betalen van de rente op de reguliere vervaldata, dan wordt wel voldaan aan de voorwaarden 1 en 2. Dat is zelfs het geval als vervolgens expliciet is aangegeven om die rentevergoeding op nihil te stellen vanwege de bijzondere omstandigheden. Omdat in dit geval de verschuldigde rente in 2020 wel rentedragend is geworden, is deze rente aftrekbaar in 2020.

Let op
Een schuld die een belastingplichtige aangaat voor het inhalen van de renteachterstand, is altijd een box-3-schuld, waarvan de rente dus niet aftrekbaar is.


0%-tarief op mondkapjes

Vanaf 1 juni a.s. zijn reizigers verplicht om niet-medische mondkapjes te dragen in het openbaar vervoer. Mondkapjes zijn nu nog belast tegen 21% btw. Staatssecretaris Vijlbrief maakt bekend dat vanaf 25 mei tot in elk geval 1 september 2020 het nultarief van toepassing is op de levering van mondkapjes. Dit geldt zowel voor medische als niet-medische mondkapjes. Door het nultarief toe te passen in plaats van een vrijstelling, kunnen ondernemers de btw die zij bij aanschaf betalen in vooraftrek brengen.


Financiering

Klein Krediet Corona garantieregeling voor kleine ondernemers

Kleine ondernemers met een financieringsbehoefte tussen de € 10.00 en € 50.000 kunnen binnenkort makkelijker een overbruggingskrediet krijgen. Daarvoor wordt de nieuwe garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) opengesteld. De regering stelt hiervoor € 750 miljoen beschikbaar. De overheid staat met deze garantieregeling voor 95% borg voor lening van financiers aan bedrijven. De garantieregeling staat open voor kleine ondernemers die voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Omzet vanaf € 50.000;
  • Voldoende winstgevend zijn geweest voor de coronacrisis;
  • Op 1 januari 2019 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel.

De financiers die de KKC aanbieden mogen hiervoor maximaal 4% van het kredietbedrag aan kosten in rekening brengen aan de ondernemers. De ondernemers betalen daarnaast eenmalig 2% premie aan de overheid. De maximale looptijd van het KKC is 5 jaar. De garantieregeling treedt in werking, zodra de Europese Commissie goedkeuring heeft verleend.
Wil je meer weten over het KKC of andere corona gerelateerde kredietaanvragen voor je klanten? Neem dan contact op met ons.


Arbeidsrecht

De horecawerkgever & de invalkracht in coronatijd

Waar het gros van de werkgevers geen rekening mee houdt, is dat oproepkrachten na 26 weken fors meer rechten krijgen en een oproepcontract eigenlijk geen oproepcontract meer is. Dit komt door artikel 7:628 BW, waarin is neergelegd dat de uitsluiting van de loondoorbetaling slechts voor de eerste 26 weken kan gelden. Na deze 26 weken kan de doorbetaling van het loon slechts worden gestaakt, als dit is ingegeven door een omstandigheid die redelijkerwijs voor rekening van de werknemer moet komen. Hierbij bestaat geen uitzondering voor de oproepkracht. Wij bespraken dit in een eerder artikel. Wat echter dan weer veel adviseurs uit het oog verliezen, is dat de cao van de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) in een verruiming voorziet. In de cao van KHN is immers bepaald dat ten aanzien van de invalkracht nuluren ook ná de genoemde 26 weken geen loon verschuldigd is, als er geen werk voorhanden is. Doe er je voordeel mee.


De horecawerkgever & de verrekening van min-uren ná corona

Werkgevers worden steeds creatiever in hun oplossingen om op dit moment (coulancehalve) hun personeel door te betalen, maar na de coronacrisis toch te kunnen profiteren van een maximale inzet door het personeel. Eén van de aangedragen oplossingen komt vanuit de horeca. Daar was de wens om de oproepkrachten nu voor een x-aantal uren door te betalen. De helft van de doorbetaalde uren zouden echter als min-uren worden geregistreerd, zodat deze kunnen worden ingehaald op het moment dat er weer behoefte is aan inzet van het personeel. Dit zal echter om ten minste twee redenen fout gaan.

Wettelijk minimumloon
De eerste reden waarom dit mis zal gaan, is het wettelijk minimumloon. Wanneer in een tijdvak de gewerkte uren worden afgezet tegen het te ontvangen loon, dan moet dit per uur terug te rekenen zijn tot ten minste het minimumloon, dan wel het loon dat de cao voorschrijft. Wie hier onder duikt, zal in de problemen komen. De werknemer kan dan immers tóch ten minste het minimumloon afdwingen, ook al heeft hij dit geld feitelijk al eerder uitbetaald gekregen.

Cao-bepaling
De tweede reden waarom dit mis zal gaan in dit specifieke voorbeeld, is omdat de cao van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) de verrekening van min-uren sterk beperkt. Als bij einde dienstverband nog min-uren in de boeken staan, kunnen deze slechts worden verrekend als de min-uren zijn veroorzaakt door een omstandigheid die in redelijkheid voor de werknemer behoort te komen. De coronacrisis kan hieronder niet worden verstaan en een werknemer die vertrekt voordat de uren konden worden ingehaald, hoeft dan ook niets terug te betalen.

Deze problematiek staat nog los van de vraag of de NOW-regeling waar de werkgever met deze constructie van kan profiteren, hiervoor bedoeld is.


Agrarische sector

Aanmelden mogelijk voor steunmaatregelen agrarische sector

In deel 8 van de Fiscourant special berichtten we dat er speciale tegemoetkomingen zouden komen voor de sierteelt, specifieke onderdelen van de voedingstuinbouw en voor de fritesaardappeltelers. De Europese Commissie moet deze tegemoetkomingen eerst goedkeuren, voordat deze in werking kunnen treden. De goedkeuring laat echter nog op zich wachten. Desondanks heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) besloten dat ondernemers zich vooruitlopend op de goedkeuring alvast bij de RVO kunnen aanmelden voor de tegemoetkomingen. Zodra de goedkeuring er is, kan de RVO de ingediende aanvragen afhandelen.


Communicatie

Veilig gebruik van Zoom, Teams e.d.

Wij krijgen vragen over het gebruik van Zoom, Microsoft Teams e.d. In de meeste gevallen gaat het dan niet over de technische werking, maar over de veiligheid, privacy e.d. De ontwikkelingen op dit terrein gaan razendsnel en negatieve/positieve ervaringen en berichten zijn soms na enkele dagen alweer achterhaald. In zijn algemeenheid wordt aangeraden om uitermate voorzichtig en terughoudend te zijn met het delen van schermen en documenten. Het participeren in vergaderingen en webinars wordt – onder andere door de Autoriteit Persoonsgegevens – als (voldoende) veilig beoordeeld. Partijen voldoen daarbij steeds aan de AVG, niet in de laatste plaats doordat Fiscount de nodige voorzorgsmaatregelen treft. Wil je meer weten? Neem dan contact met ons op.


Bron: Fiscount