Nieuws

Het laatste nieuws van Administratiekantoor Ritmeester

Fiscale maatregelen Coronavirus

Drie maanden uitstel van betaling kan zonder bewijs

Ondernemers die uitstel van betaling vragen voor de
inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en/of
loonheffing krijgen zonder meer drie maanden uitstel van betaling.
Zij hoeven hier dus geen aanvullend bewijs van een derde deskundige voor aan te leveren.
Zodra de aanvraag binnenkomt bij de Belastingdienst wordt de
invordering stopgezet.
Deze versoepeling heeft staatssecretaris Vijlbrief bekendgemaakt. Ondernemers die langer dan drie maanden uitstel van betaling vragen, moeten wel aanvullende informatie aanleveren bij de Belastingdienst. Dit bericht vervangt de eerder berichtgeving hierover in het item over de fiscale maatregelen met betrekking tot het Coronavirus.

De Fiscourant

Na de laatste update in deel 2 van de Fiscourant special zijn er weer enkele ontwikkelingen/maatregelen geweest met betrekking tot het Coronavirus. Daarvan brengen we je op de hoogte in deze Fiscourant special deel 3. In bijlage 1 vind je bovendien de antwoorden op veelgestelde vragen rondom internationale werknemers (arbeidsmigranten). In bijlage 2 vind je een overzicht behorend bij het uitstel dat banken verlenen voor aflossingen in het onderdeel ‘Financiering’. Ook nu geldt dat je met detailvragen altijd terecht kunt bij onze adviseurs.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de reiskostenvergoeding en thuiswerken
  • het gebruik van internet en telefoon thuis
  • de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegeheid (NOW)
  • de teruggaaf eigen bijdrage kinderopvang
  • het uitstellen uitbrengen jaarrekeningen 2019
  • de informatie aan de bank voor een overbruggingsfinanciering
  • het stopzetten van aflossingen door banken
  • de toepassing van aanvullende informatie BMKB
  • de borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)
  • het uitstel van betaling van waterschapslasten
  • het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte
  • andere activiteiten in huurpand
  • het uitstel van betaling voor pensioenpremies
  • de vroeggepensioneerde zorgverleners opnieuw aan de slag
  • de Autoriteit Persoonsgegevens versoepelt regels rondom Coronavirus


Loonheffing

Reiskostenvergoeding en thuiswerken

Nu veel werknemers thuiswerken, is het de vraag wat er met de reiskostenvergoeding moet gebeuren. Betaalt de werkgever een vaste, onbelaste reiskostenvergoeding aan zijn/haar werknemers? In dat geval geldt een bijzondere regeling bij langdurige afwezigheid. De werkgever mag dan tijdens maximaal zes aansluitende weken de vaste reiskostenvergoeding doorbetalen. Verwacht hij of zij dat een werknemer langdurig afwezig is, dan mag de werkgever de onbelaste vaste reiskostenvergoeding nog uitbetalen in de lopende maand en de eerstvolgende maand. Gaat de werknemer weer naar zijn/haar werk, dan mag de werkgever pas weer een reiskostenvergoeding betalen vanaf de maand na de maand waarin de werknemer weer is gaan werken.

Declaratiebasis
Vergoedt de werkgever achteraf op declaratiebasis de gemaakte reiskosten van de werknemer, dan hoeft hij of zij geen reiskostenvergoeding te betalen als er niet is gereisd.

Gebruik internet en telefoon thuis

Ook het gebruik van bijvoorbeeld internet en de telefoon thuis kan onbelast worden vergoed.  Dit valt onder de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke kosten. Bovendien is er voor kosten die samenhangen met thuiswerken ook altijd nog de vrije ruimte die daarvoor kan worden benut.


Sociale zekerheid

Vragen en antwoorden tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Het UWV werkt momenteel aan de invoering van de nieuwe tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) die de stopgezette werktijdverkorting vervangt.
Hoewel de regeling nog niet is opengesteld zijn er toch al veel vragen gesteld over de NOW. Hierna volgen de meestgestelde vragen en antwoorden.

Geldt de NOW ook voor uitzendkrachten met uitzendbeding?  
Ja, de NOW geldt ook voor uitzendkrachten, met of zonder uitzendbeding. De uitzendwerkgever kan via de NOW een tegemoetkoming krijgen. De aanvraag moet dus worden ingediend door het uitzendbureau. Voor uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Als de uitzendkracht door de opdrachtgever is ‘teruggestuurd’ en het uitzendbeding is ingeroepen, kan het uitzendbureau de uitzendkracht een tijdelijk contract voor de duur van de tegemoetkoming aanbieden.

Afspraak is afspraak
Een werkgever heeft een afspraak gemaakt met een werkneemster dat zij tijdens de laatste 3 weken van haar contract de verlofdagen opmaakt. De werkneemster heeft hiermee ingestemd. Vervolgens breekt het Coronavirus uit, waardoor de onderneming moet sluiten. Heeft de werkneemster alsnog recht op uitbetaling van 21 dagen?
Nee, er bestond namelijk al een overeenkomst dat zij haar vakantiedagen zou opnemen. Pas daarna brak het Coronavirus uit. Dit maakt de overeenkomst niet ongedaan. Mogelijk zou dit anders zijn gelopen, als de werkneemster zelf heeft gevraagd om vakantiedagen op te nemen vanwege een reis naar Rome. Zij zou dan haar vakantie-opname kunnen intrekken nu zij niet kan reizen en zij zou loondoorbetaling kunnen afdwingen. Vervolgens zouden dan de dagen na einde dienstverband alsnog moeten worden uitbetaald.

Kan een DGA een beroep doen op de NOW?
Nee, naar verwachting zal deze regeling alleen gelden voor WW-verzekerde werknemers. Op het moment dat de definitieve regels worden gepubliceerd, zal voor deze groep pas volledige duidelijkheid ontstaan.

Is proeftijdontslag NOW-proef?
Een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de NOW is dat de werkgever geen bedrijfseconomisch ontslag mag aanvragen gedurende de periode dat de tegemoetkoming wordt ontvangen. Dit gaat voorlopig over een ontslag op grond van een afgegeven vergunning door het UWV. Betekent dit dat een bedrijfseconomisch ontslag door middel van een vso of een ontslag in de proeftijd wel tot de mogelijkheden behoort? Zoals het er nu staat omschreven, lijkt het daar wel op. We moeten de definitieve regeling afwachten voor meer zekerheid.  Ten aanzien van het proeftijdontslag zijn er grofweg twee scenario’s denkbaar:

  1. Verbod op proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden;
  2. Proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden is toegestaan.

1. Verbod op proefontslag op bedrijfseconomische gronden
Stel dat de nieuwe regeling om tot uitkering te komen vereist dat er een verbod komt op alle ontslagen met een bedrijfseconomisch karakter. In dat geval zal dit ook gelden voor het ontslag in de proeftijd op bedrijfseconomische gronden. Een proeftijdontslag op economische gronden blijft wettelijk uiteraard geldig, maar een dergelijk ontslag zal mogelijk leiden tot een intrekking/ terugvordering/ geen toekenning van een tegemoetkoming in de loonkosten. Een ontslag in de proeftijd om andere redenen blijft dan uiteraard wel tot de mogelijkheden behoren.
Onlangs lazen we in de media in relatie tot de NOW dat een proeftijdontslag ook vóór de eerste feitelijk werkdag kan worden ingeroepen. Dit roept vragen op als : In het geval van een verbod op een proeftijdontslag om bedrijfseconomische redenen, welke andere wel toegestane redenen resteren dan nog als motivatie voor dit voortijdig proeftijdontslag? Redenen als  “past niet in het team”, “beschikt toch niet over de juiste vaardigheden” etc… komen dan te vervallen. Als de werknemer dit aanvecht, kan dit schadeplichtigheid van de werkgever opleveren. Bij het beoordelen van de claim van de werknemer wordt natuurlijk de reden van de werkgever voor het ontslag meegenomen. Bovendien is wettelijk bepaald dat een werknemer een schriftelijke opgave van de reden tot het proeftijdontslag kan opvragen.
Let dus op bij een vóórtijdig proeftijdontslag waarvan de reden zich geheel op het terrein van de werkgever ligt. Voorzichtigheid is hier geboden.

2. Proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden is wel toegestaan
Stel dat het nieuwe beleid geen beperking oplegt met betrekking tot een proeftijdontslag op bedrijfseconomische gronden? Ben je dan als werknemer vogelvrij verklaard? Ondanks de dan wettelijk geboden ruimte, is er in dat geval een goede reden te bedenken die toch een beperking kan opleveren voor een bedrijfseconomisch ontslag in de proeftijd, naast de algemene verboden die in de wet staan?
Ja, die is er en dat is “strijd met goed werkgeverschap”. Stel, de werknemer heeft een contract voor onbepaalde tijd opgezegd bij een vorige baan en de nieuwe werkgever maakt gebruik van het proeftijdontslag om het dienstverband op bedrijfseconomische gronden te beëindigen. De werknemer lijdt daardoor zeer waarschijnlijk schade. Dit kan leiden tot schadeplichtigheid voor de werkgever. Hoewel een ontslag om bedrijfseconomische redenen is toegestaan en er sprake is van een geldig ontslag, moet de werkgever hier toch voorzichtig mee zijn. De schade van de werknemer kan dan mogelijk een geldige schadevergoedingsclaim opleveren voor de werkgever. Dat wordt alleen maar duidelijker als werkgever voor het aanbieden van het dienstverband al wist dat het bedrijf er slecht voorstond met weinig perspectief en dit voor zich heeft gehouden.
Kortom, ga niet lichtzinnig om met een vóórtijdig ontslag in de proeftijd in tijden van crises. Werknemers hebben weliswaar de plicht om eerst de nietigheid van het ontslag in te roepen of om schadevergoeding te vorderen, maar zij zullen dit in tijden van crises naar verwachting eerder doen dan in situaties van economische hoogtij.


Teruggaaf eigen bijdrage kinderopvang

Ouders die vanwege de Coronacrisis tijdelijk geen gebruikmaken van de kinderopvang of bso, maar wel de rekening hebben betaald, krijgen hun geld terug. De terugbetaling loopt via de 3.500 kinderopvangorganisaties. De Belastingdienst maakt namelijk de compensatie eerst naar hen over, waarna zij de ouders het te veel betaalde deel rechtstreeks uitbetalen. Het te veel betaalde deel betreft het verschil tussen de factuur en de ontvangen kinderopvangtoeslag over de periode 16 maart tot en met 6 april 2020. Eventueel kan de regeling met enkele weken worden verlengd.
Ouders die werkzaam zijn in de cruciale beroepen kunnen van de noodopvang gebruikmaken zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Als in een gezin één ouder werkzaam is in een cruciaal beroep, dan kan ook van de noodopvang gebruikgemaakt worden, als het niet lukt om het kind/de kinderen zelf op te vangen.


Accountancy

Uitstellen uitbrengen jaarrekeningen 2019: goed idee?

Afgelopen week werd in de media het idee geopperd om het opmaken van de jaarrekeningen 2019 uit te stellen. Dat kan, want met het Coronavirus heb je daarvoor een gegronde reden. Uitstel moet verleend worden door de Algemene Vergadering (AV), dus is een AV-besluit nodig, maar die is vormvrij en mag ‘buiten vergadering’ worden genomen. Voor bv’s met één DGA is dat simpel, maar ook in de andere gevallen kan je hier eenvoudig aan voldoen. Het bestuur kan bijvoorbeeld volstaan met het rondsturen van een e-mail naar de aandeelhouders met het verzoek om toestemming te verlenen voor het uitstel en het verzoek met akkoord te retourneren. Het AV-besluit kan zelfs worden genomen door een telefoontje van het bestuur met de aandeelhouder(s), waarvan zij een vastlegging maakt (die ze bij voorkeur aan haar accountant verstrekt).

Kanttekening
Wel is hierbij een kanttekening op zijn plaats. Het uitstellen van het opmaken en uitbrengen van de jaarrekening heeft namelijk ook nadelen. Banken vragen immers om de jaarrekening, waardoor uitstel de kansen verlaagt om financiering te krijgen. Je kunt misschien beter de jaarrekening juist zo spoedig mogelijk uitbrengen en een goede toelichting opnemen over de effecten van het Coronavirus op het bedrijf. Dit kun je kwijt in de sectie ‘Gebeurtenissen na balansdatum; of bij de sectie ‘Continuïteitsveronderstelling’.

Financiering

Welke informatie vraagt de bank momenteel voor een overbruggingsfinanciering?

De banken geven aan mee te willen werken aan het verstrekken van een overbruggingsfinanciering, eventueel met gebruikmaking van de Borgstellingsregeling MKB (BMKB). Om de financieringsaanvraag in behandeling te kunnen en willen nemen stellen ze een aantal voorwaarden. Dit verschilt per bank. Samengevat komen de uitgangspunten van de banken wat betreft de gevraagde informatie op het volgende neer. Alle banken eisen dat ook overige steunmaatregelen zijn aangevraagd om in de liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien. Dat wil zeggen: aanvraag werktijdverkorting/ de nieuwe Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) en uitstel van belastingbetaling. Het doel is ook om zo de behoefte voor overige extern kapitaal zo laag mogelijk te houden.

Banken zetten aflossingen stop voor een periode van maximaal 6 maanden. Maar let op!

Kleinere ondernemingen met een financiering tot € 2,5 miljoen kunnen 6 maanden uitstel krijgen van de aflossing van hun leningen. ABN Amro, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos hebben dat samen besloten. De werkwijze verschilt per bank. ABN Amro zet automatisch de aflossingen stop en je klant moet zich melden als hij dit niet wenst. De bank laat zelfs weten dat het ook de rente betreft. Bij de Rabobank moet je klant zelf actie ondernemen en aangeven dat hij/zij er gebruik van wil maken.
Bedrijven met een financiering hoger dan 2,5 miljoen moeten – evenals particuliere klanten -moeten in contact treden met de bank voor het bespreken van maatwerkoplossingen. Aangezien de werkwijze per bank verschilt is het advies om je klant altijd contact te laten opnemen met zijn/haar bank!
Wat je klant moet doen om de aflossingen tijdelijk op te schorten, hebben we in een overzicht inzichtelijk gemaakt. Je vindt het overzicht in bijlage 2.

Aanvullende informatie toepassing BMKB

Er is aanvullende informatie bekendgemaakt over de toepassing van de verruimde Borgstellingsregeling MKB (BMKB). De maximale looptijd van de regeling is acht kwartalen. De aflossing vindt lineair plaats of ineens aan het einde van de looptijd (bullet-aflossing). De mogelijkheid om per maand of kwartaal af te lossen verschilt per financier en de klant betaalt 3,9% garantieprovisie aan de staat bij het aangaan van de financiering in de BMKB. Is de financiering voor een rechtspersoon? In dat geval wordt geëist dat de meerderheidsaandeelhouder een borgstelling van 10% afgeeft.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)

Deze regeling is sinds 18 maart jl. opengesteld. De banken en andere financiers moeten hiervoor een aanvraag indienen bij de RVO. Je klanten moeten zich wenden tot hun bank of financier.

Verruiming BL-C
Met deze borgstellingsregeling kan een overbruggingskrediet worden gefinancierd tot het maximale borgstellingskrediet per bedrijf van € 1,2 miljoen (bij duurzame/ innovatieve leningen (BL-Plus) € 2,5 miljoen. Als het maximale borgstellingskrediet bijna of geheel is benut, dan daar bovenop nog maximaal € 300.000 aan BL-C krediet worden gefinancierd. De looptijd van het overbruggingskrediet is 8 maanden en er kan lineair worden afgelost of aan het einde van de looptijd. De provisie bedraagt 1% voor starters en 3% voor de overige bedrijven. De borgstelling in de BL-C regeling is 70% van het totaal aan nieuw te verstrekken overbruggingskrediet.

Andere heffingen

Uitstel van betaling van waterschapslasten

Ook de waterschappen hebben steun toegezegd om ondernemers te ondersteunen. Als ondernemers de waterschapsbelastingen niet kunnen betalen, krijgen zij uitstel van betaling. Verschillende waterschappen hebben de invordering van de belastingen zelfs helemaal stopgezet. Ook hebben de waterschappen toegezegd dat zij de facturen die zij binnen krijgen van ondernemers direct, en ruim voor de vervaldatum zullen betalen.

Huurrecht

Coronavirus en huur van bedrijfsruimte – wie draagt de risico’s?

Na de eerdere verplichte bedrijfssluitingen van sportscholen, kinderdagverblijven, de hele horeca etc., dreigt mogelijk ook nog een verplichte winkelsluiting. Voor huurders zal dit leiden tot omzetverlies. De vraag die zich dan zal voordoen, is of er dan recht bestaat op huurverlaging. Volgens het huurrecht bestaat pas recht op huurvermindering als er sprake is van een gebrek. Hieronder moet worden verstaan een toestand of kenmerk van het gehuurde die niet aan de huurder is toe te rekenen en waardoor de huurder niet het genot heeft van de gehuurde ruimte dat hij/zij mocht verwachten. De omstandigheden als gevolg van de Coronacrisis zullen tot het ondernemersrisico worden beschouwd, voorzover de verhuurder niet ook al een beroep op overmacht toekomt. In de veel door verhuurders gebruikte ROZ- modellen is een dergelijk beroep in ieder geval al kansloos. Op grond van de bijpassende algemene voorwaarden is hier een vordering tot huurverlaging uitgesloten bij een gebrek. Kortom, een huurder zal in onderhandeling moeten met een verhuurder om zijn huurprijs (tijdelijk) aan te passen, danwel om termijnbetaling of opschorting te bedingen.

Andere activiteiten in huurpand

Een andere vraag die zou kunnen opkomen is of de huurder die met sluiting wordt geconfronteerd, iets anders kan gaan doen in het huurpand. In de meeste huurovereenkomsten is het doel waarvoor mag worden gehuurd, nauwkeurig omschreven en mag zonder toestemming geen andere bestemming aan het pand worden gegeven. Daarnaast heeft een huurder nog los gezien hiervan, ook te maken met bestemmingsplannen en vergunningen. Kortom, het ontbreekt hier aan een helpende hand van de wet. Veel zal afhangen van de goodwill van de verhuurder. Die zal mogelijk wat toeschietelijker zijn, gezien de (hopelijk) tijdelijke situatie. Een failliete huurder is immers ook niet direct een goed perspectief voor de verhuurder. Partijen zullen dan ook met elkaar in gesprek moeten en dat past in deze crisistijd.

Pensioen

Uitstel van betaling voor pensioenpremies

Ook de betaling van pensioenpremies komt als gevolg van de maatregelen in het kader van het Coronavirus in het gedrang. Daarom hebben afgelopen zaterdag de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars aangegeven dat ook zij een bijdrage willen leveren om acute financiële problemen bij ondernemers op te lossen. Zij geven voor wat betreft de betaling van pensioenpremies drie denkrichtingen aan:

  1. Pensioenuitvoerders treffen met een individuele werkgever een betalingsregeling.
  2. Betalingstermijnen worden voor getroffen sectoren en werkgevers verruimd.
  3. Het invorderingsbeleid wordt minder strikt.

Pensioenuitvoerders lopen bij het ontwikkelen van maatregelen op deze terreinen vast op wettelijke voorschriften (o.a. Pensioenwet en Wet BpF). Het Verbond en de Pensioenfederatie gaan daarom op korte termijn in overleg met DNB en het ministerie van SZW. Op de uitkomst van dat overleg kun je natuurlijk niet in alle gevallen wachten.

Tijdige melding betalingsonmacht
Adviseer werkgevers die aangesloten zijn bij een pensioenfonds die de verschuldigde pensioenpremies niet kunnen betalen om hun betalingsonmacht tijdig melden. Tijdig betekent binnen 14 dagen nadat de premie verschuldigd is geworden. De melding doe je met dit formulier. Dit is hetzelfde formulier dat je gebruikt voor de melding van betalingsonmacht voor belastingen en premies.

Tref een betalingsregeling
Komt de werkgever in de problemen met het betalen van de pensioenpremies? Adviseer hem/haar dan om contact op te nemen met het pensioenfonds waar hij/zij bij is aangesloten of de verzekeraar bij wie hij/zij de pensioenregeling van de werknemers heeft ondergebracht. In overleg kan er mogelijk een betalingsregeling worden getroffen. De pensioenfondsen voor de Horeca & Catering, Detailhandel en de Reisbranche hebben al maatregelen genomen wat betreft de betalingstermijn en incasso van pensioenpremies.

Vroeggepensioneerde zorgverleners opnieuw aan de slag

In veel zorginstellingen wordt momenteel een toenemend beroep gedaan op medewerkers die jaren geleden al met vervroegd pensioen zijn gegaan. Deze mensen hebben destijds niet de bedoeling gehad om weer te gaan werken. Het opnieuw indienstreden in verband met het Coronavirus heeft geen fiscale gevolgen voor hun pensioen. De Belastingdienst heeft aangegeven dat op het moment van vervroegde pensionering niet was te voorzien dat het Coronavirus zou uitbreken en wat daar de gevolgen van zouden zijn. Daarom zijn er geen fiscale gevolgen voor het pensioen van deze mensen.

AVG

Autoriteit Persoonsgegevens versoepelt regels rondom Coronavirus

Waar de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) eerst nog heel strikt stond in de discussie rondom het Coronavirus en privacy, hebben zij dit standpunt nu toch enigszins versoepeld. Zo mag zorgpersoneel alsnog worden gecontroleerd op het Coronavirus. Ook mag oud-zorgpersoneel (al dan niet via een tussenpersoon) actief worden benaderd om (tijdelijk) terug te keren naar zorginstellingen. Daarnaast wordt er meer tijd ingeruimd om vragen van de toezichthouder te beantwoorden en wordt beeldbellen via bijvoorbeeld Skype toegestaan. Maar de boodschap is en blijft: blijf voorzichtig en kritisch met persoonsgegevens omgaan.

De Fiscourant

Inleiding
We hoorden premier Rutte vertellen dat de duur van de beperkende maatregelen zullen worden verlengd. Voor hoelang weten we nog niet. Wel is er ondertussen meer bekend over de verschillende steunmaatregelen. Die staan uiteraard in dit deel 4 van deze Fiscourant Special.

In deze editie van de Fiscourant praten we je graag bij over:

  • de hoofdlijnen NOW regeling
  • boete bij ontslag na NOW
  • de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
  • het noodloket
  • de aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector
  • het terugvragen van btw bij oninbare debiteuren
  • de aansprakelijkheid vanwege fiscale eenheid btw
  • de overgang van factuurstelsel naar kasstelsel
  • Corona in de jaarrekening
  • het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte
  • de exportkredietverzekering verruimd
  • Corona en alimentatieplicht
  • DUO die een duit in het zakje doet
  • het maken van een 5-stappenplan

Sociale zekerheid

Hoofdlijnen NOW regeling bekend

Minister Koolmees heeft vandaag in een persconferentie de hoofdlijnen van de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud’ (NOW) besproken en gepubliceerd in een brief aan de Tweede Kamer. Hierna een opsomming van deze hoofdlijnen.

Inhoud en doelgroep
De NOW ondersteunt werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% over een aangesloten periode van 3 maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdaling het gevolg is van buitengewone omstandigheden, die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.

De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde ‘fictieve dienstbetrekking’ vallen daarmee wel onder de regeling, maar niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s weer niet.

De regeling geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract voor zover deze werknemers in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.
Ook is de NOW van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals een werknemer met een nulurencontract.Ook payroll- en uitzendwerkgevers komen in aanmerking. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden.

Belangrijke voorwaarden
Aan de NOW zijn, twee belangrijke voorwaarden verbonden:

  1. Er geldt een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden.Dit wil zeggen dat werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom leidt tot een lagere subsidie.
  2. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever doet in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. Als toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% worden in mindering gebracht op de totale loonsom, waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

Berekening tegemoetkoming
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de 3-maandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt van het sociale verzekeringsloon uitgegaan. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd door een vaste opslag van 30% op het sociale verzekeringsloon.
Als loon wordt maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand (derhalve max. € 9.538) per individuele werknemer in aanmerking genomen.

De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Op deze manier blijft het voor werkgevers altijd gunstiger om, waar dat mogelijk is, omzet te blijven genereren.

De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een 3-maandsperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet over heel 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op
1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.
Een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet komt dus niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de NOW. Er wordt ook geen rekening gehouden met het feit dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of door seizoenspatronen.

Voorbeeld
Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000 per maand, ofwel
€ 1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 70.000 per maand, ofwel € 210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:

(€ 1.200.000 / 4) – € 210.000 = 0,30 = 30%
(€ 1.200.000 / 4)

Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak januari 2020, € 50 000 loonsom en een verwachte omzetdaling van 30%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,30 x € 50.000 x 3 x 1,3 x 0,9) =
€ 52.650 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 42.120.

Omzetdaling op concernniveau
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Bij meerdere rechtspersonen gaat het om de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming.

Als een werkgever meerdere loonheffingsnummers heeft en voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal hij per loonheffingsnummer een aanvraag moeten indienen. Wel geeft hij de omzetdaling op die hij voor de gehele onderneming verwacht; bij elke aanvraag vult hij dezelfde omzetdaling en meetperiode in.

Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
Op vrijdag 3 april 2020 wordt definitief vastgesteld of het UWV de NOW vanaf
6 april 2020 kan uitvoeren. Bij de aanvraagprocedure moeten werkgevers, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, de volgende stappen doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei vanwege een omzetdaling van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever geeft de verwachte omzet in de drie maanden van de door hem gekozen meetperiode op en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten en vermeldt hij dat op het aanvraagformulier.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

Voorschot
Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.
Het voorschot is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Hierdoor worden werkgevers van werknemers met een flexibel contract gestimuleerd om het loon door te betalen (voor dezelfde urenomvang). Wordt ervoor gekozen om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de NOW en wordt hierover subsidie ontvangen.
De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.

Beslissing
Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast.
Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.


Pas op! Boete bij ontslag na NOW

Vanochtend is tijdens de persconferentie van minister Koolmees gebleken dat ondernemers die een beroep doen op de NOW, écht geen ontslagen mogen laten vallen. Is een ontslag toch noodzakelijk, bijvoorbeeld om een faillissement te voorkomen? Dan kan de ondernemer een boete verwachten. Dit zal anders zijn bij een ontslag om dringende redenen (het ontslag op staande voet) of andere vormen van ontslag die op geen enkele wijze samenhangen met bedrijfseconomische omstandigheden.


Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) opengesteld

De ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) is opengesteld. De Staatssecretaris van SZW heeft daarbij in haar brief de voorwaarden bekendgemaakt. Die voorwaarden zijn:

  • de ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij/zij verwacht dat zijn/haar inkomen door de Coronacrisis in de komende drie maanden daalt onder het sociaal minimum;
  • wanneer dit achteraf anders is, moet de ondernemer dit doorgeven aan de gemeente;
  • de ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (1.225 uren per jaar) voor de zelfstandigenaftrek. Bestaat de onderneming korter, dan een jaar dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt;
  • de ondernemer moet ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat de Tozo is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

De Tozo is gebaseerd is op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar de procedure is veel sneller, namelijk 4 weken in plaats van de gebruikelijke 13 weken bij de Bbz. Achter wordt gecontroleerd of de ondernemer terecht gebruik heeft gemaakt van de regeling. De gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

DGA en Tozo
Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat ook een DGA in principe een beroep kan doen op de Tozo, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, volledige zeggenschap en het dragen van de financiële risico’s. De DGA dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn of haar bv vanwege de Coronacrisis geen salaris kan uitbetalen. Voor een aandeelhouder die verzekerd is voor de werknemersverzekering komt de werkgever in aanmerking voor de NOW. Onduidelijk is nog hoe de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling zal toepassen.

Commentaar
Het was bij veel ondernemers nog onduidelijk of een DGA ook onder de Tozo zou vallen. Nu is bevestigd dat dat inderdaad het geval. Niet onlogisch omdat de DGA ook onder de Bbz valt. Voor de inkomensondersteuning moet ook de DGA aangeven dat hij of zij verwacht dat als gevolg van de Coronacrisis het inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn moet ook de DGA dit uit zichzelf doorgeven aan de gemeente en vindt er verrekening plaats.
De vraag is of de Belastingdienst de gebruikelijkloonregeling soepeler zal toepassen. Het zou toch zuur zijn als een DGA die 3 maanden een Tozo-uitkering heeft ontvangen, achteraf alsnog loonheffing moet betalen over het gebruikelijk loon dat zijn bv niet heeft uitbetaald. Tijdens de financiële crisis keurde de staatssecretaris goed dat het gebruikelijk loon over 2009 en 2010 verlaagd mocht worden. Er moest dan wel sprake zijn van een omzetdaling in twee jaar! Nu kan het – hopelijk – zo zijn dat de omzet na drie maanden weer aantrekt, waardoor er achteraf bezien mogelijk wel salaris had kunnen worden uitgekeerd. De Belastingdienst is inmiddels om een standpunt gevraagd.


Noodloket open

Ook de andere steunmaatregel voor ondernemers – de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS, of kortweg het Noodloket) – is opengesteld. Er is een lijst gepubliceerd, waarop de kwalificerende ondernemers staan die aan de hand van hun SBI-codes zijn geselecteerd. Deze lijst wordt nog uitgebreid met ondernemers in de non-foodsector, zoals winkeliers. Zij hoeven hun deuren weliswaar niet te sluiten, maar hebben wel te maken met veel omzetverlies. Dat wordt met name veroorzaakt door de oproep aan mensen om zoveel als mogelijk thuis te blijven en door de instructies van de overheid in het sociale verkeer.
Vallen de hoofdbedrijfsactiviteiten van je cliënten in een van deze sectoren, dan komen zij in beginsel in aanmerking voor deze compensatie in de vorm van een eenmalige gift van € 4.000 voor de eerste nood in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020. Je kunt de aanvraag voor je cliënten doen als zij jou daarvoor machtigen. Hiervoor is een machtigingsformulier ontwikkeld. Deze hoef je niet bij de aanvraag mee te sturen. Jij of je cliënt vraagt de compensatie aan bij rvo.nl uiterlijk tot en met 26 juni 2020, 17.00 uur. De tegemoetkoming wordt tot 1 januari 2021 verstrekt. Voor de aanvraag is een eHerkenning (niveau 1 of hoger) nodig of DigiD.

Voorwaarden
De aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • gegevens over de onderneming, waaronder het KvK-nummer, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op staat van de onderneming;
  • naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon bij de onderneming;
  • een verklaring dat de onderneming geen overheidsbedrijf is;
  • een bevestiging dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond  (verklaring de-minimissteun);
  • een verklaring dat de onderneming op het moment van de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet;
  • een verklaring dat de onderneming in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden;
  • een verklaring dat de onderneming in die periode ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere beschikbare steunmaatregelen ter bestrijding van het Coronacrisis.

De ondernemer krijgt in beginsel binnen twee á drie weken de beslissing over de aanvraag toegezonden. Een toegekende tegemoetkoming kan nog 5 jaar na de verstrekking worden herzien, mocht deze door onjuiste gegevensverstrekking niet in overeenstemming met de beleidsregels zijn verstrekt.


Aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen getroffen om de cultuur- en creatieve sector te ondersteunen. Zo hebben musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf een huuropschorting van drie maanden gekregen. Zij kunnen de huur dus later voldoen. Het kabinet roept provincies en gemeenten op om met vergelijkbare tegemoetkomingen voor deze sector te komen.
Daarnaast krijgen culturele instelling die vallen onder de zogeheten ‘basisinfrastructuur’, nu al de subsidie die zij normaliter pas in het derde kwartaal zouden krijgen. Ook gemeenten onderzoeken of zij op deze manier kunnen omgaan met voorschotten.
Daarnaast laat het ministerie van OCW haar subsidies doorlopen. Deze worden niet gekort als blijkt dat de voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege de Coronacrisis. Ook de rijkscultuurfondsen, gemeenten en provincies volgen deze maatregel. Dir geldt ook voor projectsubsidies en gesubsidieerde activiteiten.

Compensatie verkochte toegangskaarten
Er wordt momenteel nog onderzocht hoe de terugbetaling van verkochte toegangskaarten kan worden vormgegeven. Er wordt vooral gedacht aan het verstrekken van vouchers.


Btw

Terugvragen van btw bij oninbare debiteuren

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw op aangifte worden afgedragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Er bestaat echter recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaald. Die teruggaaf kan via de aangifte worden geclaimd in het tijdvak waarin vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden ontvangen. In die situatie moet dus zekerheid bestaan dat de debiteur niet meer zal betalen. Dat valt niet altijd eenvoudig aan te tonen. Daarom bestaat ook recht op btw-teruggaaf als de debiteur het factuurbedrag nog niet heeft betaald 12 maanden nadat de factuur opeisbaar is geworden. De terug te vragen btw vanwege oninbaarheid, moet worden verwerkt in de aangifte van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, en niet in een later tijdvak.

Hoe verwerk je de btw-teruggaaf
De terug te vragen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve omzet (rubriek 1). De btw wordt weer verschuldigd via de aangifte, voor zover de debiteur na de btw-teruggaaf aan de schuldeiser, alsnog betaalt. Dan moet de schuldeiser de alsnog betaalde omzet in de aangifte vermelden als positieve omzet. Het bedrag van een deelbetaling verspreidt zich overigens over de gehele factuur, zodat in een deelbetaling dus altijd 9/109e of 21/121e aan btw is begrepen.
Overigens moet de debiteur de eerder afgetrokken btw terugbetalen aan de Belastingdienst, voor zover deze btw eerder in aftrek is gebracht. Deze terugbetaling is verschuldigd als vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden betaald maar uiterlijk 12 maanden na de opeisbaarheid. De terug te betalen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve voorbelasting (rubriek 5b).

Tip
Als een debiteur een schuld vanwege een factuur omzet in een lening, dan is daarmee de factuur in beginsel betaald. Deze debiteur hoeft dan geen btw terug te betalen die eerder in aftrek is gebracht. Daarentegen heeft de schuldeiser dan niet meer de mogelijkheid om btw terug te vragen vanwege een oninbare factuur. Kortom, let goed op bij het omzetten van een factuurschuld in een lening, omdat dit gevolgen heeft voor de btw.


Aansprakelijkheid vanwege fiscale eenheid btw

Bij het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw, zijn alle onderdelen hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden. Dat is overigens alleen het geval als de Belastingdienst voor de fiscale eenheid een beschikking heeft afgegeven en dan voor de perioden vanaf ingangsdatum van de fiscale eenheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat een vermogende (tussen)holding het risico loopt voor de btw-schulden van een dochtervennootschap, zoals terugbetalingsverplichtingen btw vanwege niet betaalde facturen.

Fiscale eenheid aanvragen of verbreken
Een fiscale eenheid voor de btw kan – in tegenstelling tot die voor de Vpb – niet zomaar worden beëindigd. Dat betekent dat zeker in tijden van economische neergang, de aanvraag van een fiscale eenheid voor de btw goed moet worden overwogen.
Voor al bestaande fiscale eenheden zou kunnen worden bezien of en hoe de fiscale eenheid kan worden verbroken. Om deel te kunnen uitmaken van een fiscale eenheid is noodzakelijk om btw-ondernemer te zijn. In dat verband zou bijvoorbeeld het ondernemerschap van een topholding kunnen worden beëindigd door de dga op de loonlijst van een werkmaatschappij te plaatsen en de managementovereenkomst tussen holding en werkmaatschappij te beëindigen. Deze move heeft overigens vooral nut als deze tijdig wordt uitgevoerd, dus voordat er achterstanden zijn bij het betalen van facturen en de btw.


Overgang van factuurstelsel naar kasstelsel soms voordelig

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw worden afgedragen in het tijdvak waarin de factuur is uitgereikt. Bij slecht betalende afnemers, kan dat zorgen voor liquiditeitsproblemen. Bepaalde ondernemers zijn wettelijk aangewezen voor toepassing van het kasstelsel, zoals winkeliers, marktkooplui, schoenmakers, kappers, glazenwassers en autorijscholen. Als een ondernemer is aangewezen voor het kasstelsel, dan mag hij/zij toch het factuurstelsel toepassen, mits dat uit de administratie blijkt.

Van factuurstelsel naar kasstelsel
Naast de aangewezen ondernemers, kan het kasstelsel ook door andere ondernemers worden toegepast als deze ondernemers voor minimaal 80% aan niet-ondernemers leveren. Daarvoor moet dan wel een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst. Voor ondernemers die aan de voormelde voorwaarde voldoen én te maken hebben met slecht betalende afnemers, kan overgang naar het kasstelsel dan een liquiditeitsvoordeel opleveren.


Accountancy

Corona in de jaarrekening

Nog even de gevolgen van de crisis voor de jaarrekening op een rijtje. De regels gelden primair voor rechtspersonen die onder BW 2, Titel 9 vallen, maar kunnen richting geven voor jaarrekeningen van andere rechtsvormen. In grote lijnen heb je 4 mogelijkheden:

  1. De crisis heeft geen belangrijke financiële gevolgen voor de onderneming. In dat geval is er geen (verplicht) effect op de jaarrekening;
  2. De crisis heeft belangrijke (positieve of negatieve) financiële gevolgen voor de onderneming, maar een faillissement is niet waarschijnlijk. Of een effect belangrijk is meet je af door in te schatten of de betreffende toelichting over dat effect (of het ontbreken er van) invloed zou hebben op de beslissingen van gebruikers van de jaarrekening. In dat geval moet de betreffende situatie in een sectie ‘Gebeurtenis(sen) na balansdatum’ worden toegelicht. Dit kan in een sectie ‘Overige toelichtingen o.i.d.’, of in het algemene gedeelte van de toelichting. Let op: de gebeurtenissen na balansdatum hoeven niet te worden meegenomen in de publicatiestukken;
  3. De negatieve gevolgen van de crisis brengen ernstige onzekerheid over de continuïteit van de onderneming met zich mee. Als er ernstige onzekerheid over de continuïteit bestaat worden de omstandigheden rond die onzekerheid in de algemene toelichting toegelicht. Deze toelichting wordt ook opgenomen in de publicatiestukken. Van ernstige onzekerheid over de continuïteit is sprake als de onderneming naar verwachting niet meer op eigen kracht aan zijn verplichtingen kan voldoen, maar hiervoor verdergaande medewerking van belanghebbenden nodig heeft, terwijl op het moment van het opmaken van de jaarrekening nog niet vaststaat of die benodigde medewerking zal worden verkregen.
  4. De crisis zal leiden tot discontinuïteit van de onderneming. In dat geval wordt de jaarrekening opgesteld op liquidatiegrondslagen.

Gebeurtenissen die (geen) nieuw licht werpen op de situatie per balansdatum
Ondernemers zullen vaak de neiging hebben om naderend onheil via voorzieningen of afwaarderingen van activa alvast in de jaarrekening van het voorgaande boekjaar mee te nemen. ‘Echte’ gebeurtenissen na balansdatum, dus zonder oorsprong in dat voorgaande boekjaar, werpen echter géén nieuw licht op de situatie per balansdatum. De gevolgen van de gebeurtenissen mogen dan niet cijfermatig in de jaarcijfers worden verwerkt, maar alleen tekstueel worden toegelicht. Dit is uiteraard niet het geval als de jaarrekening op liquidatiewaarde moet worden opgemaakt.

Toelichting jaarrekeningen van micro rechtspersonen
Een micro-rechtspersoon hoeft zowel bij de inrichtingsjaarrekening als bij de publicatiestukken normaliter geen specifieke toelichting op te nemen, op een enkel element na zoals (indien relevant) het feit dat fiscale grondslagen worden gehanteerd. Maar uitzonderlijke situaties zoals het bestaan van ernstige onzekerheid of het hanteren van liquidatiegrondslagen moeten wél worden toegelicht.


Huurrecht

Het Coronavirus en huur van bedrijfsruimte; wie draagt de risico’s (2)?

In de vorige Fiscourant special ben je al geïnformeerd over de (on)mogelijkheden van huurders om op grond van de wettelijke bepalingen onder hun huurverplichtingen uit te komen. Zij zullen dan ook met hun verhuurders om de tafel moeten om afspraken te maken over uitstel van betaling. Voor veel huurders zal dit niet genoeg zijn en zij zullen zelfs moeten aandringen om de huur (al dan niet gedeeltelijk) kwijt te schelden over een bepaalde periode. Niet alle verhuurders zijn hiervoor gevoelig. In de landelijke pers verschijnen inmiddels berichten dat verhuurders hun huurders nul op het rekest geven en verwijzen naar hun eigen getroffen belangen. Er zijn ook verhuurders die een stapje verder gaan en een voorstel doen om akkoord te gaan met beëindiging van de huur, waarbij binnen enkele dagen moet worden ingestemd. Indien de huurder negatief reageert vervalt het aanbod. Dit gebeurt vooral in gevallen waarbij een lage huur wordt betaald. Verhuurders ruiken hun kans om nieuwe contracten te sluiten voor hogere huurprijzen (waarbij uiteraard maar moet worden afgewacht of dit gezien de economische crisis zo’n verstandige beslissing is). Vooral Horeca Nederland maakt zich ernstige zorgen en overlegd met grote partijen (bierbrouwers) over regelingen. Het is uiteraard sterk de vraag of verhuurders niet betalende huurders op korte termijn uit hun panden kunnen krijgen. Een reden voor beëindiging van de huur is een huurachterstand van tenminste 3 maanden. Het is de vraag of rechters dit uitgangspunt verder zullen oprekken als op deze grond om ontbinding van de huurovereenkomst wordt gevraagd. Hoewel rechtbanken op dit moment ook hun deuren hebben gesloten, kan er wel schriftelijk worden geprocedeerd.


Internationale handel

Exportkredietverzekering verruimd

Nederlandse bedrijven expoteren veel naar het buitenland. Ongeveer 30% van het nationaal inkomen komt uit de buitenlandse handel. Door de Coronacrisis hebben zij nu problemen met de toeleveringen uit het buitenland, belemmeringen aan de grens en met meer risico dat handelspartners de rekeningen niet betalen. Daarom wordt de exportkredietverzekering verruimd, zodat meer risico’s van bedrijven wordt afgedekt door de overheid. De verruiming houdt in dat:

  • ook kortlopende exportkredieten (korter dan 2 jaar) onder de dekking vallen;
  • de procedure van de exportkredietverzekering wordt verruimd en versneld; en
  • meer landen vallen onder de dekking.

Particulieren

Corona en alimentatieplicht

Veel ouders kunnen door wegvallende inkomsten op dit moment inderdaad niet meer aan de eens vastgestelde alimentatieverplichting voldoen. Zij zijn bijvoorbeeld een ondernemer en zien dat hun onderneming voorlopig noodgedwongen gesloten blijft. Of ze zijn ondanks de oproep aan werkgevers toch hun baan verloren en hebben op korte termijn geen reëel uitzicht op een andere functie. Op zo’n moment is het als ouders goed om met elkaar in gesprek te gaan. Geven deze gesprekken niet het gewenste resultaat, dan kan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Dit dient altijd door een advocaat te worden begeleid. Wordt er niets geregeld, dan blijft in de regel het eerder overeengekomen bedrag verschuldigd en kan de ontvangende ouder het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen om betaling af te dwingen.

Ook DUO doet een duit in het zakje

Ook de Dienst uitvoering onderwijs (DUO) komt studenten en ex-studenten tegemoet die door de Coronacrisis in betalingsnood zijn gekomen. Studenten met studiefinanciering, kunnen gebruikmaken van de volgende al bestaande mogelijkheden:

  • Als de student nog niet aan zijn/haar leenmaximum zit, kan de student (tijdelijk) bijlenen met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar;
  • De student kan mogelijk alsnog een aanvullende beurs aanvragen met terugwerkende kracht tot het begin van dit studiejaar. Dit hangt af van het inkomen van de ouders;
  • Mocht de studente al een aanvullende beurs hebben en de ouders hebben in 2020 minder inkomen, dan kan de student het peiljaar laten verleggen naar 2020. Daardoor krijgt hij/zij meer aanvullende beurs;
  • Studeert de student aan een hbo of universiteit, dan kun hij/zij een collegegeldkrediet krijgen. Dit is een extra leenoptie voor het collegegeld.

De ex-student die zijn studiefinanciering aan het terugbetalen is, kan van de volgende bestaande mogelijkheden gebruikmaken om de betalingsproblemen te verlichten:

  • Hij/zij kan een aflosvrije periode aanvragen van maximaal vijf jaar. Heeft de ex-student deze mogelijkheid al benut of een andere betalingsregeling getroffen? In dat geval gaat DUO minder strikt om met de terugbetalingsplicht;
  • Ook voor de ex-student bestaat de mogelijkheid om bij een inkomensdaling in 2020 het peiljaar te laten verleggen naar 2020. Je aflossingsbedrag wordt dan lager.

Crisismanagement

Maak een 5-stappenplan

Om deze crisistijd goed door te komen voegen we een 5-stappenplan bij voor crisismanagement:

  1. Stel een crisisteam samen. Niet te groot, niet te klein. Zij trekken de kar. Zij bepalen. Voor democratie is weinig ruimte. Er kunnen ook externe sleutelfiguren inzitten. Wie mag meedenken, wie mag meepraten, wie mag meebeslissen en wie mag mee uitvoeren. Dat zijn vier verschillende functies/rollen. Bepaal de hiërarchische lijn. Bij te veel twijfel of een te lange doorlooptijd is er één beslisser: ‘de bruut’.
  2. Bepaal zo exact mogelijk de bedreigingen die op het bedrijf afkomen. Met welke onorthodoxe maatregelen kunnen deze bedreigingen het beste worden aangepakt (denk eraan: anderen hoeven u niet ‘aardig’ te vinden).
  3. Maak een communicatieplan. Eén voor intern en één voor extern. Communiceer steeds eenduidig en bij voorkeur volgens een vaste methode, op vaste wijze, op vaste tijdstippen, etc. Herhaal. Zorg dat eerdere communicatie terug te vinden is op een vaste plek. Straal oplossingen uit. Geen problemen of knelpunten. Noem bij problemen en knelpunten altijd oplossingen, oplossingsrichtingen en alternatieven. De woorden ‘kan niet’ moeten altijd opgevolgd woorden door alternatieven (ook als ze van mindere kwaliteit zijn).
  4. Bepaal de middelen die nodig zijn om aan het (crisis)werk te kunnen beginnen. Wat is nodig aan middelen (spullen, geld, tijd etc.). Maak dat onmiddellijk vrij. Een zekere bruutheid kan onvermijdelijk zijn.
  5. Straal stelligheid, vriendelijkheid, kans-rijkheid, hoop en oplossingsgerichtheid uit. Dat is er namelijk allemaal altijd. Ook als het (nog) niet zichtbaar is. Deel doorlopend succesjes. Anderen zien jou als (lichtgevend) baken.

Bron: Fiscount